EEN VRIENDJE AAN DE MUUR

Avond in Almere. Lege straten in het volle licht van straatlantarens en ontstoken buitenlampen. Uitzondering is het rijtjeshuis van Henk Boomgaard....

'Ik ben nu 63 jaar en ik kan niet uitleggen waarom ik nog steeds geloof. Zie je dat kruisbeeld aan de muur? Ik heb maar één vriendje en dat is Hij. Ik praat met Hem voor het naar bed gaan. Als ik het vergeten ben, sta ik weer op. Naar de kerk hoef ik niet. In Almere zegt het me niets. Het gebouw niet; de mensen ook niet. Ik ben er lang geleden mee opgehouden toen ze zo'n schaal voor je gofferd hielden. Ik wil best geven, maar daar kan ik niet tegen.

'Als het leven hier alles zou zijn, schoot ik jou dood. Om er zelf beter van te worden. Als ik niet met Hem had kunnen praten, was ik misschien een agressief en verbitterd mens geworden. Dat ben ik nu geen seconde.

'De eerste zes jaar van m'n leven waren fijn. Maar toen moesten we weg uit het gezin. M'n ouders in Amsterdam konden niet meer voor ons zorgen. Achteraf bekeken, heb ik het slecht getroffen. Maar ik was niet de enige. De kindertehuizen zaten vol. Met veel van die kinderen is het verkeerd afgelopen. Een mens heeft verstand gekregen, maar mag verder zelf beslissen. Ik mocht uitmaken wat ik zou worden: slecht of goed. Je mag jezelf niet ''goed'' noemen, maar toch.

'Gespeeld heb ik nooit. Letterlijk nooit. Ik kreeg alleen maar straf. De eerste avond was ik niet droog gebleven, terwijl ik daarvoor wel zindelijk was. Ik moest voor straf rondjes lopen. Dat heeft jaren geduurd. Ik was alleen maar opstandig. Ze hebben me van het ene huis naar het andere gestuurd. M'n vader heb ik het laatst gezien in 1940, na de oorlog was hij dood. M'n moeder is nooit geweest.

'Maar als ik naar de kerk ging, vergat ik alles. Het was ook een onderbreking van de straf. Het systeem deugde natuurlijk voor geen meter. Maar ik wist al heel vroeg dat Híj er niks aan kon doen. Het zijn de mensen die dit doen, Híj heeft er niks mee te maken, wist ik.

'Van de tien geboden is ''Gij zult niet doden'' het belangrijkste. Je mag niet voor eigen rechter spelen. Zelfs niet tegen oorlogsmisdadigers of tegen drugsdealers. En ik maak het in m'n werk mee: drughandelaren die het leven kapot maken van kinderen van dertien. Hang ze op, roepen ze dan. Maar lost dat wat op? Nee.

'Het geld noem ik een andere God. En geld is tegenwoordig erg belangrijk. Een van m'n dochters klaagde dat haar kind geen cadeautje van me kreeg voor het zwemdiploma. Terwijl ze me niks verteld had. Ik sta altijd klaar voor m'n kinderen, maar ze doen nooit wat terug. Je vindt het wel eens leuk om een telefoontje te krijgen nietwaar? Maar wij moeten altijd bellen. Daarom hou ik het op het tweede gebod: heb uw naaste lief gelijk uzelf. Dan is de rest meteen overbodig.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.