Opinie

'Een voorwaardelijk 'cordon sanitaire' om de PVV zou verstandig zijn'

De kiezer heeft recht op duidelijkheid en daarom moeten alle politieke partijen nu een gezamenlijke beslissing nemen, schrijft historicus Jan Dirk Snel. Óf Wilders consequent doodzwijgen óf helder de confrontatie aangaan.

Geert Wilders in de Tweede Kamer Beeld anp

Woensdag was het weer raak. Bij de algemene politieke beschouwingen voerde als eerste de fractievoorzitter van de PVV, Geert Wilders, het woord.

Toen CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma hem er tijdens een interruptie er op aansprak dat hij wel iedereen er van langs gaf en dat hij in tien jaar meer dan twintig keer een motie van afkeuring had ingediend, maar zelf op geen enkele wijze problemen oploste, kreeg die van Wilders meteen de wind van voren. Buma was volgens hem 'de grootste hypocriet in dit huis', iemand die 'met een dubbele tong' sprak. Wilders had geen zin om verder op diens 'gekke teksten' te reageren.

Zielig, miezerig en hypocriet
Even later kreeg Alexander Pechtold ervan langs. De D66-fractievoorzitter sprak Wilders er op aan dat zaterdag op een door hem georganiseerde bijeenkomst de NSB-vlag getoond werd. Wilders kon alleen maar minachtend reageren: 'Ach, ach, ach, ach. Zielig mannetje'. 'Wat een zielig mannetje is de heer Pechtold toch. Wat een zielig, miezerig en hypocriet mannetje bent u toch, mijnheer Pechtold. Dat is wat ik u te zeggen heb.'

Toen Pechtold Wilders vervolgens herinnerde aan diens toenadering tot het Vlaams Belang, zijn ontmoetingen met de Lega Nord en zijn samenwerking met Marine Le Pen van het Front National en hem vroeg of hij werkelijk wilde samentrekken met 'mensen in Europa die discrimineren en die ook nog eens antisemiet zijn', antwoordde deze: 'Ik ga echt niet reageren op de ultieme miezerigheid van de heer Pechtold. De hele zaal kan op zijn kop gaan staan, maar u bent te klein, u bent te miezerig om ook maar een minuut serieus genomen te worden. Dat meen ik oprecht.'

Maandag had Wilders op een oproep van het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israël) om publiekelijk afstand te nemen van neonazistische elementen, al geantwoord: 'De PVV verwerpt uiteraard alles wat riekt naar nationaal-socialisme en extremisme.' Ook nu zei hij uiteindelijk: 'Het spreekt voor zich dat de PVV en de duizenden aanhangers (...) niets hebben met extremisme en niets hebben met antisemitisme en dat de PVV niets heeft met allemaal dat soort idioterie.'

 
Wilders kon alleen maar minachtend reageren: 'Ach, ach, ach, ach. Zielig mannetje'.

Hoe met een scheldende parlementariër om te gaan?
Zeer juist, maar hij had dat ook direct kunnen zeggen zonder een collega eerst uit te schelden. Terecht merkte fractievoorzitter Arie Slob van de ChristenUnie dan ook op dat het respectvoller kon, waarop Wilders repliceerde: 'Dat de heer Slob zichzelf nog serieus durft te nemen ...' Volkomen onjuist beweerde Wilders vervolgens nog dat hij door Pechtold 'ongeveer voor een halve nazi uitgemaakt' was, een ernstige vertekening.

Hoe met een scheldende parlementariër om te gaan? Het reglement van orde (artikel 58) biedt de voorzitter de mogelijkheid om bij 'beledigende uitdrukkingen' een lid (of een minister) te vermanen. Maar deze optie wordt nauwelijks meer toegepast, wellicht ook omdat het reglement eraan toevoegt dat de betroffene dan in de gelegenheid gesteld dient te worden 'de woorden die tot de waarschuwing aanleiding hebben gegeven, terug te nemen'. Dat nu levert snel problemen op. De voorzitter zou ook zo een vermaning moeten kunnen uitspreken. En dat dan bij gescheld ook moeten doen.

 
De voorzitter zou ook zo een vermaning moeten kunnen uitspreken.

Cordon sanitaire
Een volgende vraag is hoe mede-parlementariërs moeten omgaan met een medelid dat alle mores aan de laars lapt. PVV-kenner Koen Vossen twitterde: 'Pechtold biedt Wilders mogelijkheid om woedend te zijn. Beetje dom Alexander.' Dat is op zich juist. Wilders misdraagt zich bewust om zo aandacht te trekken en het zou verstandiger zijn om hem geen aanleiding te geven. Maar dan zou men ook samen moeten afspreken dat men in de Kamer niet meer op hem reageert, bij geen enkele gelegenheid. Doodzwijgen.

De vraag is echter of dat nog lukt. En als men tot die conclusie komt, dan zouden alle andere tien politieke partijen ook moeten afspreken dat men veel harder de confrontatie met de scheldende Wilders en partij aangaat. Het is duidelijk dat Wilders met zijn gedrag - met het weglopen uit de Catshuisonderhandelingen in 2012 als dieptepunt - elke kans op toekomstige samenwerking met enigerlei andere partij verspeeld heeft. Maar laten partijen dat dan ook openlijk uitspreken. Dat is ook een kwestie van eerlijkheid jegens de kiezer: dat een stem op de PVV een weggegooide stem is. Een voorwaardelijk 'cordon sanitaire' zou dan verstandig zijn. Voorwaardelijk: dat alleen als Wilders en zijn partij de rechtsstaat, die zij nu op essentiële onderdelen (diverse algemene rechten) afwijzen, erkennen en spijt betuigen over het vele wangedrag, voor samenwerking in aanmerking komen en anders niet.

Wie goed luistert, merkt dat ook veel mensen die wel op Wilders stemmen, zijn gedrag vaak veel te ver vinden gaan. Dergelijke op zich goed willende mensen zou men aldus duidelijkheid moeten verschaffen. Dat is een opdracht voor alle democratische partijen, maar vooral voor VVD en CDA, omdat die door hun onbezonnen samenwerking in 2010 de PVV een schijn van legitimiteit hebben gegeven.

Gezamenlijk zal men nu moeten kiezen. Of consequent doodzwijgen of helder de confrontatie aangaan. De kiezer heeft recht op duidelijkheid.

Jan Dirk Snel is historicus

 
Wie goed luistert, merkt dat ook veel mensen die wel op Wilders stemmen, zijn gedrag vaak veel te ver vinden gaan.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden