Een voor de buitenwereld onzichtbaar baantje

Jean-Luc Dehaene, oud-premier van België en burgemeester van Vilvoorde, verveelt zich. Hij heeft het wel zo’n beetje gehad als lid van het Europees parlement....

‘Ik ben er voor de partij naartoe gegaan; niet voor mezelf’, onthulde hij afgelopen weekend in de krant De Morgen. ‘Ik heb in het hart van de Europese besluitvorming gezeten als eerste minister, mee over de Grondwet beslist (...) Ik heb mijn tijd gehad. Ik heb geen zin meer om te investeren in technische dossiers. Met als gevolg dat ik weinig grip op de zaak heb. Dat ligt mij niet. Ik wil actie en resultaat zien. Enkel door mijn gezag en ervaring luistert men daar naar mij en kan ik me nog nuttig maken. (...) Op termijn zou ik het willen afbouwen.’

Bewijst Dehaene het vooroordeel dat het europarlement vol zit met uitvreters die wel de presentielijsten tekenen en de royale daggeldvergoeding opstrijken, maar vervolgens rechtsomkeert maken zonder de vergaderingen bij te wonen?

Nee, daarvan lijkt geen sprake. Hij is een gewaardeerd lid in de commissie constitutionele zaken.

Is hij dan het levende bewijs van het oude adagium ‘heb je een opa, stuur ’m naar Europa’? De gedachte erachter is dat het europarlement de perfecte parkeerplaats is voor uitgerangeerde nationale politici. De partij gunt hun wegens bewezen diensten nog vijf jaar een erebaantje, al dan niet om een pensioengat te vullen.

Dat lijkt evenmin bij Dehaene (bijna 66) het geval. Hij is weliswaar grootvader, maar de CD & V, de Vlaamse christendemocraten, wil zich zeker niet van hem vervreemden: hij is volgens de peilingen een van de populairste politici van Vlaanderen. Na het einde van zijn premierschap werd hij burgemeester en toezichthouder bij beursgenoteerde ondernemingen. Ook werd hij ondervoorzitter van de Europese Conventie, de 105-koppige club die de, vooralsnog gesneefde, Europese Grondwet voorkookte.

Resteert dus de andere optie, die Dehaene zelf oppert: dat lid zijn van het Europees parlement een saaie bedoeling is? Dat alleen doorgewinterde dossiervreters grip kunnen krijgen op de zaak?

Voor sommige ‘beroemdheden’ in het parlement geldt dat zeker, stelt VVD-europarlementariër Jules Maaten. ‘We hebben zo’n categorie oud-ministers, generaals en ambassadeurs die hier kwamen binnenzeilen’, zegt hij. ‘Daar hebben we ook een reservaat voor: de commissie buitenland. Die zien zichzelf dan in het parlement terug op de closed circuit-tv en dat is het dan ook.’

Dehaene is geen klaploper, maar hij bewijst wel dat je een ‘baantje’ als europarlementariër er niet even bij kan doen. Veel Europese dossiers zíjn nu eenmaal taai en technisch; onderhandelingen tussen de politieke partijen, met de lidstaten en met de Europese Commissie kunnen moeizaam zijn; lang niet alles wat er op het pluche in afwisselend Straatsburg en Brussel gebeurt, is even mediageniek. En het europarlement heeft minder glamour dan nationale parlementen. Kortom, frustrerend voor wie zware functies heeft bekleed en gewend is om aan de lopende band spijkers met koppen te slaan. Als een van de 732 europarlementariërs moet je je bescheiden plaats kennen.

Toch legt Dehaene een dilemma bloot waar meer europarlementariërs mee worstelen. Als je je enkel verdiept in de technische en inhoudelijke Europese dossiers, raak je onzichtbaar voor de buitenwereld. Maar als je het europarlement er een beetje bij doet, dan dreig je daar vroeg of laat gefrustreerd van te raken.

Over de vraag of europarlementariër een voltijdse of deeltijdse baan is, lopen de mores uiteen. In Nederland is het voltijds, in België of Italië kunnen politici best ook nog eens burgemeester zijn. Dat heeft een groot voordeel: bij de verkiezingen van het europarlement zijn ze geen total strangers voor de kiezers. ‘Je kunt dan beter communiceren met je kiezer, maar je hébt minder te communiceren’, waarschuwt VVD’er Maaten. ‘Bij een dubbelfunctie kun je je als wetgever immers nog minder verdiepen in technische dossiers.’

Maar wat moet hij nu? In zijn voordeel spreekt dat Dehaene niet alleen lijsttrekker was, maar ook écht naar het europarlement is gegaan. In België is dat niet vanzelfsprekend: zo was Guy Verhofstadt lijsttrekker voor de VLD, maar op voorhand maakte de premier duidelijk dat hij een reservist zou sturen.

Toch bewijst Dehaene zijn collega’s in het europarlement per saldo een slechte dienst met al zijn twijfels. Met de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur vind hij Vilvoorde veel belangrijker dan Europa – Dehaene wil als burgemeester worden herkozen. Maar je verkiesbaar stellen voor het europarlement, ook al doe je het voor de partij, is geen lichtvaardige beslissing. Met 651.345 voorkeurstemmen kun je toch moeilijk na twee jaar zeggen dat je er eigenlijk geen zin meer in hebt.

Bart Dirks

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden