Een volwassen zeehond knuppel je niet zomaar dood

Het roer gaat om, liefst in een ver buitenland. En de kinderen moeten mee.

Ik ga het allemaal anders doen. Geïnspireerd door de televisieprogramma's Ik vertrek en De rijdende rechter heb ik besloten dat het allemaal wel wat avontuurlijker mag in dat voortkabbelende leven van mij. Zes jaar lang met een verrekijker voor het raam zitten om te kijken of de buurman zijn hond borstelt op mijn grond, alleen het idee al maakt mij energieker.

Het wordt een van de twee. Of ik ga mijn buren schreeuwend en tierend een stukje woonplezier uit handen slaan, of ik ga satésaus verkopen in Tibet. Ik neig naar de satésaus. Tibet ken ik uit Kuifje, dus vandaar. Door jarenlang naar het programma Ik vertrek te kijken heb ik geleerd dat je nooit de makkelijkste weg moet kiezen. Waterfietsen verhuren aan homoseksuelen, dat kan iedereen.

Naast het satésausplan heb ik ook zitten denken aan een abortuskliniek in Vaticaanstad, een kraam in Tokio waar uitsluitend gebakken vis wordt verkocht, een parenclub voor ongewassen mensen in Wassenaar of een cursus zeehonden knuppelen vlak naast Pieterburen.

Veel mensen denken daar te makkelijk over. Een volwassen zeehond, die knuppel je niet zomaar dood. Ze hangen enorm aan het leven, al weet je niet waarom. Ik wil, als Tibet eventueel mislukt, ooit nog in dat gat duiken. Mijn oude leven achter me laten en heerlijk in de vrije natuur met een bebloede knuppel door de duinen struinen.

Maar even over Tibet. Net zoals in Ik vertrek moeten de kinderen met mij mee. Ze zijn allang het huis uit, maar als pappa zijn droom achternagaat, dan wil ik dat ze toekijken. Ik ben jaloers op al die Ik vertrek-mensen. Met je blote handen een zwembad achter je huis graven, horen dat de campingvergunning nog anderhalf jaar op zich laat wachten en na vier jaar in Frankrijk nog steeds geen brood kunnen bestellen, dat geeft allemaal niets, als je iedere avond maar je kinderen hebt om je te ondersteunen.

Dat wil ik, halfnaakt op een zelf getimmerd stoeltje zitten, vlak naast een zojuist ingestort plafond, met mijn kinderen om mij heen en dan kunnen zeggen: 'We moeten een website bouwen, anders weten de mensen ons niet te vinden.'

Maar vooralsnog gaat de voorkeur uit naar Tibet. Je hebt daar bergen en hier niet. In Tibet maken ze muziek zonder teksten van Bløf. Ik verheug mij op de lokale gebruiken, zoals Katin Ju Zebba: je gaat op je buik liggen en dan springt een ander over een tafel heen en landt op je rug. Dat kennen wij hier helemaal niet. Als je iedere dag een geitenmaag over je balkon hangt, om de berggoden te eren of zoiets, weet ik veel, dan schijnen Tibetanen je heel makkelijk te accepteren.

Uiteindelijk is het satésaus geworden, maar dat heeft er nog om gehangen. Ik wilde in Tibet eigenlijk liever horloges gaan repareren. Of landbouwmachines. Of een lekkende kraan. Ik wilde gewoon graag iets repareren, zodat die Tibetanen zouden denken: tot nu toe zaten we hier met allemaal kapotte troep om ons heen en die gekke Nederlander repareert het. Maar ik kan helemaal niets repareren.

Ik wil, net als in Ik vertrek, met een afgezet been, een gescheurde wenkbrauw, twee ongelukkige kinderen en een schuld van zes ton op een berg zitten, naar de horizon kijken en dan zeggen: 'Ik zou het zo weer doen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden