'Een volle stad is juist aantrekkelijk'

Wat maakt een stad aantrekkelijk? Onderzoeker Gerard Marlet vergeleek er vijftig in Nederland. ‘Steden moeten meer bouwen.’..

Gerard Marlet van Atlas voor Gemeenten, dat voor gemeenten en ministeries onderzoek doet naar ontwikkeling van steden en wijken, schreef onlangs het boek De Aantrekkelijke Stad. Inmiddels is het boek hot onder beleidsmakers.

Marlet onderzocht en vergeleek de aantrekkelijkheid van de Nederlandse steden, vijftig in totaal. Wat maakt steden aantrekkelijk? Waardoor vestigen mensen zich er? Waardoor neemt de werkgelegenheid toe? En dientengevolge de bedrijvigheid en levendigheid? Tien stellingen:

1. Dé aantrekkelijke stad in Nederland bestaat niet.

‘Ja dat klopt, de optimaal aantrekkelijke stad bestaat niet. Want dat is een stad waar én veel werk is én veel voorzieningen, én veel mensen wonen, en waar het toch veilig is, geen leefbaarheidsproblemen zijn en geen files.

‘Amsterdam heeft wat aantrekkelijkheid betreft een soort optimum bereikt. Maar de voordelen van de aantrekkelijke stad leiden automatisch tot nadelen. Want een gemêleerde bevolking betekent vaak ook leefbaarheidsproblemen en onveiligheid. En veel werk: files, milieu- en luchtvervuiling.

‘Steden als Emmen en Spijkenisse behoren tot de minst aantrekkelijke steden: geen mooie historische kern, weinig werkgelegenheid en voorzieningen.’

2. Hoge huizenprijzen maken een stad aantrekkelijk.

‘Jazeker. Aantrekkelijke steden zijn vaak dure steden. Het is een misverstand dat hoge huizenprijzen zomaar uit de lucht komen vallen, ze zijn juist een teken dat het goed gaat met een stad: mensen willen er graag wonen.

‘Toch moeten steden oppassen dat ze niet ten onder gaan aan hun succes. Wat je in de binnensteden ziet, van bijvoorbeeld Amsterdam en Utrecht, is dat mensen met een hoge opleiding en een daarbij behorend hoger inkomen de middengroep verdrijven. Ze hebben meer te besteden en zijn vaak ook bereid meer te betalen voor hun woonlocatie. De mensen uit de middengroep kunnen de aantrekkelijke stad niet meer betalen en worden gedwongen te verhuizen naar een tweede keuze. Ze vallen daarbij tussen wal en schip: te arm voor dure koopwoningen maar te rijk voor sociale huurwoningen.’

3. Hoe meer nerds, kunstenaars en journalisten, hoe beter.

‘Ja, maar het is wel een bredere groep. In de jaren negentig in Amerika waren dat inderdaad nerds, maar in onze economie gaat het meer om hogeropgeleiden met creatiefachtige beroepen: ook reclamemensen, ingenieurs, architecten, mediamensen of mensen in de zakelijke dienstverlening. In elk geval mensen die productiever en innovatiever dan gemiddeld zijn. Daardoor vergroten bedrijven hun winst, neemt de werkgelegenheid toe, gaan de lonen omhoog, hebben mensen meer te besteden, en dat is weer goed voor de detailhandel, en het voorzieningenpeil.’

4. Wonen in een aantrekkelijke stad is vooral weggelegd voor creatieve, hoogopgeleide mensen.

‘Niet mee eens. Als de stad productiever wordt, profiteren de lageropgeleiden daar ook van: de schoonmakers, de cateraars et cetera. Het heeft dus duidelijk een sociale kant; het is niet alleen een elitair verhaal. Wel is het de taak van de overheid om, door goed onderwijs, te voorkomen dat de sociaal-economische ongelijkheid nog groter wordt, zodat zoveel mogelijk mensen van de stad profiteren.’

5. Steden zouden meer moeten durven bouwen in de binnenstad.

‘Mee eens. Nederland heeft, behalve Rotterdam, een soort fobie voor hoogbouw in het centrum. Als je burgers in een referendum vraagt wat ze willen, kiezen ze altijd voor de groene variant. Dat zag je ook bij het stationsgebied in Utrecht. De mening ook onder politici is toch om de stad ruim en groen te houden. Terwijl dichtheid juist zorgt voor aantrekkelijkere steden. Dan hou je genoeg mensen in de stad om de voorzieningen rendabel te houden. En werken volgt wonen, zo blijkt. Meer woningen betekent een grotere voorraad human capital. In veel binnensteden kun je niet bouwen. Maar in Utrecht ligt een enorme kans om een misser uit het verleden recht te zetten.’

6. Een toneelvoorstelling maakt de onveiligheid in een stad goed.

‘Ja dat klopt. Het is wel een beetje een karikatuur natuurlijk, maar in feite is het zo dat bij de keuze voor een woning of een stad, goede horeca, een rijk cultureel aanbod of een mooi historisch centrum fungeert als goedmaker voor een kleine woning of meer onveiligheid.

‘Wat dat betreft, voorzie ik voor Almere problemen. Daar is ook onveiligheid in de woonomgeving maar daar wordt het niet gecompenseerd door voorzieningen. Ondanks de nieuwe plannen is het voorzieningenniveau per persoon nog heel laag.

‘Almere staat voor een groot dilemma. Ooit was het natuurlijk de forensenstad van Amsterdam, een veilige groene omgeving met grotere relatief goedkopere huizen. Maar inmiddels zijn door de files de banen in de stad onbereikbaar geworden. Almere moet de komende jaren een keuze maken. Wil het een satelliet van Amsterdam blijven? Dan moet men vol inzetten op de leefbaarheid en het wegwerken van de files, meer dan op voorzieningen en cultuur. Of wil het echt een zelfstandige stad worden?’

7. Niet elke stad heeft het in zich om een aantrekkelijke stad te worden.

‘Klopt. In het algemeen kun je zeggen dat de Randstad aantrekkelijker is dan de rest van het land. De steden trekken meer mensen aan, en er zijn meer banen en voorzieningen. Aantrekkelijke steden in perifere gebieden als Groningen en Maastricht zuigen de regio leeg. Tegelijkertijd doet een minder aantrekkelijke stad als Haarlemmermeer het alleen maar goed omdat die in de Randstad ligt.’

8. Citymarketing heeft zijn beste tijd gehad.

‘Geen ja en geen nee. In een stad als Emmen zou ik niet weten waar ze zich op zouden moeten richten: geen historisch centrum, weinig werkgelegenheid, jongeren trekken er weg. Citymarketing heeft geen zin als je kwaliteiten probeert te verkopen die er niet zijn. En dat gebeurt wel vaak; elke stad heeft wel een slogan die huishoudens, bedrijven en toeristen moet trekken. Maar kijk naar kleinere steden als Zutphen, Deventer. Die hebben mooie historische centra, een centrale ligging ten opzichte van de Randstad en een goede bereikbaarheid, maar veel mensen weten dat niet. Dan helpt citymarketing wel.

‘Het ‘valleidenken’, geïnspireerd op het succes van Silicon Valley, is wel passé. In Nederland heb je Health Valley – Arnhem, Nijmegen – en Food Valley – Wageningen – maar de aanleg van dit soort grote bedrijvenparken brengt niet de gehoopte spin off; in de praktijk is het vooral het verplaatsen van werkgelegenheid. De gedachte van ‘als er maar banen zijn, volgen de mensen vanzelf’, is achterhaald.’

9. De crisis stuurt uw hele theorie in de war.

‘Nee dat denk ik niet. Gemeenten moeten nu strenger afwegen wat ze wel en niet doen. Maar het zou een grote fout zijn om te stoppen met investeren in aantrekkelijke steden. Dat zou kortetermijndenken zijn en direct leiden tot werkloosheid en minder arbeidsparticipatie. Woningcorporaties en lagere overheden hebben bovendien genoeg reserves om mee te helpen investeren.’

10. Steden hebben grotere aantrekkingskracht dan rust en groen.

‘Ja, dat klopt. Sinds de jaren negentig is de suburbanisatiegolf voorbij. Steden hanteren in dat opzicht nog steeds een veel te restrictief bouwbeleid. Door die krapte op de woningmarkt is het nu nog niet goed te zien wat aantrekkelijke locaties zijn en wat niet. Pas als de bevolking gaat krimpen, wat overigens nog steeds niet zeker is, zal dat duidelijk worden. Dan zijn er meer huizen en valt er meer te kiezen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden