Een volbloed hippie die over lijken ging

Een geniale dromer was Steve Jobs, de vorige maand overleden oprichter van Apple. Maar ook een egocentrische, bezeten, monomane en genadeloze klootzak, blijkt uit de biografie van Walter Isaacson.

Op een avond in september 1971 stonden twee jongens bij een telefooncel in Mountain View, niet ver van Palo Alto aan de baai van San Francisco. De ene jongen was 16 en had lang haar. De andere was vijf jaar ouder, en had een baard. De twee hadden een apparaat bij zich, dat ze hadden verbonden met de telefoon. Het was een Blue Box, een toongenerator waarmee je pulsen kon opwekken die de apparatuur van het telefoonbedrijf om de tuin leidde, zodat je gratis kon bellen.


Ze belden het Vaticaan in Rome.


'Hallo', zei de jongen met de baard. 'Ik ben Henry Kissinger. We zijn bij een topontmoeting in Moskou en we moeten de Paus spreken.'


Helaas kon de Paus niet aan de lijn komen, zei een verbaasde stem aan de andere kant. Hij lag te slapen.


Maar de jongens waren tevreden. Hun apparaat werkte. Het was een bijzonder moment. Ten eerste, omdat Stephen Wozniak, de geniale nerd en de oudste van de twee, het ding zelf had gebouwd én omdat dat het de eerste digitale Blue Box ooit was. Ten tweede, omdat de jongste, de bijdehante Steve Jobs, meteen zag dat ze iets commercieels in handen hadden. Hij kocht onderdelen om de digitale Blue Box in serie te kunnen maken. Ze verkochten er honderd, en maakten elfduizend dollar winst.


Maar het meest bijzondere was, dat de Blue Box het eerste product was van een samenwerkingsverband waaruit Apple geboren zou worden, dat veertig jaar later, in de zomer van 2011, Exxon zou passeren als het bedrijf met 's werelds hoogste beurswaarde: 337 miljard dollar.


'Als er geen Blue Boxes waren geweest, dan was er ook geen Apple geweest', zei Jobs later. Vier jaar na de Blue Box bouwden Wozniak en Jobs in de garage van vader Paul Jobs de eerste Apple computer, de Apple I.


Ruim vier weken geleden, op 5 oktober, overleed Steve Jobs, 56 jaar oud, aan kanker. In haar toespraak tijdens de herdenkingsdienst voor Jobs, elf dagen later op Stanford University, eindigde Jobs' zus, de schrijfster Mona Simpson, met wat ook Jobs' laatste woorden waren: 'Oh wow. Oh wow. Oh wow.'


Dat staat niet in de biografie van Jobs, Steve Jobs, the Biography, van Walter Isaacson. Die lag op dat moment al bij de drukker. Bijna gelijktijdig met de Amerikaanse uitgave verscheen de Nederlandse, knap en razendsnel vertaald door Rob de Ridder. Het is een fascinerend boek, waarin je als lezer ook regelmatig de behoefte voelt om 'oh wow' te roepen. Het verhaal van Jobs en Apple is soms zo onwaarschijnlijk, dat je jezelf eraan moet herinneren dat het geen fictie is, wat je leest, maar werkelijkheid.


Dat heeft ook te maken met de wijze waarop Jobs omging met de werkelijkheid: hij nam er geen genoegen mee en prefereerde de realiteit van zijn visioenen. Daarna bewoog hij hemel en aarde om de bestaande werkelijkheid aan zijn droom aan te passen. Dat ging niet zachtzinnig. De Jobs zoals je die in het boek leert kennen was een geniale dromer. Maar ook een egocentrische, bezeten, monomane en genadeloze klootzak, die door roeien en ruiten ging om de wereld naar zijn beeld en gelijkenis te herscheppen. Wie niet met hem wilde meedoen, viel af. Als hij ervoor moest liegen, loog hij.


Lees verder op pagina 3


Op een avond in september 1971 stonden twee jongens bij een telefooncel in Mountain View, niet ver van Palo Alto aan de baai van San Francisco. De ene jongen was 16 en had lang haar. De andere was vijf jaar ouder, en had een baard. De twee hadden een apparaat bij zich, dat ze hadden verbonden met de telefoon. Het was een Blue Box, een toongenerator waarmee je pulsen kon opwekken die de apparatuur van het telefoonbedrijf om de tuin leidde, zodat je gratis kon bellen.


Ze belden het Vaticaan in Rome.


'Hallo', zei de jongen met de baard. 'Ik ben Henry Kissinger. We zijn bij een topontmoeting in Moskou en we moeten de Paus spreken.'


Helaas kon de Paus niet aan de lijn komen, zei een verbaasde stem aan de andere kant. Hij lag te slapen.


Maar de jongens waren tevreden. Hun apparaat werkte. Het was een bijzonder moment. Ten eerste, omdat Stephen Wozniak, de geniale nerd en de oudste van de twee, het ding zelf had gebouwd én omdat dat het de eerste digitale Blue Box ooit was. Ten tweede, omdat de jongste, de bijdehante Steve Jobs, meteen zag dat ze iets commercieels in handen hadden. Hij kocht onderdelen om de digitale Blue Box in serie te kunnen maken. Ze verkochten er honderd, en maakten elfduizend dollar winst.


Maar het meest bijzondere was, dat de Blue Box het eerste product was van een samenwerkingsverband waaruit Apple geboren zou worden, dat veertig jaar later, in de zomer van 2011, Exxon zou passeren als het bedrijf met 's werelds hoogste beurswaarde: 337 miljard dollar.


'Als er geen Blue Boxes waren geweest, dan was er ook geen Apple geweest', zei Jobs later. Vier jaar na de Blue Box bouwden Wozniak en Jobs in de garage van vader Paul Jobs de eerste Apple computer, de Apple I.


Ruim vier weken geleden, op 5 oktober, overleed Steve Jobs, 56 jaar oud, aan kanker. In haar toespraak tijdens de herdenkingsdienst voor Jobs, elf dagen later op Stanford University, eindigde Jobs' zus, de schrijfster Mona Simpson, met wat ook Jobs' laatste woorden waren: 'Oh wow. Oh wow. Oh wow.'


Dat staat niet in de biografie van Jobs, Steve Jobs, the Biography, van Walter Isaacson. Die lag op dat moment al bij de drukker. Bijna gelijktijdig met de Amerikaanse uitgave verscheen de Nederlandse, knap en razendsnel vertaald door Rob de Ridder. Het is een fascinerend boek, waarin je als lezer ook regelmatig de behoefte voelt om 'oh wow' te roepen. Het verhaal van Jobs en Apple is soms zo onwaarschijnlijk, dat je jezelf eraan moet herinneren dat het geen fictie is, wat je leest, maar werkelijkheid.


Dat heeft ook te maken met de wijze waarop Jobs omging met de werkelijkheid: hij nam er geen genoegen mee en prefereerde de realiteit van zijn visioenen. Daarna bewoog hij hemel en aarde om de bestaande werkelijkheid aan zijn droom aan te passen. Dat ging niet zachtzinnig. De Jobs zoals je die in het boek leert kennen was een geniale dromer. Maar ook een egocentrische, bezeten, monomane en genadeloze klootzak, die door roeien en ruiten ging om de wereld naar zijn beeld en gelijkenis te herscheppen. Wie niet met hem wilde meedoen, viel af. Als hij ervoor moest liegen, loog hij.


Lees verder op pagina 3


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden