Een vleugje blond Parijs

Door Peter BrusseFred Brommet begon als modefotograaf, koos uiteindelijk voor de kunst, maar zag zijn carrière gebroken worden door de mei-revolutie van 1968 in Parijs....

Fred Brommet, op 27 februari op 83-jarige leeftijd in Amsterdam overleden, was de blijmoedige fotograaf van het elegante Parijs uit de jaren vijftig en zestig. Hij werkte voor de grote modehuizen Dior, Cardin en Balmain, maar vond ballet toch boeiender.

Vijf jaar was hij de fotograaf van het ballet van de Opéra de Paris. Zijn studio in Montmartre lag tegenover de fameuze nachtclub Moulin Rouge. André Breton, de aartsvader van het surrealisme, was zijn buurman. Voor multinationals deed hij reclamewerk; foto’s van heerlijke gerechten. En als hij onderweg naar de opdrachtgevers op straat ‘iets aardigs zag, stapte ik even af; en klik, zo simpel was dat’. Die Parijse straattaferelen werden door zijn vrouw Micheline in de donkere kamer ontwikkeld, maar meestal niet eens afgedrukt. De negatieven verdwenen in een kartonnen doos die Micheline koesterde als souvenir van ‘ons Parijs’.

De mei-revolutie van 1968 kostte hem de kop. Er was van de ene dag op de andere geen werk meer, hij kon de huur niet betalen en ging terug naar naar Amsterdam. Hij stopte met fotograferen en opende een winkel met Franse meubelen. Veel foto’s raakten verloren. In 1994 verwierf het Maria Austria Instituut zijn archief, een verrassend tijdsbeeld van ‘ons naoorlogs Parijs’. In 1998 volgde de overzichtstentoonstelling Tableaux Parisiens. Tegen Philip Freriks, die de tekst bij het fotoboek schreef, zei hij: ‘Mijn foto’s moesten blond zijn.’ Zonnig en ongecompliceerd. Zelfs de foto’s van de mei-rellen tonen ‘blonde verbazing’.

Fred Brommet werd in Groningen geboren, zijn vader zat in de textiel. Ze verhuisden naar Amsterdam. Daar ging hij naar de Kunstnijverheidsschool, de huidige Rietveld Academie, en koos binnenhuisarchitectuur. Vanwege de oorlog kon hij niet afstuderen. Na de bevrijding meldde hij zich als vrijwilliger bij het leger en kwam hij bij de foto- en filmdienst. Hij wilde – op zoek naar vrijheid en avontuur – fotograaf worden, maar een opleiding in Amerika was te duur. Het werd in 1948 de fotovakschool in Parijs. Na veertien dagen hield hij het voor gezien. Hij kocht een brommer en ging werken bij het Amerikaanse persagentschap Hearst. Het verdiende goed, maar toen hij de prima ballerina van het Bolshoi-ballet uitgeput in een stoel zag hangen, zei hij: ‘Nee, die foto, dat hoort niet.’ Fotojournalistiek was niet wat hij wilde.

Via de Nederlandse ontwerper Charles Montaigne kwam hij in de modewereld. Hij fotografeerde de mannequins in de studio of gewoon op straat. Dat kon toen, er was nauwelijks verkeer, de meisjes verkleedden zich achter een bosje of in een café. Begin jaren vijftig waren ‘we met twintig modefotografen en negentien mannequins. Leuke meiden, zonder kapsones.’ Ze zorgden zelf voor schoenen en make-up. ’s Nachts werden de foto’s gedrukt en ’s ochtends afgeleverd. ‘Drie weken zenuwslopend werk, maar ik kon er een halfjaar van leven.’

Hij trouwde in 1953 met zijn Franse assistente Micheline. Ook de kinderen werkten later als vanzelfsprekend mee in het familiebedrijf. Er kwamen mooie auto’s en het gezin ging op vakantie naar St. Tropez, ‘tot het geld op was’.

In mei 1968 stortte alles in. Hij ging terug naar Amsterdam. Fotograferen lukte niet meer. ‘Ik was mijn stekkie kwijt.’Opgewekt begon hij een nieuw avontuur, de meubelwinkel l’Echoppe, een vleugje blond Parijs in Amsterdam-Zuid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.