Een visionair die de wereld veranderde

Het succesvolle leven van perfectionist Steve Jobs (56) hing van toevalligheden aan elkaar.

Wat als Steve Jobs in 1997 niet was teruggekeerd aan het roer bij Apple? Wat als hij zijn eerste grote liefde toen niet als een moderne Mozes had weggeleid naar het beloofde land? Had de wereld dan een iMac gehad? Een iPhone gekend? De iPad ontdekt? En tientallen andere producten omarmd waarvan we niet wisten dat we eigenlijk niet meer zonder kunnen?


Het leven van de donderdag overleden Steven Paul Jobs (56) heeft sterk van dit soort 'wat als...?'-momenten aan elkaar gehangen. Zelf wees Jobs, als hij een beslissende gebeurtenis moest aangeven, naar zijn verdrijving in 1985 bij Apple, dat hij negen jaar eerder had opgericht. 'Ik ben er vrijwel zeker van dat niets van dit alles was voorgevallen als ik niet bij Apple de laan was uitgestuurd', zei Jobs in 2005. 'Het was een verschrikkelijk vies medicijn, maar ik denk dat de patiënt het nodig had. Soms verkoopt het leven je een dreun voor je kop.'


Die 'patiënt' was Jobs. Hij werd in 1985 aan de kant gezet door John Sculley, de man die door Jobs hoogstpersoonlijk was losgeweekt bij Pepsi-Cola om Apple te leiden. Met de vraag 'Wil je je hele leven zoete frisdrank verkopen of wil je de wereld veranderen?' had Jobs Sculley twee jaar daarvoor over de streep getrokken.


Binnen mum van tijd stonden de twee mannen als kemphanen tegenover elkaar, omdat Jobs veronderstelde dat hij Apple als een jonge rebel kon blijven bestieren. Sculley bleek een koekoeksjong. Hij werkte Jobs het nest uit, de woestijn in.


Die gedwongen verbanning bleek evenwel een verhulde zegen. Financieel gezien was NeXT Computer, het bedrijf dat Jobs direct na zijn demasqué bij Apple begon, een flop. Maar de software die Jobs voor de NeXT-computers liet ontwikkelen was wel de sleutel voor zijn terugkeer. Apple nam NeXT in 1996 over om zijn Macs van een nieuw hart te voorzien. Het haalde de verloren zoon weer binnen als technisch adviseur.


Toen de tweede topman die na Sculley was aangetreden door interne gevechten ten onder ging, kon Jobs zo weer plaatsnemen achter zijn oude bureau. Met een nog grotere dorst naar succes.


Wat als Steve Jobs in 1955 na zijn geboorte niet was geadopteerd door Paul en Clara Jobs, twee Armeense immigranten van eenvoudige komaf in Mountain View, Californië?


Jobs was het buitenechtelijk kind van Abdulfattah John Jandali, een Syrische moslim die naar de VS was geëmigreerd, en Joanne Schiebele, een Amerikaanse studente. Schiebele stond haar kind af voor adoptie. Dat was een gebeurtenis die volgens vrienden en bekenden van grote invloed is geweest. Dat zijn biologische ouders hém in de steek hadden gelaten, heeft de Apple-voorman altijd dwars gezeten.


Het vormde het karakter van een man, die volgens zijn officieuze biograaf Alan Deutschman geen geduld had met prutsers en zowel geliefden als naaste medewerkers met het grootste gemak kon schofferen. Ondanks zijn eigen verleden als adoptiekind, weigerde Jobs twee jaar lang Lisa te erkennen als zijn dochter, het kind dat hij in 1978 verwekte bij zijn vriendin Chrisann Brennan.


Zijn reputatie als hork en tiran snelde Jobs vooruit toen hij in 1997 weer de touwtjes in handen kreeg bij Apple. Werknemers, zo gaat een hardnekkige mare, durfden niet tegelijk met hun baas in de lift te stappen. Ze konden er niet zeker van zijn dat ze nog een baan hadden als de deuren weer opengingen.


In de jeugdjaren van Steve Jobs was nog niets gebleken van die karaktertrekken en van de status die hij later zou bereiken als superzakenman. Tijdens de middelbare school had hij al een baantje bij computerfabrikant Hewlett-Packard, waar hij de latere mede-oprichter Steve Wozniak ontmoette. Jobs was er de man niet naar om lang in de schoolbanken te zitten.


Na zijn eindexamen in 1972 volgde Jobs lessen aan het Reed College in Portland, waar hij het een semester volhield. In 1974 bezocht hij bijeenkomsten van de Homebrew Computer Club, een gezelschap nerds dat zelf computers in elkaar soldeerde. Een van de leden was de latere Microsoft-topman Bill Gates. Jobs en Gates snoven daar voor het eerst aan wat een digitale revolutie zou blijken.


Na een korte betrekking bij Atari, de fabrikant van de eerste spelcomputers, ontstonden de ideeën voor Apple. In 1976 richtte Jobs samen met Wozniak, Ronald Wayne en Mike Markkula een bedrijf op dat computers ging maken voor gewone gebruikers. De pc zou pas in 1984 worden geboren. Wat het viertal zocht was een alternatief voor de houtje-touwtje-computers van de Homebrew Computer Club en de computers die alleen het bedrijfsleven kon bekostigen. Ze begonnen in de garage van Jobs' ouders in Cupertino. Jobs verkocht zijn oude Volkswagen om aan startkapitaal te komen.


Apple was bijna niét geboren. In de twee jaar voorafgaand aan de oprichting was Jobs afgereisd naar India, op zoek naar 'innerlijke spiritualiteit'. Hij keerde huiswaarts als boeddhist, met een kaalgeschoren hoofd en in traditionele Indiase gewaden. In die tijd experimenteerde hij ook met psychedelische drugs. Jobs zou die ervaring later beschrijven 'als een van de twee of drie belangrijkste dingen die ik in mijn leven heb gedaan'.


Deze korte periode van losbandigheid stond een verder leven als perfectionist niet in de weg. Jobs was berucht om zijn obsessief oog voor detail. Dat ging verder dan de beslissing over hoe de nieuwe iPhone er uit moest zien, rapporteerde het zakenblad Fortune eerder dit jaar. Jobs bemoeide zich met alles, van het uiterlijk van de bussen waarmee werknemers van San Francisco naar Cupertino forensen tot aan de maaltijden in de bedrijfskantine.


Wat als Steve Jobs Jonathan Ive niet had getroffen toen hij in 1997 aantrad voor een tweede ronde bij Apple?


Jobs is altijd de eerste geweest om toe te geven dat Apple nooit de computer, mp3-speler of smartphone heeft uitgevonden, maar dat het bedrijf ze opnieuw bedacht voor mensen die geen zin en tijd hebben om een dikke gebruiksaanwijzing door te spitten. 'We zijn altijd schaamteloos geweest in het jatten van ideeën', zei Jobs in 1996 in de documentaire Triumph of the Nerds.


De eerste Mac die in 1984 de wereld overdonderde was ook het resultaat van leentjebuur spelen. Jaren eerder had Jobs het beroemde onderzoekscentrum van Xerox in Palo Alto (PARC) bezocht. Daar zag de Apple-chef de eerste muis en de bedieningsschermen met iconen en afrolmenu's die iedereen vandaag de dag als volstrekt normaal beschouwt.


Oog voor esthetiek en gebruiksgemak trof Jobs in 1997 aan bij 'Jony' Ive, een Britse industrieel ontwerper die toen al vijf jaar werkte voor de Californische computermaker. Op Ive's tekentafel ontwaarde Jobs een alles-in-één computer die herinneringen terugbracht naar de Mac uit 1984. Het was de iMac, het eerste product dat onder het herstelde leiderschap van Jobs in de naam met de kleine 'i' werd uitgerust. Het werd de kaskraker die in 1998 Apple weer in de schijnwerpers zette.


De tandem-Jobs-Ive stond aan de wieg van nog meer revoluties. De iPod was lang niet de eerste draagbare digitale muziekspeler. Het was de bijbehorende software, iTunes, die de ideeën over muziek radicaal wijzigde. Niet eerder was het zo makkelijk geweest om je muziekcollectie op een pc te zetten. 'Rip. Mix. Burn.', luidde Apples reclameslogan in 2001. De cd, zo bleek rap, was rijp voor het museum, net als het verdienmodel dat de muziekindustrie daarop had gebouwd.


Zes jaar later zette Jobs de telefoonindustrie op stelten. Waarom zou je de toetsen op een telefoon vervangen door een aanraakscherm? Wilden consumenten wel games spelen op hun mobieltje, filmpjes in de bus bekijken, mailen in de metro? Het antwoord luidde 'ja', met dank aan de iPhone.


Jobs wordt om deze visionaire eigenschappen bewierookt. Hij sprak zelf ooit gekscherend van 'that vision thing'. 'Je kunt vooruitkijkend niet alle stippen met elkaar verbinden; dat kan pas als je terugkijkt', filosofeerde Jobs in een toespraak in 2005. 'Je moet ergens in geloven - je gevoel, het lot, het leven, je karma, wat dan ook. Die benadering heeft me nooit teleurgesteld.'


In de redevoering van 2005 noemde Jobs de vrees voor de dood als de belangrijkste drijfveer achter zijn fanatieke perfectionisme. De angst er op een dag niet meer te zijn, had Jobs al op zijn 20ste in zijn greep.


'Het besef dat ik snel dood zal gaan, is het belangrijkste hulpmiddel geweest bij het nemen van belangrijke keuzen in het leven', stelde hij zes jaar terug. 'Al het andere - verwachtingen van anderen, trots, de angst voor mislukkingen - al die dingen vallen weg in het zicht van de dood, en dan resteert alleen wat echt belangrijk is.'


Uit de reacties op zijn dood blijkt dat Jobs in die missie is geslaagd.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.