Een vis in het Russische water

Het is hem voor de wind gegaan, de 36-jarige Joost Schlingemann, door als consultant in Moskou sloten geld te verdienen....

Maar het geluk kan er ook plotseling omslaan in een melodrama, dat is immers de keerzijde van een risicovol bestaan. En jawel, daar vertrekt zijn ontevreden vrouw met zoontje terug naar Haarlem, Schlingemanns manische depressiviteit speelt recht evenredig op, en binnen korte tijd wordt hij een krankzinnig personage als in een heftig verhaal van Dostojevski, of van onze eigen Leidse Rus, Maarten Biesheuvel. Hij tolt heen en weer, van Moskou naar een bar vrouwenkamp in de provincie Mordovië, begeeft zich in de wereld van drugssmokkel en hoeren, en wordt gecharterd door een zakentycoon die door het lezen van Tolstoj's Mijn biecht zijn baan opgeeft, een profetenbaard laat staan, en het idee opvat om met wat aangespoelde geestverwanten per zeppelin naar Nederland te zweven, teneinde het verdwaasde volk hier te stichten door middel van het uitstrooien van vijftigduizend exemplaren van Mijn biecht boven de Dam in Amsterdam. Wat is er mooier dan iets goeds voor de mensen doen, nietwaar?

Net als in zijn vorige boek, Liebmans ring (2001), demonstreert Waterdrinker met aanstekelijke vrijmoedigheid dat het Russische decor hem de ruimte biedt te ontsnappen aan de Hollandse hokjesgeest. Ons ongeaccidenteerde waterland met zijn drukkende seizoenen en lauwe regen, rancuneuze kwebbelrecensenten als Sam Soep (als twee druppels water lijkend op HP/De Tijdcriticus Max Pam), een culturele elite die niet begrijpt dat je heel wel kunt schrijven voor zowel een populistisch volksblad als voor een progressief weekblad (welnu, Waterdrinker schrijft als correspondent voor De Telegraaf, maar heeft ook in De Groene Amsterdammer gepubliceerd), en een volksaard die nuchter en tolerant heet te zijn, terwijl een 'Kale Dandy' die rechts ressentiment aanwakkert zomaar wordt vermoord – laat Waterdrinker niet lachen. Of liever gezegd: laat hem lekker in Rusland zitten, waar het lachen hem nooit zal vergaan.

'Ze lieten zich rijden naar de Alexander Blok, een als kermisattractie versierde casinoboot aan de kade van de rivier de Moskva. Het benedenschip zat stampvol hoeren, handelaars en pooiers.' Discomuziek, wodkaatje erbij, bubbelbad, en je voelt je weer het heertje. Tot je wordt beroofd, of een agent treft, of een ex-gevangene je op je mobieltje meedeelt dat ze zwanger is en platzak en dat jij de vader bent. Mijn god, wat een pandemonium. Je was toch onvruchtbaar? Of is het kind van je vrouw niet van een ander, zoals je altijd hebt gedacht? Moet je trouwens niet ook Suzette en Max weer eens bellen, daar in het burgerlijke Haarlem?

Als student economie en Russisch (Waterdrinker studeerde Nederlands recht en Russisch) droomde Joost ervan schrijver te worden. Hij heeft ook een paar boeken geschreven, maar die zijn – mede door de moralistische kritiek à la Sam Soep dat een schrijver 'natuurlijk' niet tegelijkertijd correspondent voor een pulpkrant kan zijn – nooit serieus genomen.

Waterdrinker weet zijn, overigens nogal Hollands aandoende, wederkerige rancune wederom vrolijk te verpakken, zodat hij niet gemakkelijk het etiket opgeplakt kan krijgen zelf even kleinzerig te zijn als de vaderlanders die hij bij voorkeur letterlijk op afstand houdt. Evenzeer is Een Hollandse romance, waarvan de schrijver hoopt dat we er een sleutelroman in zien over de gefortuneerde Rusland-pionier Derk Sauer ('minnaars van rechtszaken en goedkope schandaaltjes worden dan ook vriendelijk doorverwezen naar andere filialen', aldus de verantwoording, die doorzichtig lonkt naar een goedkoop schandaaltje), een wezenlijk simpele geschiedenis – man raakt door huwelijkscrisis in een achtbaan, voordat hij zich realiseert dat hij bij vrouw en kind weer een veilig bastion kan vinden – die feestelijk wordt opgetuigd tot een gemaskerd bal dat het toegangsbiljet meer dan waard is.

'Vriendelijk en vreemd? Was de helft van de mensheid dat niet? De andere helft was onvriendelijk en vreemd.' Eigenlijk is er maar één figuur in Een Hollandse romance die het hoofd koel houdt: Menno Sikkelberg, correspondent van Het Volksblad, voor de gein af en toe schrijvend voor De Groene, ook kaal maar geen dandyeske politicus, een ongrijpbare alwetende omnipresente solitair. Bovendien de schrijver van een paar boeken. Een vis in het Russische water. Joost Schlingemann snapt er niks van, maar die gast lijkt soms zelfs zijn gedachten te kunnen lezen!

Sikkelbergs ouders hadden slechts lagere school, en hij acht het zijn taak als krantenman die weet dat het nieuws op straat ligt, de gewone man met toegankelijke stukken te bedienen. De elitaire criticasters die zijn Volksblad verfoeien 'ontkenden het bestaan van de mensen die die krant lazen. Van de bakkers, bouwvakkers, loodgieters, kantoorbedienden – van al die naamloze mensen die ervoor zorgden dat in het land dagelijks het licht brandde, dat er brood in de schappen lag, dat de straten werden aangeveegd, dat de riolen goed functioneerden, dat. . . Enfin, van al die eenvoudige mensen voor wie de zogeheten elite beweerde op te komen, maar die zij in wezen minachtte.'

Daar heeft Schlingemann niet van terug. Hoe kan hij ook; hij is hoogstwaarschijnlijk verzonnen door Sikkelberg zelf. De laatste wil wel mee in die zeppelin om Amsterdam te bedelven onder Tolstoj – maar dan als geamuseerd verslaggever, niet omdat hij de idealen van de oude hippie onderschrijft die het vaderland wil heropvoeden.

Waterdrinker epateert en schmiert dat het een aard heeft. Zijn karikatuur van 'de elite' is zo weinig subtiel dat hij bijna smeekt om een verbolgen weerwoord. Vooruit dan: wat hij niet wil zien, is dat er ook nog Nederlanders zijn die houden van goed nadenken en schrijven op niveau, voor wie het Volksempfinden niet direct een betrouwbaar richtsnoer vormt, en die bij Alexander Blok eerder denken aan een groots melancholiek dichter dan aan een voze blootboot.

Maar dat weet Waterdrinker heel goed. Ik zie hem al schateren. Dat is hem gegund. Zijn luchtige vertellingen, kolkend van provocatief temperament, sleuren de lezer hoe dan ook mee, en doen hem suizebollen als na het in één kloeke teug nuttigen van een straffe Stolichnaya.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden