Een verzonken stad

Ze zijn er nog: die stille oorden, niet woest en ledig, maar zo liefelijk dat je graag wilt geloven dat Jupiter, Juno of Venus zo af en toe van hun Olympus afdalen om er een duik te nemen in de zee of uit te rusten op een rotspunt....

Voor ons daarentegen was de tocht betrekkelijk moeizaam. Neem vanuit Santa Margarita di Pula de bus richting Cagliari; een kaartje kan je niet kopen, dat moet bij een kiosk en die hebben ze daar niet. Maar de chauffeur is vast wel zo vriendelijk om onderweg te stoppen bij een krantenstal en met zachte drang en fiere armbewegingen te verduidelijken dat dit je kans is op een geldig vervoersbewijs. Stap uit in Pula, het lelijkste dorp ter wereld of op z'n minst van Zuid-Sardinië. Vandaar is het nog vier kilometer. Je kunt het lopen over een zandweg in de felle zon. Gelukkig is er ook de zogeheten blauwe bus, een minibusje, met loshangende deuren en zonder schokbrekers. Dat is dus even afzien, maar binnen vijf minuten bereik je de plaats van bestemming.

Nora. Temidden van de olijfbomen ligt het aan zee. Een heel oude stad, met Carthaagse hulp gebouwd, in de tijd dat Sardinië en Carthago bondgenoten waren, een jaar of vijfentwintighonderd geleden. Met Carthago is het zoals bekend slecht afgelopen, voornamelijk door toedoen van senator Cato, de drammer, die elke keer tijdens de rondvraag opnieuw opstond om te zeggen: 'Overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden.' Om van het gezeur af te zijn gaven de Romeinen hem ten slotte zijn zin en maakten Carthago met de grond gelijk.

Nora is het gelukkig beter vergaan. Nadat de stad in handen van de Romeinen was gevallen, bouwden zij er hun badhuizen, tempels en amfitheater. Veel is ook daar niet van over. Nora is niet meer bewoond of bewoonbaar. Het heeft nog wel de omvang van een kleine stad. Met zuilen die trots, maar ontdaan van hun vroegere kleur, overeind staan, en marmeren vloeren waar soms de contouren van het mozaïek nog zijn te onderscheiden. Het amfitheater is vrijwel intact. In het midden zijn rijen sobere blauwe stoeltjes geplaatst, naast het podium staat een keyboard. Op zomerse zaterdagen wordt hier opgetreden door Sardijnse dichters en zangers; affiches kondigen de komende Nacht van de Poëzie aan.

Op deze zonnige namiddag is het stil in Nora. Uitermate stil. Een enkele bij gonst. Dat is alles. Aangekomen bij de zee zie je tot je verbazing dat de stad onder water doorloopt. Een gedeelte van Nora is ook al weer eeuwen geleden overstroomd. Nog een marktplein, huizen, een tempel. De omtrekken zijn onder de zeespiegel vaag te ontwaren. Een verzonken stadsdeel.

Bij ontstentenis van Juno – en hopelijk met haar instemming – vlei ik me neer op de dichtstbijzijnde rots. Dromerig glijdt m'n blik over het onbewogen water. Lome gelukzaligheid en melancholie strijden om de voorrang.

Hier proef je iets van tijdloosheid, eeuwigheid. Maar ook de onophoudelijke strijd tussen mens en natuur dringt zich op. En vooral: de vergankelijkheid van het menselijk scheppen. Verzonken stad. Vergane beschaving. Hoe zal het de onze vergaan?

Dóór met de bus naar Cagliari een levendig havenstadje. Uit de plaatselijke krant maak ik met enige moeite op dat de bestuursraad van Sardinië, onder leiding van Pilli, zojuist door een motie van wantrouwen is geveld. Berlusconi heeft een Duits lid van het Europese Parlement beledigd. Kanselier Schröder zegt daarom zijn vakantie in Toscane af.

Cagliari lijkt een beetje op de Toscaanse stad Sienna. Het ligt tegen de helling van een berg. Recht boven de haven verrijst een middeleeuwse burcht, met binnen de muren verscheidene renaissance-paleizen. Het is er prachtig en alweer opvallend stil – Neckermann heeft dit deel van Sardinië duidelijk nog niet ontdekt. In een cafeetje zitten twee oudere matrones gezellig te praten bij een glaasje bier. Een jonge moeder geeft haar kind de borst. Af en toe glijdt een auto voorbij. Het paleis van de gouverneur oogt indrukwekkend, okergeel, met een zuilengalerij in Corinthische stijl. (Niet echt Corinthisch natuurlijk, het gebouw stamt uit de tijd van de Renaissance, toen men de draad van de klassieken weer opnam.) Het uitzicht op de Middellandse Zee is majestueus.

Later die avond lees ik in weer een ander gidsje dat Cagliari in 1943 vrijwel geheel is verwoest bij een geallieerd bombardement ter voorbereiding van de landing in Italië. Men heeft de oude stad weer van de grond af aan opgebouwd. Allemachtig, die Renaissance-paleizen zijn dus pas vijftig jaar oud! Geen wonder dat ze in zo'n goede staat verkeren!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden