Een verzetsheld die last had van een knagend geweten

Het eeuwige leven Gerrit Gunnink 1923-2017

In de oorlog maakte Gerrit Gunnink deel uit van een gereformeerde verzetsgroep in Drenthe. Over twee liquidaties voelde hij zich later schuldig.

Hij was een held van het gewapend verzet. Maar hij kampte ook met een schuldgevoel. Hij had iemand geliquideerd die vermoedelijk onschuldig was. En hij had ook onnodig een landwachter gedood waarna er verschrikkelijke represailles van Duitse kant volgden.

Die geheimen had Gerrit Gunnink mee kunnen nemen in zijn graf. Maar tien jaar geleden, toen hij al bejaard was, trad hij ermee naar buiten. Hij publiceerde in 2007 zijn boek De Knokploeg, waarmee hij trachtte met zijn geweten in het reine te komen. Twee jaar later vertelde hij in de EO-documentaire Nooit meer laf over de schuldgevoelens die hij zestig jaar voor zich had gehouden. Hierin zocht hij nabestaanden van de slachtoffers op en vertelde wat er was gebeurd. Gunnink stond volgens documentairemaker Geertjan Lassche bij uitstek model voor de gereformeerde verzetsmentaliteit. 'Die verheerlijkt het individu niet en komt op voor de zwakkere. Die mentaliteit steekt scherp af bij de huidige tijdgeest, waarin velen aanspraak denken te kunnen maken op roem via de massamedia.'

Gunnink kwam uit een gereformeerd nest in Drenthe. Al snel na het begin van de Duitse bezetting koos zijn vader Jan Gunnink ('Ome Hein') voor het verzet. Er werd in Meppel een knokploeg opgericht waarvan behalve zijn vader en Gerrit ook zijn twee broers deel uitmaakten. Er werden joden en geallieerde piloten in veiligheid gebracht, verzetskranten verspreid, spoorwegen gesaboteerd en gewapende overvallen gepleegd.

Nadat Gerrit Gunnink in 1944 uit Groningen was teruggekeerd, werd hij in de bossen van Diever aangehouden door een landwachter die hij ook had kunnen ontlopen. Hij aarzelde geen moment, pakte zijn pistool en schoot de collaborateur dood. Het bleek de 24-jarige Kees Hartenhof te zijn. Als represaille executeerden de Duitsers de dorpsonderwijzer.

Een jaar eerder had Gerrit Gunnink meegeholpen bij de liquidatie van onderduiker Pieter Hoppen. Elke keer als Hoppen van onderduikadres veranderde, volgde een Duitse inval. Dat duidde op verraad. Gunnink moest hem onder het mom van een verplaatsing weghalen op de onderduikplek en naar het Staphorsterveld brengen. Daar werd Hoppen doodgeschoten. Gunnink hielp mee het lichaam zo diep te begraven dat het nooit zou kunnen worden teruggevonden en niemand ooit zou weten wat er was gebeurd. Ook zijn familie niet.

Na de oorlog probeerde Gunnink het te vergeten. Maar het knaagde aan zijn geweten. Hij werkte als modehandelaar, trouwde en kreeg twee kinderen. Maar de knobbels in zijn ziel moesten een keer worden weggesneden. Hij onderzocht of Hoppen echt schuldig aan verraad was geweest. Toen dat niet het geval bleek te zijn, besloot hij onder het oog van een camera naar Rotterdam te gaan en diens dochter te vertellen wat er met haar vader was gebeurd. 'Ik vond dat ik het de nabestaanden van Hoppen móést vertellen, nu het nog kon.' Door het boek en de uitzending werden de resten opgegraven in het Staphorsterveld en herbegraven op een ereveld in Loenen.

Ook bezocht hij de dochter van de dorpsonderwijzer die als represaille voor zijn verzetsdaad was doodgeschoten. Hij ging diep door het stof, maar kreeg warme reacties voor het feit dat hij het had durven op te biechten. Na de documentaire, waarin hij ook bekende een pistool en een stengun in huis te hebben, haalde de politie die wapens weg. In 2012 publiceerde hij nog een boek: De staatsgreep die niet doorging. Gunnink kreeg daarna problemen met zijn gezondheid en geheugen. Hij overleed op 5 november in Almere.

Hieronder een fragment van de documentaire Nooit meer laf met daarin Gerrit Gunnink.

Meer over