Een verre ijsplaneet op aarde

Vijf Nederlandse onderzoekers bivakkeren tot maart op twee plekken op Antarctica. Om de kilometers diepe Europese boringen in het ijs van context te voorzien....

GISTERAVOND HEEFT hij lang gebeld met de mensen op boorstation DML05 op Antarctica, docent-onderzoeker dr. Roderik van de Wal van het Instituut voor Marien en Atmosfeer-onderzoek in Utrecht (IMAU). Met dramatisch nieuws van het thuisfront - wat doet er nu niet toe. Eigenlijk staat zijn eigen hoofd ook even niet naar de Zuidpool, zegt de poolonderzoeker. Maar vooruit.

'Hier ben je er tenminste nog dichtbij', zegt hij met zachte stem in zijn werkkamer in het Buys Ballot-lab. 'Dat zijn precies de berichten die je het meest vreest als je daarginds in het veld zit: dat er thuis iets verschrikkelijks gebeurt en dat je nergens heen kunt. Zoiets moet je van tevoren goed overdenken. Of je dat risico wel wilt aangaan.'

Het is precies de reden dat Van de Wal zelf, talloze publicaties over het gebied ten spijt, als echtgenoot en vader van drie peuters nog nooit op Antarctica is geweest. Groenland, ook een ijskap, kent hij van dichtbij, dat is allemaal wat bereisbaarder. 'De Zuidpool is hoe dan ook weken varen, heen en terug bijna een maand reizen. En alleen als je zelf in acuut levensgevaar bent, maak je een kans op een reddingsoperatie. In die zin is het een verre planeet op aarde.'

Sinds half december bivakkeren vijf van Van de Wals Utrechtse collega's op Antarctica, verdeeld over twee locaties. Van de Wal wijst ze aan op een van de vele kaarten van het immense diepvriescontinent die aan de muur hangen van zijn overvolle werkkamer in het lab.

Een groep van drie verblijft op een plek die op de kaarten DML05 wordt genoemd, op Dronning Maud Land bezuiden de Indische Oceaan en Zuid-Afrika. Daar, op ruim 2850 meter hoogte en bij een gemiddelde middagtemperatuur van minus 44 graden, staat een kampement van Europese onderzoekers, die sinds vijf jaar op twee plekken in het kilometers dikke ijs boren: naast DML05 ook een paar honderd kilometer verderop bij Dome-C.

Doel is het produceren van een aaneengesloten ijskern waarvan de diepste delen, voorbij drie kilometer, een half miljoen jaar oud zullen zijn. Daaruit moet een klimaatgeschiedenis voor het zuidelijk halfrond worden gereconstrueerd. Vlak na nieuwjaar, niets menselijks is onderzoekers vreemd, bereikten ze 2002 meter diepte.

Twee andere Utrechters zitten zo mogelijk nog verder van de bewoonde wereld, op een plek die SVEA wordt genoemd. 'Daar ligt blauw ijs aan het oppervlak, ijs dat niet bedekt is door dikke lagen sneeuw, maar netto vrij blijft omdat het voortdurend schoonwaait. Dat denken we althans.'

Het tweetal plaatst in de ijzige omgeving meetapparatuur waarvan de posities met satellietmetingen (GPS) extreem nauwkeurig zijn te meten. Doel daarvan is vast te stellen welke verticale bewegingen de bodem maakt als gevolg van het dunner worden van de ijskap sinds delaatste ijstijd. Die komt vermoedelijk omhoog, omdat in de huidige warme tijd relatief weinig ijs hem omlaag drukt.

'Maar zelfs dat weten we eigenlijk niet heel precies', zegt Van de Wal. 'Dat is het mooie van Antarctica. Het is een gebied waarvan betrekkelijk weinig bekend is. Een gebied waar een wetenschapper ook vóór de komma nog iets kan toevoegen.'

De Utrechters zijn niet rechtstreeks betrokken bij het Europese boorwerk in de Antarctische ijskap, dat doen vooral Engelsen, Fransen en Italianen. Maar hun bijdragen, afgezien van hand- en spandiensten als ze er toch zijn, zijn niettemin cruciaal voor het zogeheten Epica-project (European Project for Ice Coring in Antarctica). Ze hebben weerstations geplaatst, laten weerballonnen op en doen metingen van zogeheten sneeuwdrift.

Allemaal, zegt Van der Wal, om de eigenschappen van het ijs dat uit de diepten wordt opgehaald, te kunnen duiden. Van de Wal: 'Het probleem is dat je ijs hebt en een geschiedschrijving wilt maken. Om van het één naar het ander te komen, moet je begrijpen hoe ijs wordt gevormd en met welke eigenschappen, en hoe de omstandigheden dat vervolgens kunnen beïnvloeden.'

Een van de bekendste bijdragen van de Utrechtse groep tot nog toe aan het project is de vaststelling dat sneeuw soms over grote afstanden verwaait, voor het in ijs terechtkomt. Een ander spraakmakend resultaat is dat op de meeste plaatsen op de Zuidpool de neerslag maar in een paar buien per seizoen valt en dat het tijdens dat soort buien atypisch warm wordt in het gebied. 'Dat kwam voor theoretici als een schok', zegt Van de Wal.

Al dat soort inzichten maken dat de interpretatie van de eigenschappen van opgeboord ijs soms moet worden aangepast. Zo worden in Utrecht zelf in het aanpalende VandeGraaflab concentraties gemeten van koolstof-isotopen 12 en 14 in ingesloten luchtbelletjes. Daarmee is het ijs in principe te dateren.

De bijbehorende gemiddelde temperatuur wordt afgeleid uit de verhoudingen tussen twee zuurstofisotopen, die zich iets verschillend gedragen bij het verdampen. In beide gevallen gaat het om minieme sporen, die alleen met hulp van deeltjesversnellers en massaspectrometers afgetast kunnen worden.

In de vriescel van het IMAU, ergens weggestopt in de rommelkelder van het Buys Ballot-laboratorium, rusten vele meters Antarctisch ijs en pakken sneeuwmonsters. Het is er minus twintig graden, ballpoints weigeren abrupt nog te schrijven. Van de Wal pakt een in plastic verpakte staaf ijs van een van de planken en monstert het opschrift. Van een diepte van een paar honderd meter, stelt hij vast. Het oog haast als glas, zo helder.

De laatste jaren, zo is ook Van de Wal opgevallen, verschijnen er opmerkelijk veel resultaten over Antarctica in spraakmakende wetenschapsmedia als Science en Nature. Vorige week nog twee berichten: de ijsloze McMurdo-vallei die ondanks stijgende temperaturen elders op Antarctica de laatste 35 jaar juist kouder is geworden; en nieuwe metingen aan de westelijke ijskap, die laten zien dat deze aangroeit.

Van de Wal heeft soms zijn vraagtekens bij al die losse gegevens en nieuwsflitsen. Op zichzelf kan het prima wetenschappelijk werk zijn, maar wat is de context? 'Het eerste punt is dat Antarctica onvoorstelbaar groot is. Alleen van de gebieden waar je nog een beetje komen kunt, hebben we betrouwbare gegevens. Dat is één.

'Punt twee is dat je in elk groot systeem tegendraadse verschijnselen tegenkomt, zeker als je over niet al te lange periodes kijkt. Het vervelende is alleen dat juist dat soort gegegevens gemakkelijk een eigen leven gaat leiden, al dan niet geholpen door redacties als die van Nature, dat toch een beetje een sensatieblad is. Ze suggereren graag tegenstellingen, zelfs als die er eigenlijk niet zijn.'

Antarctica, weet Van de Wal van collega's die er wél een paar maanden hebben doorgebracht, is een continent dat je grijpt en niet meer loslaat. 'Mensen zijn diep onder de indruk, dat merk je wel. Maar de meesten blijven uiteindelijk toch nuchtere wetenschappers, vooral geïnteresseerd in de natuurkunde en meteorologie van het gebied. Slechts een enkeling komt terug met iets actievoerderigs.'

Persoonlijk is hij er overigens wel van overtuigd dat de mensheid een onverantwoorde verandering teweeg aan het brengen is in de atmosfeer van onze planeet. Zo abrupt als de kooldioxide-concentraties de laatste eeuw zijn gestegen, is nog nooit vertoond. 'Zoiets maakt een hoop vragen los bij een wetenschapper. Hoe zal het systeem reageren? Met geleidelijke veranderingen? Abrupt?'

Maar anderzijds, van die tv-spotjes van Greenpeace, met treurmuziek en afbrekende ijsbergen, wordt hij een beetje giechelig. 'Ik begrijp wel dat je stellig moet zijn om de publieke opinie te overtuigen', zegt Van de Wal. 'Maar als je eenmaal middenin zo'n onafzienbare witte woestenij hebt gestaan, onthoud je: van de meeste dingen hier begrijpen we nog bijna niks.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.