Een vermoeden van 9/11

Suppoosten van over de hele wereld over het lievelingswerk in hun eigen museum. Aflevering 1: Shafiq Omar over de Chagall naast die Picasso.

Shafiq Omar ziet geregeld dit gebeuren: bezoekers werpen vluchtig een blik op de beroemde Picasso die nu in een klein zaaltje hangt. Ze lezen het bordje even (inderdaad, het is 'm) en gaan dan lange tijd staan kijken naar de Marc Chagall die ernaast hangt. 'Dat werk spreekt bijna iedereen aan.'


Beveiligen en bewaken, dat is natuurlijk de hoofdtaak van Shafiq Omar (39), een van de vaste beveiligers in het Van Abbemuseum. Maar hij praat ook met de bezoekers of geeft ze informatie. Of hij wijst ze de weg naar de schilderijen, omdat ze zoeken naar 'echte kunst'.


Echte kunst is in zijn optiek schilderkunst. Begrijp hem goed: hij vindt het fantastisch wat het Van Abbemuseum, het meest geëngageerde en activistische museum van Nederland, de laatste jaren allemaal heeft laten zien aan installaties, films en documenten. Omar: 'Wat je hier kunt zien, is belangrijk. Andere musea vind ik soms net een kamer zonder verlichting. Maar het Van Abbe is helder, in alles.' Hij zou op geen enkele andere plaats willen werken.


In 1998 vluchtte Omar vanuit Kabul naar Nederland. Later kwam zijn vrouw Dhiba. 'Er was oorlog, er is nog steeds oorlog. Misschien zal er altijd wel oorlog zijn.' Twee jaar zat hij in een asielzoekerscentrum in Helmond. Daar begon hij te schilderen. Toen hij een verblijfsvergunning kreeg, was hij graag kunstgeschiedenis gaan studeren, maar die opleiding was te duur - het werd een opleiding in de beveiliging. In het net heropende Van Abbemuseum liep hij in 2003 stage en werkte er vervolgens als vrijwilliger, bode, kassier en chauffeur, net zolang tot er een baan als beveiliger vrijkwam en hij kon solliciteren. 'Ik voelde me hier thuis, ik zei ja op alles wat me werd aangeboden. En nu ben ik zo gelukkig dat ik dit werk mag doen.'


Zijn eerste herinnering aan het Van Abbe was het binnenlopen van een zaal met werk van El Lissitzky. De vormentaal en vooral al dat rood herinnerden hem aan de klaslokalen en de gebouwen uit zijn jeugd, toen Afghanistan door de Russen bezet was. 'Ik vond het niet vervelend, nee. Ik kreeg er contact door, terwijl ik nog nooit van El Lissitzky gehoord had.'


In zijn vrije tijd neemt hij het museum mee naar zijn hobby, het schilderen. 'Als je zelf schildert, is een museum een informatiebron, een soort krant. Je maakt kennis met nieuw werk, met oude meesters, je doet er inspiratie op. Zelf ben ik begonnen in een heel precieze stijl. Nu ben ik beïnvloed door hedendaagse kunstenaars als Wilhelm Sasnal en Marlene Dumas. Op een tentoonstelling van Sasnal zag ik dat hij heel snel werkt en dat zijn boodschap veel duidelijker en helderder en aantrekkelijker was. In die richting zoek ik het sinds een jaar.'


Zijn belangstelling voor schilderkunst viel Van Abbe-directeur Charles Esche op. In 2009 maakte Shafiq Omar al een kleine presentatie over zijn vaderland, nu is hij betrokken bij een project over hedendaagse kunst uit Afghanistan. Een dag per week besteedt Shafiq Omar aan onderzoek.


Zijn contactpersonen zijn onder anderen de Afghaanse kunstenaars die momenteel deel uitmaken van Documenta 13. 'Hedendaagse kunst uit Afghanistan is nieuw, een baby die gekoesterd moet worden. En nu begin je resultaten te zien.'


Het schilderij van Marc Chagall heeft hij uitgekozen omdat hij het prachtig vindt. Maar er is meer. In de cijfercombinatie in de rand van het werk (een 9, een 0 en twee keer een 1) ziet hij een verwijzing naar 11 september 2001. 'Het is negentig jaar daarvoor gemaakt, maar ik denk dat hij iets heeft voorvoeld. Dat het een waarschuwing is. Kijk hoe de lichamen uit elkaar vallen, in scherven.' Een observatie die hij desgevraagd met de bezoeker deelt.


Hommage à Apollinaire, 1911-1912

Tijdens zijn eerste verblijf in Parijs raakt de jonge, Russisch-Joodse schilder Marc Chagall (1887-1985) onder invloed van het kubisme. Zijn Adam en Eva op dit schilderij smelten samen tot één persoon, maar vallen ook uiteen in fragmenten. Net als de cirkel waarin ze staan - een wijzerplaat of een wereldbol. Chagalls kleuren wijken af van die van de kubisten: hij gebruikt heldere kleuren en goud. Het doek is opgedragen aan de kunstcriticus Guillaume Apollinaire, promotor van nieuwe kunstvormen aan het begin van de vorige eeuw in Parijs. Het werk werd in 1952 aangekocht en is tot 12 november te zien als onderdeel van de tentoonstelling 'Deze sokken niet wit' over de jaren twintig.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.