Een verloren generatie Eritreeërs

Naast Syriërs komen er veel Eritrese asielzoekers naar Europa, maar over hen hoor je weinig. Velen zijn zwaar getraumatiseerd en gedesillusioneerd.

Seid Osma (25) met zijn oudste dochter in Zaandam. Het gezin woont twee jaar in Nederland. `Europa was nooit mijn doel. Toen ik in 2010 Eritrea ontvluchtte, had ik geen plan.'Beeld Jiri Buller

De jonge Eritreeër Samuel (18) kijkt deze vrijdagavond naar de live-uitzending van het Gouden Kalverengala voor filmmakers en acteurs. In zijn sober ingerichte driekamerflat, de zachtgele gordijnen gesloten, spatten de glitter en glamour van het tv-scherm. Samuel luistert ingespannen en veert op als hij een woord begrijpt: 'ik heb', 'dank-je-wel'. De halve avond brengt hij in zijn keuken door: fruit snijden, thee zetten, frisdrank halen, een stoofgerecht bereiden. Allemaal voor zijn gast, zelf neemt hij niets. Rond 22 uur, zijn gast begeleidend naar de bushalte, wijst hij aan: 'deur, muur, bel, step, bus'. En vraagt verwachtingsvol: 'Wanneer komt sneeuw?'

Vijf maanden woont de vluchteling uit Eritrea nu zelfstandig in een appartementencomplex in Zaandam. In de zomer van 2014 streek hij in zijn uppie in Nederland neer, na een lange, verre van zorgeloze reis. Samuel maakt deel uit van de groeiende groep Eritreeërs die op drift zijn geraakt. Onder hen zijn ook in Nederland opvallend veel jongeren. Het overgrote deel krijgt een voorlopige verblijfsvergunning, omdat Eritrea te boek staat als onveilig. Na de Syriërs zijn de Eritreeërs de grootste groep asielmigranten, maar in het Europese en nationale debat over de vluchtelingencrisis gaat het nauwelijks over hen. Terwijl hun omstandigheden tamelijk alarmerend zijn.

Traumatiserend

Uit een nog lopende studie van criminoloog en hoogleraar Richard Staring naar de IND-dossiers van Eritrese vluchtelingen sinds 2013, blijkt dat ze vaak maanden, soms jaren onderweg zijn, voordat ze uiteindelijk in Europa belanden. De meeste Eritreeërs die de dictatuur in eigen land ontvluchten, proberen in buurlanden als Soedan en Ethiopië een bestaan op te bouwen. Wie er niet in slaagt in een buurland het hoofd boven water te houden, reist soms verder. Bij die tocht door Soedan naar Libië en Italië zijn ze afhankelijk van mensensmokkelaars. 'Je leest alleen maar narigheid in de IND-dossiers', zegt Staring.

Vooral de tocht door Libië is traumatiserend want vol bedreigingen, martelingen, vrijheidsberoving en afpersingspraktijken, vertelt Mirjam van Reisen, Eritrea-deskundige en hoogleraar internationale relaties in Tilburg. 'Eritrese vluchtelingen die via Soedan, Libië en Egypte in Europa zijn terechtgekomen hebben onbeschrijflijk fysiek en seksueel geweld meegemaakt.' Ze spreekt van 'zwaar getraumatiseerde mensen'.

De mensenrechtensituatie in het straatarme Eritrea staat beschreven in een recent verslag van de rapporteur voor de mensenrechten, Sheila Keetharuth. Het beeld dat oprijst doet denken aan de voormalige DDR, met een angstcultuur. Buren en collega's bespioneren en verraden elkaar, niemand lijkt elkaar te vertrouwen. Wie probeert te vluchten, loopt het risico te worden geëxecuteerd of voor onbepaalde tijd in een ondergrondse gevangenis te verdwijnen. Een belangrijk vluchtmotief voor Eritreeërs is de dienstplicht. Die duurt officieel 1,5 jaar, maar is in werkelijkheid vaak oneindig.

Rechteloosheid in het leger

In een van de IND-dossiers las Richard Staring het relaas van een 40-jarige Eritrese vluchteling die vorig jaar in Nederland aankwam. De man, van oorsprong boer, vertelde te zijn gevlucht voor de rechteloosheid in het leger, waar hij jaren als een lijfeigene leefde. Toen zijn vrouw overleed, kreeg hij van de legercommandant geen toestemming haar begrafenis bij te wonen. Het geld dat hij als soldaat verdiende was niet genoeg om zijn vier kinderen van te onderhouden. Vluchten zag hij als enige optie. Staring: 'Er is in Eritrea geen oorlog zoals in Syrië, maar burgers hebben alle reden het land te verlaten.'

Maar waarom neemt het aantal Eritrese vluchtelingen dan nu juist toe? Het gaat toch al heel lang niet goed in het land. Dat heeft volgens Jan Abbink, onderzoeker van het Afrika Studiecentrum in Leiden, meerdere oorzaken. De toenemende repressie, de gedwongen rekrutering voor het leger, uitzichtloosheid door verdere verzwakking van de economie, gaten in de grenscontroles, de actievere smokkelnetwerken en 'fashion': vluchten is in onder jongeren; je bent een loser als je het niet probeert.

Mirjam van Reisen is somber over de integratiekansen van de Eritreeërs. Hun geestelijke gesteldheid noemt ze zeer zorgelijk. Naast de trauma's die zij hebben opgelopen, zijn zij perspectiefloos opgegroeid. Veel kinderen hebben een vader die of jarenlang in het leger dient, in de gevangenis zit, is verdwenen of met moeite als boer of handelaar de eindjes aan elkaar knoopt. De inkomsten worden vaak grotendeels besteed aan de grote sommen geld die gevluchte familieleden aan smokkelaars moeten betalen. Daardoor brengen veel moeders, tantes en oma's de dag bedelend door in de straten van hoofdstad Asmara, zegt een Eritreeër die kortgeleden nog in zijn geboorteland op familiebezoek is geweest. 'Het onderwijs is voor jongeren geen zinvolle weg naar een zelfstandig bestaan, want ze moeten vaak voor de eindstreep is gehaald voor onbepaalde tijd in militaire dienst', zegt Van Reisen.

Beeld Jiri Buller

Geen vertrouwen in toekomst

De jonge generatie heeft geen vertrouwen in de toekomst van hun land. 'Ze begrijpen niets van de Eritreeërs die al langer in de diaspora leven. Die betalen belasting en donaties aan hun land, dromen van terugkeer. De jonge Eritreeërs die het land zijn ontvlucht, kennen alleen de armoede, de disfunctionerende regering, de perspectiefloosheid, de onderdrukking. Ze zijn stuurloos en gedesillusioneerd, over alles.' Ze hebben bovendien vaak grote schulden bij familie en smokkelaars. Die laatsten zouden hen tot in Nederland op de hielen zitten. 'Deze jongeren zijn nu ondergedompeld in de grote groep vluchtelingen. Zonder intensieve hulp kunnen we in de toekomst grote problemen verwachten.'

Van Reisen vindt het daarom nogal onverstandig dat in Nijmegen binnenkort honderd jonge Eritreeërs bij elkaar worden gezet in een studentenflat. 'Deze groep heeft veiligheid en begeleiding nodig van professionele hulpverleners bij het verwerken van trauma's. Ze moeten in feite nog worden opgevoed, leren hoe je een eigen bestaan kunt opbouwen. Beter is kleinschalige opvang tussen Nederlandse studenten, wat VluchtelingenWerk ook bepleit.'

Alleen op een flatje lijkt ook niet ideaal. Een gesprek met Samuel komt niet echt op gang. Niet alleen door zijn gezwoeg in de keuken, ook doordat om de haverklap de telefoon gaat. Vaak klinken luide monologen, die Samuel beantwoordt met enkel een 'hm'. Eén moment schiet hij overeind uit zijn stoel. Op de tv verschijnen beelden uit een voor een Gouden Kalf genomineerde documentaire. Een boot vol Afrikanen, dobberend op zee. Rouwende vrouwen bij een glanzend bruine doodskist. 'Libië, Libië!', roept Samuel paniekerig. Het houten kruis op zijn borst beweegt mee.

In gebrekkig Nederlands vertelt hij ook op zo'n boot met 'tweehonderd' Afrikanen de oversteek van Libië naar Italië te hebben gemaakt. De woorden 'een week', 'lek' en 'helikopter' komen in zijn verhaal voor. Een tolk had hier kunnen helpen natuurlijk, maar dat was een te groot risico. In de Eritrese gemeenschap zingen daarvoor te veel verhalen rond over handlangers van de dictatuur die als tolk vluchtelingen onder druk zetten geen vuile was buiten te hangen. De IND heeft onlangs twee Eritrese tolken ontslagen wegens banden met het dictatoriale regime. De echte naam van Samuel kan daarom ook beter onvermeld blijven, adviseren Eritreeërs en deskundigen die de mores kennen: zwijgen is goud, vrijuit praten is - ook in Nederland - vragen om moeilijkheden.

De spanningen en sterke sociale controle in de Eritrese gemeenschap in Nederland, maakt haar tot een naar binnen gekeerde groep. Een enkeling die zich hardop durft uit te spreken, zegt dat die geslotenheid en het sterk op Eritrea gericht zijn, de integratie van de gemeenschap ernstig belemmeren. 'De navelstaarderij en het onderlinge wantrouwen binnen de groep is zorgwekkend', zegt Afrika-specialist Jan Abbink.

Alarmbellen rinkelen

Officiële gegevens over Eritreeërs in Nederland zijn er nauwelijks, ook al hebben zij hier al een 35-jarige geschiedenis. 'Sociaal-economisch onderzoek is hard nodig', stelt Jaco Dagevos, migratiedeskundige en medewerker van het Sociaal en Cultureel Planbureau, 'zeker nu het aantal Eritreeërs toeneemt. Het is niet ondenkbaar dat de nieuwe Eritreeërs net zo moeizaam integreren als de Somaliërs, de migrantengroep met het hoogste percentage in de bijstand (70 procent). Als ik hoor dat ze laag zijn opgeleid en vaak zonder ouders hier komen, gaan bij mij de alarmbellen rinkelen. Als je als overheid geen gerichte investeringen doet in deze groep, zul je ze nauwelijks bereiken. Inburgering, scholing, werk worden dan ingewikkeld.'

Er bestaan twee officiële cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, waarvan de juistheid binnen de Eritrese gemeenschap in twijfel wordt getrokken. Zo zouden er 4.743 Eritreeërs in Nederland wonen en zou de helft een bijstandsuitkering hebben. Volgens leden van de gemeenschap zelf zijn er twee tot drie keer zoveel Eritreeërs en is de werkloosheid omvangrijker dan het bijstandscijfer doet vermoeden. Een verklaring kan zijn dat Eritreeërs jarenlang zijn geregistreerd als Ethiopiër en dat een deel in Soedan is geboren en statenloos is.

Als zoon van Eritrese vluchtelingen van het eerste uur kent Sennay Ghebreab (42) de gemeenschap goed. 'Een beperkt aantal Eritreeërs heeft een afgeronde opleiding en een betaalde baan en is goed geïntegreerd te noemen', zegt de onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. De vaak hoogopgeleide ouderen, die in de jaren tachtig tijdens de oorlog tussen Eritrea en Ethiopië naar Nederland vluchtten, spreken amper Nederlands en hebben geen betaalde baan. De tweede groep, die na de onafhankelijkheid in 1993 naar Europa uitweek, heeft wel pogingen ondernomen te studeren, maar is vaak halverwege gestrand. Ook zij zijn meer met Eritrea dan met Nederland bezig. 'Het wordt tijd dat de Eritrese gemeenschap haar energie in de eigen ontwikkeling in Nederland steekt.'

De 68-jarige Ibrahim Mohammed, voormalig hoofd van de universiteitsbibliotheek in Asmara en sinds tien jaar in Nederland, vindt dat iedere ouder het aan zijn kinderen verplicht is integratie te stimuleren. Hij heeft drie studerende kinderen. 'Een uitkering is bedelen.' In zijn huurwoning in Aalsmeer zegt hij als een vader voor de nieuwkomers te willen zijn. Samuel staat op zijn bellijst. 'De jonge Eritreeërs die nu naar Nederland komen, zijn op zichzelf aangewezen. Ze hebben nieuwe vaders en moeders nodig, die hen de waarde van onderwijs, van geld en een toekomst vertellen. We moeten hen leren zwemmen, anders verdrinken ze in de Nederlandse samenleving, net als de vluchtelingen in de Middellandse Zee.'

Alle jonge Eritrese vluchtelingen hebben hetzelfde verhaal, zegt de 25-jarige Seid Osma. Onderdrukking en perspectiefloosheid drijven hen Eritrea uit. Na een maanden- of jarenlang verblijf in Ethiopië of Soedan waagt een deel de oversteek naar Italië. Zes jaar geleden mislukte Seid Osma's eerste vluchtpoging. Militairen grepen hem voor de grens in de kraag en hij werd opgesloten in een van de beruchte ondergrondse gevangenissen in de woestijn van Eritrea. Zo'n gevangenis is niet meer dan een ondiepe kuil met een metalen deksel erop. Staan is onmogelijk. In de brandende zon verandert zo'n hol in een oven.

'Er was voor twintig gevangenen één ventilatiegat zo groot als een baksteen', vertelt Seid in redelijk Engels. De hygiëne was ver te zoeken. Het rantsoen bestond uit thee en twee stukken brood. 'Ik heb er gevangenen gek zien worden.' Na vier maanden werd hij vrijgelaten en overgebracht naar een legereenheid. 'Mijn zwarte huidskleur was lijkbleek geworden.'

Seid had er al drie onafgebroken jaren in het leger op zitten en niemand kon hem vertellen hoe lang hij nog moest dienen. Onder de soldaten zag hij mannen van 30, 40, 50 jaar, die nooit een opleiding hadden gevolgd of een baan hebben gehad en soms al hun halve leven tegen hun wil in militaire kampen leefden. Mannen die ongetrouwd waren of wel een gezin hadden, maar dat niet konden zien noch voeden. Mannen die in feite gevangenen waren in het leger van het dictatoriale regime in Eritrea. Net als hij.

Zo'n leven wilde Seid niet. 'Ik had twee opties: mijn leven slijten in het leger of buiten Eritrea een toekomst opbouwen. Tijdens mijn eerste verlof in drie jaar besloot ik te vluchten. Ik herinner me nog dat Michael Jackson een paar weken eerder was overleden. Het moet dus juli 2009 zijn geweest.'

Anderhalf jaar na zijn eerste, mislukte vluchtpoging, waagde Seid met tien jonge soldaten tijdens een tocht in een legervoertuig een tweede. Dit keer lukte het wel ongemerkt de grens te passeren en Soedan te bereiken. Twee jaar probeerde hij daar in zijn onderhoud te voorzien met baantjes bij boeren. 'Het was moeilijk. Vaak werd ik niet uitbetaald, er is veel racisme. Ik zag geen toekomst in Soedan, dus besloot ik naar Libië te gaan, samen met mijn vrouw, die ik in Soedan had leren kennen.'

De route van Soedan, via Libië naar Italië kan alleen afgelegd worden met de hulp van mensensmokkelaars. Die zijn vaak meedogenloos, vooral tegen zwarte Afrikanen. Seid heeft vluchtelingen zien sterven aan uitputting, gevangenissen van binnen gezien, ziektes overwonnen. Na de val van de Libische leider Kadhafi is hij door de UNHCR uit een gevangenis bevrijd en besloot hij een veiliger heenkomen te zoeken. 'Europa was nooit mijn doel. Toen ik in 2010 Eritrea ontvluchtte, had ik geen plan.'

Na een tocht van vijf dagen over de Middellandse Zee bereikte hij in de zomer van 2013 Italië, met zijn vrouw en hun in Tripoli geboren dochter. Deze maand woont hij twee jaar in Nederland. Met zijn inmiddels vierkoppige gezin bewoont hij een laagbouwflat in Zaandam. 'Zodra ik het hoogste niveau van mijn cursus Nederlands heb gehaald, ga ik studeren en een baan zoeken. Van een bijstandsuitkering kun je niet sparen. En ik wil ook graag mijn moeder in Eritrea steunen. Haar heb ik sinds mijn diensttijd niet meer gezien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden