Een verliefde student is zó gesjeesd

Met de commotie over de toelating van Meike Vernooy tot de universiteit is de discussie over selectie weer opgelaaid. Volgens de deskundigen is niet betrouwbaar te voorspellen of iemand een studie tot een goed einde brengt....

'ER ZIJN allerlei redenen denkbaar (...) waarom havisten en vwo'ers - die toch voor het hbo respectievelijk vwo worden klaargestoomd en geselecteerd - niet altijd slagen, zelfs niet degenen die met hoge cijfers hun eindexamen afsluiten. De opleiding valt bijvoorbeeld tegen, persoonlijke omstandigheden werken niet mee, het klikt niet met bepaalde docenten, pas nu krijgt de student helder voor ogen welke richting hij uit wil: níet deze.'

Dr. M. van Dyck schreef vorig jaar haar laatste document voor de inmiddels opgeheven Advies Raad voor het Onderwijs over Selectie voor hoger onderwijs. Voorspellen kan niet, stelt ze, maar sommige selectie-instrumenten verhogen wel de kans om uit de grote groep kandidaten de beste te vissen en de slechte te laten zwemmen.

'Het gaat er uiteindelijk om', schreef ze, 'of het mogelijk is met behulp van bepaalde instrumenten of bij zorgvuldige keuze van gegevens, voorspellingen te doen die beter zijn dan zonder deze instrumenten en gegevens.'

De discussie over selectie en loting aan de poort van de universiteit is de afgelopen week weer opgelaaid. Meike Vernooy (17) wil graag geneeskunde studeren aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, maar ze kreeg een zeer ongunstig lotnummer van de Informatie Beheer Groep uit Groningen. En dat terwijl ze voor de zeven vakken die meetellen - ze deed in negen vakken eindexamen - gemiddeld een 9,6 stond. De Erasmus Universiteit wil haar toch toelaten.

Voor de opleidingen geneeskunde hebben zich dit jaar 6072 kandidaten aangemeld, terwijl het aantal plaatsen op 1750 is gesteld. Er moet dus worden geselecteerd. In Nederland bestaat al 21 jaar het systeem van gewogen loting.

Iedere vwo'er mag meeloten, maar degenen met hoge cijfers hebben meer kans. Nu de Erasmus Universiteit Rotterdam heeft besloten Meike Vernooy zonder loting toe te laten, vanwege haar prestaties en motivatie, is de vraag actueel hoe je het beste mensen voor een opleiding kunt selecteren.

Er zijn talloze boeken en rapporten volgeschreven over dit onderwerp. Bijvoorbeeld: Selectieproblemen - De beoordeling van geschiktheid voor functie, studie en beroep van prof. dr. S. Wiegersma uit 1964, Toelating tot de numerus fixus opnieuw in discussie van selectie-deskundige drs. B. Wilbrink, uit 1980, of Erasmus' eigen prof. dr. A. Hazewinkel, die in 1971 een artikel schreef: Enkele gedachten over selectie voor het medisch hoger onderwijs. En vorig jaar was de Duijkerlezing door prof. dr. P. Drenth van de Vrije Universiteit getiteld: Selectie van een goede student is lastig.

De gewogen loting is volgens Drenth een compromis tussen het zogenoemde rechtvaardigheidsmodel en het rendementmodel. Het eerste gaat uit van gelijke monniken, gelijke kappen. Het voortgezet onderwijs is al zo selectief dat iedereen die aan de poort van de academie klopt, geschikt is voor een wetenschappelijke studie. Iedereen mag meeloten, met gelijke kansen. Dat is het rechtvaardigst.

Het rendementmodel gaat een stap verder. Als er toch moet worden geselecteerd, dan moeten ook maar de allerbesten eruit worden gehaald, ook al zijn ze allemaal goed. Het model gaat uit van maximilisatie van nut: men probeert kandidaten te weren die ongeschikt zijn de studie met vrucht te volgen.

Drenth waarschuwt vooral. Alles wat men kan bedenken over selectie en loting is vooral intuïtief. De vader van Meike Vernooy kon niet stoppen te benadrukken dat iedereen die hij kende, het zo onrechtvaardig vond dat zijn dochter geen geneeskunde mag studeren.

Drenth: 'De voorspellende kwaliteit van de te gebruiken indicatoren dient proefondervindelijk te worden aangetoond. Daar schort het vaak aan. Men claimt allerlei intuïtief onweerlegbare samenhangen tussen studieresultaten en schoolcijfers, gedragsbeoordelingen, motivatie- en interesseschattingen en wat niet al.

'De uitvoerige onderwijsresearch heeft ons wat dit betreft goed mores geleerd: wees sceptisch ten aanzien van je intuïtie, wantrouw je subjective evidentiegevoel, ga uit van geen of een te lage correlatie tot het tegendeel is bewezen.'

De vader van Meike Vernooy en de gymnasiaste zelf zullen nog wel uit de grond van hun hart verzekeren dat Meike zeer gemotiveerd is. Maar als dochterlief na een aantal weken Rotterdam hopeloos verliefd wordt, kan de genegenheid voor de wetenschap wel eens snel verkoelen. Gebeurt natuurlijk niet, maar hoe moeten de loters in Groningen dat weten?

Drenth tijdens de Duijkerlezing: 'Uit de wat oudere publicaties kwam al naar voren dat de voorspelmogelijkheid van studiesucces op de universiteit in het algemeen zeer bescheiden is - in ieder geval zo laag dat er niet veel grond is voor optimisme.

'Intelligentietesten doen het verrassend slecht en er zit evenmin muziek in de meting van persoonlijkheidskenmerken als prestatiemotivatie, faalangst, en dergelijke, en zeker niet als die ook nog op een onbetrouwbare manier worden geschat, zoals in een toelatingsgesprek.' Minister Ritzen van Onderwijs pleitte onlangs voor zo'n gesprek. Maar de commissie die hij al een half jaar aan het instellen is - en die hem moet adviseren over de lotingsprocedure - verwijst dit idee op grond van wetenschappelijke onderzoek naar het rijk der fabelen.

De adviescommissie Toelatingscriteria wetenschappelijk onderwijs (de commissie-Warries) die ex-staatssecretaris Klein instelde nadat hij de gewogen loting in 1975 had geïntroduceerd, schreef in haar eindrapport in november 1976: 'Het persoonlijk gesprek kan aanleiding geven tot het uitleven van vooroordelen. Het is dan ook gebleken dat interviewers die onafhankelijk van elkaar optreden, dikwijls tot verschillende resultaten komen.'

HET ENIGE dat overblijft, is het gemiddelde eindexamencijfer. Onderzoeker dr. R. Bijleveld concludeert in zijn boek Numeriek rendement en studiestaking dat de beste voorspeller nog het gemiddelde eindexamencijfer is. Maar, concludeert Bijleveld, dat is eigenlijk alleen voor het eerste jaar van de studie.

En dan nog is het verband zo laag dat selectie louter op basis van dat cijfer niet is te rechtvaardigen. Dat wil zeggen: het aantal ten onrechte afgewezenen zal ongerechtvaardigd hoog zijn.

Het rapport van een ministeriële werkgroep selectie van 12 juni 1973 maakt een voorbehoud op alle stellingen die op selectie betrekking hebben. 'De validering van predictoren vergt veel tijd, omdat deze moet geschieden in een longitudinale studie - een studie over meerdere jaren. De aanwezige informatie heeft daarom steeds betrekking op studentengeneraties waarvan de meeste leden de universiteit reeds weer hebben verlaten.

'Zolang in de aard van het aanbod en in het niveau van de studie geen grote veranderingen optreden, is de tijdvertraging geen bezwaar. Wordt aan deze voorwaarden niet voldaan dan zijn nieuwe studies nodig, wil men op verantwoorde wijze van predictoren gebruik maken.'

Met de introductie van de prestatiebeurs - waar van de student meer dan ooit wordt verlangd snel te studeren - is het gerechtvaardigd te veronderstellen dat de universiteit duidelijk andere studenten kweekt. Studenten zullen zich vooral richten op het behalen van tentamens.

Hoewel een studie natuurlijk niet hetzelfde is als een middelbare school, beginnen universitaire en middelbare-schoolopleidingen wat gerichtheid op het halen van cijfers betreft steeds meer op elkaar te lijken. Dat zou de voorspellende waarden van eindexamencijfers kunnen verbeteren. We zullen dit alleen pas weten nadat een nieuwe generatie studenten jarenlang is gevolgd.

Jan 't Hart

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden