Een verhitte stad

Op zijn best is het tamelijk onschuldig licht-erotisch vertier, in het slechtste geval zijn het regelrechte bordelen. De 1250 dance bars in Bombay bieden werkgelegenheid aan 75 duizend vrouwen, maar een verbod dreigt....

Door Rob Vreeken

Een jonge vrouw in sari besprenkelen met bankbiljetten van 10 rupees: voor de Nederlandse nieuwkomer is het een ongemakkelijke, ja gênante handeling.

Voor de andere mannen in Topaz lijkt het routine. Een beetje blasé hangen zij in hun stoelen, opgesteld langs de muren van een rechthoekige ruimte met gekleurde lichtjes. Ze kletsen wat, nemen een slok van hun bier of whisky, kijken met neutrale blik naar de verrichtingen van acht heupwiegende meisjes op de dansvloer en werpen zo nu en dan een handvol rupees in hun richting. Uit de speakers klinken Bollywood-liedjes, populaire Indiase filmmuziek.

Het lijkt een toneelstukje. Bij de entree van Topaz, aan Grant Road in Bombay, had de portier met een buiging, een ferme handdruk en een grijns van twee decimeter de clientèle verwelkomd. Op de route naar boven waren nog drie van zulke begroetingen van mannen in kostuum gevolgd.

In de bar draait de hele mise-en-scène om geld. Geld dat in de lucht boven de danseressen zweeft en langs hun lichamen naar beneden dwarrelt. Geld op de dansvloer. Geld op de stoelen en tussen de glazen op de tafeltjes. Geld dat in het plafond is blijven steken.

Een man in zwart pak harkt de bankbiljetten vlot bijeen en deponeert ze achter de bar. Telkens komt hij terug, want steeds opnieuw - en onveranderlijk verveeld - werpen mannen langs de kant stapeltjes biljetten van 10 rupees (20 eurocent) in de lucht. Wie geen biljetten van 10 rupees meer heeft, wisselt wat honderdjes of een duizendje bij een personeelslid in het zwart. Een kelner strooit biljetten met pakken tegelijk uit, alsof hij de kippen aan het voeren is; opdracht van een rijke klant of een rondje van de zaak? Sommige mannen staan op om een handvol rupees los te laten boven het hoofd van een dansmeisje.

Waarschijnlijk komt aan deze verderfelijke toestand binnenkort een eind. Topaz is een zogeheten dance bar, en de regering van de Indiase deelstaat Maharashtra, waarvan Bombay de hoofdstad is, heeft een verbod afgekondigd op dit vertoon van moreel verval, zoals de autoriteiten het zien.

De dance bars 'verpesten de jeugd', zei Maharashtra's vice-premier R. R. Patil in april. 'Dit komt allemaal uit het Westen. We zullen niet toestaan dat decadente invloeden onze cultuur ondergraven.'

De dansmeisjes zijn boos over het aanstaande verbod. 'De werkgelegenheid van 75 duizend meisjes in Bombay alleen al staat op het spel', zegt Varsha Kale, voorzitster van hun vakbond, de Bharatiya Bargirls Union. 'Zij lopen het gevaar in de commerciële seksindustrie terecht te komen.'

De vraag is: záten ze daar dan al niet in?

De dance bars, in 1977 in Bombay ontstaan, hebben een troebel imago. Op z'n best gaat het om een brave Indiase variant van Teasers, de beer and babes-tent aan het Amsterdamse Damrak: een licht erotische prikkeling stimuleert de mannelijke klant zoveel mogelijk geld te verbrassen. Het contact tussen man en meisje kent duidelijke grenzen. Klant voelt zich hele bink, meisje verdient goed en blijft ongeschonden. Iedereen blij.

Op z'n slechtst is de dance bar een regelrecht bordeel: man maakt keuze uit het aanbod op de dansvloer, legt contact en trekt zich met meisje terug in peeskamertje of hotel.

De werkelijkheid beweegt zich ergens tussen beide polen, maar waar precies, daarover lopen in Bombay de meningen uiteen.

Varsha Kale (geen dansmeisje, maar een feministisch activiste) bevindt zich met haar oordeel aan de nette kant van het spectrum. De dance bars zijn géén hoerenkasten, benadrukt zij. 'Het komt wel voor. Sommige bareigenaren zijn betrokken bij prostitutie. Maar dat is een kleine minderheid.'

Daartegenover staan verhalen in de Indiase pers van verslaggevers die proefondervindelijk vaststelden dat de dansmeisjes makkelijk te bewegen waren - tegen betaling - tot veel meer lichamelijke toenadering dan een simpel kushandje. Maar Kale zegt: 'De relatie die een meisje met een klant opbouwt, kan uitmonden in gemeenschap. Dat kan moeilijk commercieel sekswerk worden genoemd.'

In Topaz valt daarvan vooralsnog niets te merken. De choreografie (een lijzig wiegen) bevat geen seksuele toespelingen. Mochten er al 'westerse invloeden' zijn, dan hebben ze lokale schutkleuren aangenomen. De meisjes - allemaal mooi en zo te zien in de twintig - hebben boven hun lange rokken de buik bloot, maar dat is in India niet ongebruikelijk. Soms waagt een van de mannen een dansje, zonder fysiek contact. Wel wordt er continu lieflijk geglimlacht naar de klanten en gelonkt uit ooghoeken. Elk meisje concentreert zich op één tafeltje met mannen.

Die gerichte aandacht is het geheim van de dansmeisjes, legt de schrijver Suketu Mehta uit in Maximum City, een vorig jaar verschenen bestseller over Bombay. Mehta krijgt door zijn vriendschap met een van Bombays mooiste dansmeisjes - pseudoniem: Monalisa - een kijkje achter de schermen. Elke vaste, goedbetalende klant geeft zij de indruk voor haar iets bijzonders te betekenen. Het spel wordt zo lang uitgesmeerd tot aan seks niet meer valt te ontkomen. Vaak is de betovering dan voorbij .

Of zo de mores zijn in alle dance bars, is niet duidelijk. Topaz bijvoorbeeld is een van de twee bekendste en chicste danstenten in Bombay, en kan zich geen ruige toestanden veroorloven. Bij het verlaten van de bar kregen we een fijne Topaz-sleutelhanger.

Maar de stad telt naar schatting 1250 dance bars. Daaronder zijn heel wat louche, bedompte tenten. De clientèle - voor het merendeel dertigers en veertigers - loopt uiteen van geslaagde zakenmannen tot lage middenklasse. Vermoedelijk komt prostitutie vaker voor dan Varsha Kale beweert.

Sowieso bestaat er een directe link tussen de meisjes en de seksindustrie, zegt ook Kale. De meesten komen uit Noord-India, waar de vrouwen in sommige tribale groepen zich van oudsher toelegden op dansen, de mujra.

'Doordat de mujra-cultuur in het slop raakte, trokken veel families in de jaren zeventig en tachtig naar Bombay. De meisjes gingen als prostituee werken in Kamathipura en andere rosse buurten.' De opkomende dance bar-cultuur gaf hun vervolgens de mogelijkheid aan de seksindustrie te ontsnappen. allemaal lechter zijn de vrouwen daar niet op geworden.

Volgens Kale verdient een prostituee 50 tot 200 rupees per dag, een barmeisje minimaal 500 rupees per dag. 'Dat kan oplopen tot maximaal 25 duizend.' Een naar Indiase begrippen krankzinnig bedrag, maar wie de biljettenregen in Topaz heeft gezien, kan zich er iets bij voorstellen.

De dance bars zijn een grootstedelijk verschijnsel, typisch Bombay ook. 'Bombay gonst en bonst van seksuele energie', schrijft Suketu Mehta. 'Een stad van mannelijke migranten zonder echtgenotes. Een verhitte stad.'

De succesformule heeft de stadsgrenzen inmiddels gepasseerd. Heel Maharashtra kent nu dance bars, en ook in de steden Bangalore en Hyderabad (waar net als in Bombay de nieuwe middenklasse snel groeit), dwarrelen de rupees volop. De rest van India kent de biljetten-dans hooguit van privéfeestjes.

De Engelstalige pers van Bombay schrijft met verontwaardiging over het dreigende verbod. Het wordt gezien als betutteling en zedenmeesterij. 'Politiestaat', kopte de krant Mid-Day met chocoladeletters. 'De autoriteiten vallen Bombays liberale cultuur aan en behandelen ons als kinderen. Is dit een democratie van vrije mensen of een Taliban-staat?' Ook is er - wat minder opgeklopt hijgerig - zorg over het lot van de dance barmeisjes.

Hun vakbond bestaat ongeveer anderhalf jaar. Varsha Kale, tevens voorzitter van de feministische Womanist Party of India, hoorde van partijleden uit de sloppenwijken over het fenomeen van de dansmeisjes. 'Ik vroeg me af waarom de bestaande vrouwenorganisaties zich niets van hun lot aantrokken. Maar die worden geleid door vrouwen uit de hoge kasten en hoge klassen. Zij associëren dance bars met criminaliteit. Daar blijven ze liever verre van.'

Dus deed Kale zelf maar iets. Zij zocht de vrouwen op in de nachttreinen waarmee zij na het werk naar huis gaan en won hun vertrouwen. De jonge vakbond zegt al twaalfduizend leden te hebben. 'Ze waren makkelijk te organiseren', zegt Kale. 'De meesten zijn van eenvoudige komaf, maar er zijn er heel wat die de krant lezen en het televisienieuws zien.'

Al voor de oprichting van de Bharatiya-vakbond hadden de danseressen hun positie weten te verbeteren. De meesten werken niet langer in dienstverband, maar freelance. De gage bestaat volgens Kale uit 70 procent van de fooien, het van de dansvloer opgeraapte geld. 'Een bareigenaar heeft geen controle over de meisjes. Ze staan erg sterk. Ze zijn een soort partners van de eigenaren.'

Het klinkt rooskleurig. Er gaan ook verhalen over dwang, misbruik, agressieve klanten. En de Bharatiya Bargirls Union heeft wel degelijk een paar harde noten te kraken met de werkgeversbond, die is getooid met de strijdbare naam Fight for Rights of Dance Bar Owners.

Maar op het moment trekt de dansmeisjesbond nog samen op met de bareigenaren. Het verbod van de deelstaat ondervindt enige bestuurlijk-politieke vertraging, de eigenaren dreigen naar het Hooggerechtshof te stappen en de meisjes zullen niet schromen met z'n tienduizenden joelend het centrum van Bombay te bezetten, zoals ze al eerder deden, of de deelstaatminister op te sluiten in zijn kantoor - gherao'en, heet dat in India .

Als dat allemaal niet helpt, dreigt een geforceerde terugkeer naar de bordelen van Kamathipura. Daar geen 25 duizend rupees per nacht, geen fijne sleutelhangers, geen heupwiegen op Bollywoodliedjes. Wel het aidsvirus.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden