Een vergiftigde vrucht

Nederland stond met politici als Ruud Lubbers, Wim Kok en Frits Bolkestein en de topambtenaren Ben Bot en Henk Brouwer vooraan bij de geboorte van de euro. De hoofdrolspelers kijken terug. Hoe Nederland vergeefs probeerde een degelijke munt te smeden.

Ex-minister Ben Bot (74) heeft de lange mars naar de euro van begin tot eind meegemaakt. Als topambtenaar van Buitenlandse Zaken (1989 -1992) en als Nederlands permanente vertegenwoordiger bij de Europese Unie in Brussel (1992 - 2002). Hij zat dertien jaar aan de onderhandelingstafels. Hij weet hoe moeilijk het is om een andere lidstaat de onverbloemde waarheid te zeggen.


Bot werkt nu als lobbyist aan het fraaie Lange Voorhout in Den Haag. In een zonovergoten kamer herinnert hij zich hoe de landen die wilden meedoen aan de euro eind jaren negentig hun begrotingen moesten voorleggen aan de Ecofin, de raad van ministers van Financiën. 'In de stukken waren de cijfers in orde, maar iedereen wist wel dat de Grieken zaten te knoeien. Men was buitengewoon kritisch. Maar ja, het is pijnlijk om ronduit te zeggen: jullie belazeren de kluit. En dus was het parool: Griekenland is maar 2 procent van de Europese economie, wat maakt het uit. Wat meer steun, dan knapt het land vast wel op. Europa is een koehandel, een pasar malam. Je ontziet elkaar.'


Waar ging het mis met de euro? Er wordt tegenwoordig vaak gesproken van een weeffout of een geboortefout. Het toeval wil dat Nederland bij die geboorte een sleutelrol speelde. Op de top van Maastricht (1991) werd besloten dat de euro er zou komen. Op de top van Amsterdam (1997) werd afgesproken welk toelatingsexamen de deelnemende landen moesten doen op het gebied van tekorten en schulden. Van meet af aan waren er twijfels. Bij de gezaghebbende Amerikaanse econoom Barry Eichengreen bijvoorbeeld. Hij concludeerde al in 1992 dat de euro weinig levensvatbaar was en dat er enorme risico's werden genomen. Zijn artikel Should the Maastricht Treaty be saved? werd onlangs uitgebreid aangehaald in het boek Europa in crisis van het Centraal Planbureau.


Maar hoe kijken de Nederlandse hoofdrolspelers zelf terug? Oud-premier Wim Kok (73) is naar de afspraak gekomen op de fiets die de regeringsleiders in 1997 cadeau kregen tijdens de top in Amsterdam. Die fiets doet het nog wél, grapt hij. Het verhaal van de euro begint voor hem ergens in de jaren tachtig. Iedereen had destijds de mond vol van 'eurosclerose'. 'We hadden een reeks van jaren achter de rug met geweeklaag. Europa gold als de zieke man van de wereldeconomie: veel verstarring, angst voor technologie, weinig vitaliteit.'


Vooral door toedoen van de voorzitter van de Europese Commissie, de Fransman Jacques Delors, keerde het elan terug. De open markt moest er komen. Kok was destijds minister van Financiën. Premier was Ruud Lubbers (72), die energiek bij Delors aansloot. Hij vertelt over de telefoon: 'Tweede helft jaren tachtig ging het goed met die ene markt. Nu de volgende stap, een munt. Misschien later ook één legeruniform, was de gedachte.'


In het najaar van 1991 vervulde Nederland het voorzitterschap van wat toen nog de Europese Economische Gemeenschap heette. Het centrum-linkse kabinet-Lubbers had grootse plannen: op de top in Maastricht in december zou een historische stap naar een federaal Europa worden gezet. Er zou niet alleen tot een monetaire unie worden besloten, maar er zou ook een politieke unie komen. Met vergaande bevoegdheden voor de Europese Commissie.


Het werd een enorme deceptie - de Fransen wilden absoluut geen politieke verzwaring van Europa. Lubbers herinnert zich dat president François Mitterrand hem toevoegde: 'Monsieur Lubbers, le Parlement Européen est zéro, la Commission Européenne est zéro, zéro plus zéro fait zéro.' Anders gezegd: vergeet die politieke unie.


Het diplomatieke echec van Nederland zou als Zwarte Maandag de geschiedenis ingaan, maar stond het besluit om met een Europese munt te beginnen niet in de weg. Bot, destijds secretaris-generaal op Buitenlandse Zaken: 'We laten ons niet kisten, was het gevoel.' Het Verdrag van Maastricht legde de basis voor de Economische en Monetaire Unie, compleet met gemeenschappelijke munt.


De champagneflessen in Château Neercanne gingen open. Lubbers beschouwt 'Maastricht' nog altijd als zijn grootste succes. Maar er waren ook aarzelingen. Een vroege criticus was André Szász, die als directeur van De Nederlandsche Bank (DNB) meermaals waarschuwde voor de gevaren van een monetaire unie zonder politieke component. Maar hij werd als een onheilsprofeet gezien.


Bot was in beginsel voorstander van een gemeenschappelijke munt, die zo logisch bij de open markt hoorde. Maar: 'Je wordt er als het ware spartelend ingeduwd.' Kok, toentertijd minister van Financiën in het kabinet-Lubbers, erkent dat er van meet af aan twijfels waren over het europroject. 'Iedereen die zijn hersens gebruikte, voelde wel dat er iets wrong. Een entiteit die geen eenheid was, moest wel leiden tot onbalans.'


Daarom moesten er strakke criteria komen voor de deelnemende landen. Zeer strakke criteria, als het aan Duitsland en Nederland lag. Dat werd uiteindelijk de bekende trits: maximaal 3 procent begrotingstekort, een nationale schuld van uiterlijk 60 procent van het BNP en geringe inflatie. Daarover is in de aanloop naar de top van Amsterdam in 1997, waar de regeringsleiders zo gezellig op de fiets rondreden, een paar jaar lang slag geleverd.


Bot, die namens Nederland onderhandelde in Brussel: 'Dat zijn geweldige ruzies geweest na Maastricht. Duitsland en Nederland aan een kant, tegen de Spanjaarden en vooral de Fransen.' Henk Brouwer (65) was in die periode thesaurier-generaal, de hoogste ambtenaar van het ministerie van Financiën. Hij onderhandelde vanuit Den Haag over wat later het stabiliteits- en groeipact is gaan heten. 'In 1997 kreeg Frankrijk een nieuwe, linkse regering. Toen zijn de Fransen gaan difficulteren. Er lag een voorstel voor automatische sancties voor zondaars die de regels van het pact overschreden. De Fransen zeiden: die macht heeft het verdrag niet. De formule werd dat er as a rule straffen zouden komen. Er staat wel twintig keer 'as a rule' in - dan weet je dat er heel veel uitzonderingen zijn.'


Bot is terugkijkend niet onder de indruk van het akkoord dat in Amsterdam werd beklonken. 'Dat stabiliteitspact zat zo vol escapes.' Lubbers zegt zelfs dat het Verdrag van Amsterdam, waar de criteria uiteindelijk werden vastgelegd en ondertekend, 'een vergiftigde vrucht' is gebleken. Hij was in 1994 vertrokken als premier, PvdA-leider Kok nam zijn intrek in het Torentje. Maastricht was een succes in Lubbers' ogen, de muren van het huis stonden. Maar het dak kwam er naar zijn oordeel nooit op. 'Maastricht was een Unvollendete. Bij het groei- en stabiliteitspact vroeg ik mij af: waar zijn de instrumenten? Waar is de minister van Financiën die erbij hoort? En een echte centrale bank, die discipline oplegt?'


Zo zag Kok het niet en zo ziet hij het nog altijd niet. 'Zelf heb ik in Amsterdam de raad voorgezeten en geen concessie gedaan die op of over de rand was. Van het grootste belang was dat de landen zich voornamen dat ze zouden hervormen en concurrerend zouden worden. De euro was geen verzekeringspolis waar je in kunt stappen met een lage premie, waarna je er veel voor terugkrijgt. Elk land moest er serieus aan trekken en dat is ook tot na de eeuwwisseling gebeurd.'


Eerder was er al in de Tweede Kamer over de toelatingsregels voor de euro gedebatteerd. Toenmalig VVD-leider Frits Bolkestein (78) had grote aarzelingen en hechtte zeer aan strenge criteria. 'Kok zei toen dat de toegangscriteria in marmer gebeiteld waren en dat hij die boven zijn bed zou hangen. Ik zei toen quasigrappig: als het touwtje dan maar niet breekt.'


'Nee' zit niet in het repertoire

Dat was allemaal nog betrekkelijk algemeen. Maar na Amsterdam begonnen de echte gevechten over deelname aan de euro. En over de eerste president van de centrale bank (ECB) in Frankfurt. Toen bleek al snel dat nee zeggen niet tot het repertoire hoorde. Bolkestein herinnert zich hoe hij zich in 1998 verzette tegen het lidmaatschap van Italië. 'Gerrit Zalm was minister van Financiën, die is tegen de Italianen in het krijt getreden. U weet dat hij il duro en il perfido werd genoemd. Ikzelf ben ernstig belobbyd door de Duitse christen-democraat Karl Lamers en een vooraanstaande Italiaan van de Partito Radicale. Ik ben toen ook bij de chef van de Bundesbank geweest, Hans Tietmeyer. Die zei: ik ben ambtenaar, ik kan het niet doen. Maar Herr Bolkestein, Sie haben so einen guten Ruf. Houdt u die Italianen tegen. Maar Helmut Kohl wilde er niet van weten, Italië was immers een Gründerstaat.'


Bolkestein ging ook bij Brouwer langs op het ministerie van Financiën. Of hij niet ook dacht dat Italië er niet bij mocht. Dat vond Brouwer niet relevant omdat er geen draagvlak voor was. 'Ik heb tegen Bolkestein gezegd: de enige relevante vraag is of we gaan starten.' Op zijn beurt sprak Brouwer met Bundesbankpresident Tietmeyer en de Duitse minister van Financiën Theodor Waigel. 'Waigel zei: Italië erbuiten houden kan niet. Dan wordt Italië een horzel. Dan wordt het nooit stabiel. Tietmeyer opperde: waarom stellen we de invoering niet uit? Dat gevoel werd bij ons breder gedeeld. Maar er was een enorme drive om tot een monetaire unie te komen. Wij konden wel waarschuwen, maar niet blokkeren.'


Lees verder op pagina 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden