Een verbaasde Rabotrein

Er kleeft iets aan de wielerploeg van Rabobank dat ik niet, nou ja, onverdraaglijk vind, daarvoor ben ik te veel bewonderaar, maar wel vervelend, lullig, jammer. Precies krijg ik de vinger er niet op, al ben ik zeker dat er een woord voor bestaat.

Je wil aan een wandeling beginnen als je merkt dat je tas te zwaar is. Je opent de gordijnen naar een werkelijk schitterende dag en bedenkt dat moeder nog op station Harderwijk moet staan. Zoiets, ik weet niet.

Ze versturen ook van die typische Rabobankploeg-berichten via internet, teksten waaraan je de bron onmiddellijk herkent: 'We konden niet mee.' 'We vinden het jammer.' 'We hebben gemengde gevoelens.'

Zou het aan het eten kunnen liggen, de voedingssupplementen? Is de Aicar, de nieuwste doping, zaterdag door de Telegraaf bekendgemaakt, die muizen 78 procent meer uithoudingsvermogen geeft, niet goed gedoseerd?

Kan het aan de training liggen? Is het een combinatie van factoren? Dat kan altijd. Je kunt twee prima elementen hebben, een uitstekend concept en een geweldige renner bijvoorbeeld, en toch merken dat van beide, als je ze samenbrengt, zoals bij magere yoghurt en Roosvicee, weinig overblijft.

Zit het in het materiaal, de selectie van de renners? Hebben ze zoveel gepraat dat de spontaniteit, het plezier en de intuïtie naar huis zijn gegaan? Of is er, behalve in het oog van de toeschouwer, helemaal niet zoveel aan de hand?

In de finale van Milaan-Sanremo plaatste Johnny Hoogerland (Vacansoleil) zaterdag een lekkere aanval. Hij werd meteen ingehaald. Toch blijf je na zo'n aanval nog even nagrijnzen. Dat was mooi geweest, denk je, ja, dat was echt mooi geweest.

Bij Rabobank denk je zoiets bijna nooit.

Ze hadden lang gewacht, de Rabo's, tot aan de klim voor de afdaling naar de finish. Niet alleen Rabo wachtte, ze wachtten allemaal; La Primavera is een wachtklassieker. Maar aan de voet van de Poggio gingen ze, de Rabomannen, onze mannen - in een trein van vier trokken ze het peloton slank. Je hart maakte een huppeltje van nationale trots.

Lang duurde het niet, wel opmerkelijk kort, totdat iedereen, alleen of met een groepje, de Rabotrein voorbij denderde. De Rabo's hadden het niet verwacht. Dat kon je zien aan de verbaasde gezichten waarmee ze opzij keken. Het was pijnlijk zo gemakkelijk als het ging; thuis kon je het horen fnuiken.

Langzaam zakte de Rabotrein weg in het peloton. Als ploegleider Maassen niet 'Verspreiden!' door de oortjes had geroepen, was de verbaasde Rabotrein afgezakt tot ze de laatste vier renners van het peloton waren geweest.

Na afloop zei ploegleider Maassen: 'Ik heb een goede ploeg aan het werk gezien, maar je wordt uiteindelijk afgerekend op het resultaat.'

Ja, daar sprak de ploegleider ware woorden na de komma. Ik had geen goede ploeg aan het werk gezien, eerder een ploeg die berust. Misschien is dat wel dat vervelend is, de kalme, bedachtzame berusting die het enthousiasme van de fan een beetje belachelijk maakt.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden