Column

Een verbaasd koekeloerende kameel zou leuker zijn

Ik ben een van de beste tattoo-negeerders van Nederland.

Douwe Bob. Beeld ANP

Ik zit nu al twee dagen lang aan die keeltattoo van Douwe Bob te denken. Voor wie het nog niet heeft gezien: er kolkt een roos van inkt uit zijn overhemd, waarmee Douwe wil zeggen dat we eigenlijk allemaal een soort van roos zijn, een beetje. Een roos op je keel, dat is toch weer heel andere koek dan Tante Berta, die op kosten van de hele familie een dolfijntje in haar hiel mag laten prikken.

Ik vind het jammer dat Douwe voor een roos heeft gekozen. Een verbaasd boven Douwes overhemd uit koekeloerende kameel zou leuker zijn geweest. Of desnoods een hele domme eekhoorn, met een nootje in zijn linkerpoot. Dan zet je iets neer. Een anker op zijn voorhoofd, had ook gekund.

De verhalen zouden dan ook beter zijn geweest. 'Waarom een kameel? Ja, dat gaat heel ver terug. Ik was een jaar of 7 en toen was ik met mijn ouders naar het strand en ik zit zo'n beetje met mijn schepje te pielen en toen stond opeens mijn moeder naast me en die zei - dat vergeet ik nooit meer - als je zo zit, met die schep en dan dat haar van je en dat mondje, dan ben je net een kameel, en toen slikte ik en ging mijn keel een beetje heen en weer, dus voor mij staat de kameel voor geborgenheid. (...) 'Ja, inderdaad, dat is waar, als ik die dag op een Gele Boomklever had geleken, dan stond die nu op mijn keel.'

Dat is het vervelende van mensen met een tattoo, dat ze er steeds over willen praten. Als je aan Eric Corton vraagt: 'Wat heb jij nou op je pols? Dat lijkt wel een gitaar', dan wil hij meteen bij je intrekken. Ik maak graag gebruik van die enorme gretigheid. Ik ben een van de beste tattoonegeerders van Nederland. Al hebben ze zes kutten in hun gezicht laten tatoeëren, ik zeg er niets over. Daar kunnen getatoeëerden heel slecht tegen.

Nog niet eens zo heel lang geleden was ik bij vrienden op bezoek. Tijdens het eten trok opeens een man die ik niet kende - Peter heette hij - zijn shirt uit. Dat was al een beetje gek, want we zaten gewoon binnen, met zijn zessen aan de eettafel. Het at behoorlijk vervelend, met die halfnaakte man tegenover mij. Op zijn borst waren vier vechtende zwanen getatoeëerd met daaronder de tekst Swans Forever in the Glory of My Father.

Ik zweeg. Steeds nadrukkelijker ging hij met zijn lichaam over tafel hangen. Kon hij zogenaamd weer net niet bij de schaal met friet. Om de twee minuten hing er een zwanenkop vlak boven mijn bord. Ik zag nu dat zijn tepels heel kunstig deel uitmaakten van de afbeelding. Twee vallende sterren.

Ik merkte dat het de bedoeling was dat ik iets ging vragen over die tattoo en daarna zou ik een avond lang moeten luisteren naar een lulverhaal over een blinde Japanse tatoeëerder die, vlak voor het licht uit zijn beider ogen verdween, deze tattoo als eerbetoon aan Kamarizi, zijn leermeester, op de borst van Peter van der Kootbruggen uit Heiloo had gezet.

Peter stond nog eens op en rekte zich uit. Er trok een rilling door de zwanen. Ik moest iets zeggen. De stilte werd ondraaglijk. Ik zei: 'Mag ik de cocktailsaus?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden