Een ven als een vieze boerensloot

Natuurgebied De Rouwkuilen in de Peel geldt als een van de meest verzuurde locaties van Nederland. Maandag stond er een delegatie ambtenaren in de modder....

René Didde

'HIER HEEFT u een schepnetje en daar ligt een verrekijker. Gaat u nu zelf eens kijken wat er in dit vennetje nog aan natuur te vinden is.'

Bioloog drs. Rolf Roos van de milieu-organisatie Natuur en Milieu zet een gezelschap van dertig medewerkers van de ministeries van Milieubeheer, van Landbouw, van Verkeer en Waterstaat en van Economische Zaken aan het werk. Ook het RIVM is present. Prof. dr. Klaas van Egmond glibbert over de oever van het ven. Met een schepnet vist de directeur Milieu van het instituut enkele rugzwemmers en bootsmannetjes uit het water.

Plaats van handeling is een van de meest verzuurde gebieden van Nederland, het 36 hectare grote natuurreservaat De Rouwkuilen in het hart van de Peel, tussen Venray en IJsselsteyn, waar Natuur en Milieu een veldsymposium organiseert. Het natte heidegebied rondom het ven ligt ingeklemd tussen tientallen kolossale varkenshouderijen en pluimveebedrijven.

De Rouwkuilen is opgegeven gebied. Karakteristieke heidevegetatie als beenbreek, zonnedauw en klokjesgentiaan, en niet te vergeten de waterlobelia, bleek niet opgewassen tegen de honderd kilogram stikstof die in de jaren tachtig jaarlijks per hectare neerdaalde. Sindsdien geldt het gebied als veldlaboratorium voor wetenschappers die er de effecten van verzuring bestuderen.

'Veel van hetzelfde', zo analyseert Roos de toestand van de natuur aan de hand van de vangst en de observaties van de ambtenaren. 'Je vindt hier veel meerkoeten, talloze groene kikkers, en vooral eindeloze hoeveelheden pollen pitrus en pijpenstrootje'. Roos omschrijft het ven als een vieze boerensloot. 'Hier, mannagras', zegt hij, terwijl hij een groene spriet uit de blubber rukt. 'Groeit normaal zo'n beetje naast een mesthoop.'

Met het kwetsbare ecosysteem van het ven, dat louter wordt gevoed door regenwater, komt het vermoedelijk nooit meer goed, maar verderop op de heide is er hoop. Kruip door sluip door het kreupelhout bereiken ambtenaren landschapsecoloog dr. Roland Bobbink van de Universiteit Utrecht. Met zijn laarzen zuigend in de dikke strooisellaag wijst hij erop dat het tien jaar geleden erger was.

'De ammoniakneerslag is hier gedaald tot 35 kilogram stikstof per hectare per jaar. Maatregelen als beboeten van mestdumpingen, afdekken van mestopslag, betere stallen en het onderwerken van de mest op het land hebben dus zin', aldus Bobbink. In Nederland bedraagt de gemiddelde neerslag 35 kilogram, terwijl er volgens de doelstellingen in 2010 slechts 20 kilogram stikstof mag vallen.

De daling heeft effect op de natuur. 'Er zijn harde wetenschappelijke bewijzen dat de drempelwaarde van de ammoniakneerslag in dit gebied ongeveer 15 kilogram stikstof per hectare per jaar is. Onder dat niveau is er kans dat verdwenen vegetatie terugkeert', vertelt Bobbink.

Diep in de blubber verborgen, ligt namelijk nog een schat aan zaden, die, na verwijdering van de grasachtigen, tot kieming kunnen komen. 'Zaden van de klokjesgentiaan blijven zes jaar goed, dus die krijg je niet meer terug, maar zaden van de dopheide kunnen wel zestig jaar overleven', legt Bobbink uit. De ambtenaren knikken elkaar bemoedigend toe.

Ook het bos kan herstellen. Zelfs in de Rouwkuilen is de verzuring niet van dien aard geweest dat de dennen het loodje hebben gelegd. Het onheil van massaal Waldsterben, zoals vanuit Duitsland in de jaren tachtig zwaar werd aangezet, is uitgebleven.

'Klopt', zegt dr. Dries Boxman, milieubioloog aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, 'maar dat betekent niet dat de verzuring geen fnuikende effecten nalaat'. In het bos toont Boxman boomkronen die veel te dun zijn voor hun leeftijd. Ten overstaan van de ambtenaren wijst hij op vreemde vergroeiingen aan de bomen die het gevolg zijn van een gebrek aan sporenelementen. Ondergroei van brede stekelvaren en bramen duidt op een overdosis stikstof. 'Kortom, een slecht bos', aldus Boxman.

Het is de vraag of de gemiddelde wandelaar daarvan onder de indruk is. En ook de verstoringen in de chemische bodemprocessen gaan aan de modale recreant voorbij. 'Kan wel zijn', zegt Boxman, 'maar door de verzuring komen grote hoeveelheden aluminium en nitraat vrij. Aluminium beschadigt de wortels, en verhindert de boom om andere voedingszouten op te nemen.

Aluminium en nitraat spoelen ook uit naar het grondwater, waarna het in het drinkwater terecht komt. 'Te veel aluminium leidt tot een verhoogde kans op de ziekte van Alzheimer, en drinkwaterbedrijven kampen al met overschrijding van de normen.'

Boxman voert het gezelschap naar een bosperceel waar de boomvoeten overdekt zijn. Stammen steken door het dak. Een proefstrook wordt beregend met water van de kwaliteit van het jaar 1900, toen in Nederland ongeveer 5 kilogram stikstof per hectare per jaar viel. Een andere strook onder het dak wordt bevochtigd met 'zure regen' met de actuele concentratie van 35 kilo en een derde perceel vormt de onoverkapte controlestrook. De percelen staan vol metertjes en sensoren, die de veranderingen in de bodem registreren.

Tien jaar geleden begon Boxman met dit onderzoek, en in het perceel van de schone regen ziet de wetenschapper steeds minder stikstof in het bodemvocht. De balans tussen de voedingsstoffen herstelt langzaam. 'De bomen groeien harder, en de biodiversiteit neemt toe', aldus Boxman. Trots meldt hij de terugkeer van essentiële mycorrhiza, schimmels op de boomwortels. 'En we hebben zelfs de zeldzame oorlepelzwam op dennenappels gezien.'

RIVM-directeur Van Egmond stapt na afloop van de excursie met natte schoenen in de bus, maar hij is blij dat hij verzuring en herstelmechanismen in het veld heeft gezien, en niet vanaf papier heeft vernomen. Hij heeft wel een rapport bij zich.

'Uit voorlopig onderzoek blijkt dat we minstens onder de 25 kilogram stikstof per hectare per jaar moeten zakken. Daarboven verliezen we 20 tot 30 procent van de natuurwaarden, en blijft onder meer het risico op aluminium- en nitraatvervuiling in het grondwater groot', aldus Van Egmond.

De Rouwkuilen laat zien dat de natuur zich nog kan herstellen van de verzuring. 'Dan moeten we wel nog verder naar beneden', zegt Van Egmond. 'Het is met de verzuring als in de trein naar Groningen. We zijn in Den Haag vertrokken en dank zij de maatregelen zijn we nu gevorderd tot Amersfoort. Om onomkeerbare processen in de bodem te voorkomen, moeten we doorreizen naar Assen. Daar aangekomen, kunnen we kiezen welke natuur we nog willen in dit land, en dan al of niet doorreizen naar Groningen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden