Een veilige harmonieuze samenleving is een schone samenleving

Sander van Walsum ruimt de straten van zijn stad Haarlem op.Beeld Cigdem Yuksel

Een veilige en harmonieuze samenleving is een schone samenleving, zegt Sander van Walsum. Dus gaat hij eigenhandig het zwerfvuil te lijf.

Als de tijd en de weersomstandigheden het toelaten, maak ik dagelijks een wandeling van ten minste een uur door mijn woonplaats, Haarlem. Dat schijnt om uiteenlopende redenen goed te zijn. In mijn geval niet alleen voor mijzelf, maar ook voor mijn 'leefomgeving'.

Onderweg raap ik allerhande rommel op. Geen sigarettenpeuken, want die zijn te klein en dikwijls met het plaveisel vergroeid geraakt. Wel verpakkingsmaterialen en plastic zakjes. Eerst deed ik dat incidenteel, als mijn burgerzin het me influisterde. En ook alleen in de nabijheid van een vuilnisbak, zodat je niet als geheelonthouder een paar honderd meter met twee handen vol bierblikjes en sigarettenpakjes door de stad hoeft te sjouwen. Maar tegenwoordig neem ik vaak een vuilniszak of boodschappentas mee die ik onderweg met rommel vul. Soms is zo'n zak bij thuiskomst voor de helft gevuld. Soms is hij na een paar honderd meter al vol.

Iets van je onbevangenheid raak je wel kwijt als je zwerfvuil verzamelt. Gaandeweg kijk je vaker naar de grond dan naar de hoger gelegen delen van het landschap - waar per saldo toch veel meer te zien is. En de af te leggen route leidt gaandeweg steeds vaker langs plaatsen waar ik rommel vermoed.

Nog bedenkelijker is dat ik onderhand niet meer weet wat ik onderweg liever aantref: maagdelijke paden of rommel, waar je met een grimmig genoegen je tas mee vult. Ik stoor mij overigens niet alleen aan de vervuilers zelf maar ook, misschien nog wel meer, aan al die passanten die hoofdschuddend langs de schillen en de dozen lopen - zich afvragend waar het naartoe moet met de wereld en wanneer de mensen van de gemeentereiniging nu eindelijk eens de handen laten wapperen.

Daar staat tegenover dat ik van het opruimen liever geen demonstratie maak. Mij staat altijd nog het verhaal voor de geest van een oude Utrechter die vertelde dat Wehrmacht-officieren in het begin van de Duitse bezetting nogal nadrukkelijk zwerfvuil opraapten om de bevolking van hun goede bedoelingen of hun zin voor properheid te overtuigen. De Utrechter gooide daarom weleens de wikkel van een Kwattareep over zijn schouder om te laten zien dat hij zich niet zomaar liet nazificeren.

Überhaupt ligt bekommernis om de openbare ruimte nogal gevoelig voor een 58-jarige. Tot de verworvenheden van de tijd waarin ik opgroeide, behoorde het inzicht dat die openbare ruimte iedereen toebehoorde, en dat de ene gebruiker dus niet de wet aan de ander mocht voorschrijven. Iets daarvan klonk nog door in het verhaal over de Berlijnse graffiti-scene dat ik ooit schreef als correspondent in Duitsland. De taggers achtten het besmeuren van muren, bussen en treinen volstrekt legitiem, omdat daarmee 'het beeldmonopolie van het kapitalisme' zou worden doorbroken. Nu zal de vervuiler van een Nederlands plantsoen zich daar niet snel op beroepen, maar ook hij eist eenzijdig het recht op om het publieke domein te gebruiken zoals het hem belieft. Mensen die van aangeharkt houden, kunnen hun normen niet zonder meer aan anderen opleggen. Het omgekeerde is kennelijk geen probleem.

De vertering van een blikje Cola duurt 50 jaar.
Beeld Cigdem Yuksel

Bushokje

Voor de ruimte die van iedereen is, voelt op den duur niemand zich meer verantwoordelijk. Dat werd mij vele jaren geleden in mijn vroegere woonplaats Zeist onbedoeld duidelijk gemaakt door een politieagent die ik er telefonisch op attendeerde dat een bushokje langs de weg naar Driebergen elke zaterdagnacht door uitgelaten passanten werd vernield. Of daar niet wat aan kon worden gedaan, was de vraag. De agent reageerde met een wedervraag - die mij toch wel enigszins verbaasde (en die ook niet de opmaat vormde naar krachtig ingrijpen): 'Is dat úw bushokje soms?'

De Britse cultuurpessimist Theodore Dalrymple schreef in zijn essay Andermans rotzooi (2011) dat de publieke ruimte in toenemende mate tot de uitdijende privésfeer gaat behoren. Met alles wat men thuis doet. Dus niet alleen lezen en zonnen, maar ook feesten, worsten braden en zuipen. Bovendien kunnen mensen in de publieke ruimte uiting geven aan hun afkeer van de overheid door regels en verordeningen te negeren - 'een ware bron van genot voor mensen die zich door het gezag onderdrukt voelen', aldus Dalrymple.

Filmpje

Kijk hier hoe Sander van Walsum eigenhandig het zwerfvuil in zijn stad te lijf gaat.

'Sociale controle'

Wie in de jaren zestig en zeventig is opgegroeid, heeft onwillekeurig moeite met de uitoefening van wat toen smalend 'sociale controle' werd genoemd. Het aanspreken van medeburgers op hun gedrag stond gelijk aan bedilzucht, kleinburgerlijkheid en zelfgenoegzaamheid. En daarmee wilde je onder geen beding worden geassocieerd. In een opmerking over een achtergelaten blikje - doorgaans een variant op 'doe je dat thuis ook?' - klonk bovendien een miskenning door van de grote problemen in de wereld. Zoals de onderdrukking van de democratische aspiraties van het Chileense volk, of de apartheid in Zuid-Afrika. Wie oog had voor die misstanden, kon zich met goed fatsoen toch niet druk maken om iets futiels als zwerfvuil.

Die gêne raak je nooit helemaal kwijt. Nog steeds raap ik rommel op onder de schaduw van de gepensioneerde leraar Duits, het typetje van Wim de Bie dat zich niet bezighield met de grote wereldproblemen maar het engagement door de eigen stoep liet begrenzen.

Toch vraag ik geregeld aan recreanten die het zich tussen lege blikjes en snackverpakkingen gemakkelijk hebben gemaakt, of ze de rommel na het aangenaam verpozen weer willen opruimen. Soms krijg je welwillende reacties in de trant van 'natuurlijk, dat doen we altijd'. Soms beweren mensen - hoezeer ze de schijn ook tegen hebben - dat de zooi niet van hen is. Een enkeling vraagt zich af waarmee je je bemoeit. Maar klappen krijg je eigenlijk nooit. Zelfs niet van de forse medepassagier in de trein van Haarlem naar Amsterdam die dreigde mijn kop eraf te rukken nadat ik hem op de nabijheid van een vuilnisbak had geattendeerd. Van dat voorval heugt mij vooral de reactie van de twee enige andere mensen in het compartiment: zij maakten zich snel uit de voeten.

En zo zijn er nog wat dingen die je opvallen bij het opruimen van andermans rotzooi: dat gebruikers van Marlboro rood oververtegenwoordigd zijn onder de vervuilers. Dat Grolsch zich in een groeiende populariteit mag verheugen. Dat het aandeel van vruchtensapverpakkingen in het zwerfvuil na de zomervakantie weer is toegenomen. Dat blikjes energydrink na gebruik ook van buiten plakkerig zijn. Dat in september al op grote schaal pepernoten werden genuttigd. En dat je ook - misschien wel juist - rommel aantreft rondom vuilnisbakken, zelfs als die nog lang niet vol zijn.

Onderzoek

De samenstellinge van het afval:

95 % kauwgom en peuken

De resterende 5 procent bestaat uit:

19 % uit snoepwikkels en -stokjes

18,5 % uit snackverpakkingen (inclusief servetjes)

13,1 % uit voedselresten

8,9 % uit papier (kranten, kassabonnen enz.)

8,7 % uit doppen, knijpverpakkingen, karton en glas

8 % uit blikjes/flesjes

7,5 % uit overig plastic zoals boterhamzakjes

Bron: RWS Zwerfafvalmonitor 2013

Beeld Cigdem Yuksel

Nederland Schoon

Nederland Schoon - een samenwerkingsverband van overheid, bedrijfsleven en de ANWB - denkt dat 12 procent van de Nederlanders (zeer) geregeld rommel achterlaat op straat, en dat 18 procent dat af en toe doet. Volgens marktonderzoeksbureau Motivaction is het zwerfvuil afkomstig van een kwart van de consumenten.

Met het opruimen en voorkomen van zwerfvuil was in 2010 in Nederland zo'n 250 miljoen euro gemoeid - ongeveer 15 euro per Nederlander. Drankverpakkingen vormen de helft van het zwerfafval-volume. Aan dit gegeven ontlenen voorstanders van de invoering van statiegeld op kleine plastic flessen hun voornaamste argument. Sceptici - degenen die van deze maatregel weinig heil verwachten - wijzen erop dat het aantal flessen in het niet valt bij het aantal stukken kauwgom op de stoep en bij het aantal peuken (zo'n 9 miljard per jaar, een paar miljard meer dan vóór de invoering van het rookverbod in openbare gebouwen en cafés).

Buiten het zicht van de vervuiler kunnen de residuen van zijn consumptie grote schade aanrichten. De peuken verontreinigen het grondwater. In elke vierkante kilometer oceaan zouden 18 duizend stukken plastic drijven. Jaarlijks sterven volgens de stichting Natuur & Milieu 50- à 90 duizend zeehonden doordat ze verstrikt raken in plastic afval. De stormvogels die in 2008 aanspoelden op de stranden van de Noordzee hadden gemiddeld 45 stukjes plastic in hun maag, met een gewicht van 0,31 gram per vogel. In de Arabische Emiraten is de consumptie van plastic tasjes een van de belangrijkste doodsoorzaken bij kamelen.

Peiling

Wie moet ons land schoonhouden?

62 procent zegt de buurtbewoners

29 procent zegt de gemeente

4 procent zegt de winkeliers

5 procent zegt het bedrijfsleven

Bron: TNS NIPO

Niet meetbaar is de schade van vervuiling voor het maatschappelijk welbevinden. Volgens veiligheidsdeskundige Marnix Eysink Smeets wekt zwerfvuil bij veel mensen een gevoel van onbehagen. 'Voor een veilig gevoel is het belangrijk dat de omgeving overzichtelijk, beheersbaar, voorspelbaar en aantrekkelijk is', zei hij in een interview voor het periodiek van Nederland Schoon. 'In dit licht is vervuiling een 'niet-pluis'-factor. Vervuiling kan het onbewuste signaal geven dat de omgeving niet goed beheerd wordt en dat mensen hier niet geneigd zijn zich aan de sociale regels te houden.'

Voor mijzelf staat een stuk zwerfvuil voor iemand die overal lak aan heeft en voor een onbekend aantal onverschillige passanten. En onverschilligheid is voor de maatschappij een schadelijke levenshouding. Onverschilligen laten mensen die overal lak aan hebben hun gang gaan, soms zelfs onder het mom van tolerantie. En de mensen die overal lak aan hebben, zijn al in hoge mate bepalend voor de regelgeving en de omgangsvormen.

Vertering van sigarettenpeuken duurt 2 tot 12 jaar.

Hufters

Het hele stelsel van sociale zekerheid is opgetuigd met voorzieningen die misbruik moeten voorkomen - voorzieningen die het stelsel ook voor bonafide uitkeringsgerechtigden ontoegankelijker maken. De Nederlandse Energie Maatschappij (NLE) inde vorige maand bij haar klanten twee termijnen, omdat ze overschakelde van betaling achteraf naar betaling vooraf. Met deze straffe maatregel pakt de NLE wanbetalers aan, maar treft ze ook de afnemers - ongetwijfeld de overgrote meerderheid - die nooit in gebreke blijven. Op straat en elders wordt iedereen aan controle onderworpen om het kaf van het koren te scheiden. De openbare veiligheid vereist dat iedereen door dezelfde zeef gaat. Maar elke camera en elke hufterproof voorziening herinnert ons eraan dat de hufters onder ons zijn.

Zwerfvuil is een symptoom van het gemis aan maatschappelijk zelfrespect. Een veilige en harmonieuze samenleving is per definitie een schone samenleving. Het omgekeerde geldt overigens niet per definitie: de opgelegde properheid van de straten in Pyongyang roept vooral beklemming op.

De vraag is hoe vuil onze leefomgeving eigenlijk is. Nederland Schoon kent aan Nederland een - niet nader gedefinieerde - 'objectieve schoonscore' toe van 7,4 op de schaal van 1 tot 10. Maar de Nederlanders ervaren hun leefomgeving als minder schoon, getuige hun 'subjectieve schoonscore' van 6,7. Mijn persoonlijke subjectieve schoonscore ligt ver onder de 6,7. Als je in een stad als Haarlem - met een goed opgeleide, bovengemiddeld welvarende bevolking - tijdens een wandeling van drie kwartier moeiteloos een vuilniszak met rommel kunt vullen, getuigt een zeventje echt van een te positief zelfbeeld. Of van onverschilligheid.

Statiegeld

Van de invoering van statiegeld op kleine flessen en andere verpakkingen wordt een groot effect verwacht op het zwerfafvalvolume.

Uit de praktijk in Duitsland (waar in 2003 statiegeld op 'eenmalige drankverpakkingen' werd ingevoerd), Zweden en Noorwegen blijkt dat deze maatregel effectief is. In enkele Amerikaanse staten slonk de berg zwerfafval met 33 à 38 procent na invoering van statiegeld.

Beeld Cigdem Yuksel

Van alle tijden

Zwerfvuil is van alle tijden, zeker. Aan het begin van de 20ste eeuw meende de ANWB recreanten al te moeten vermanen: 'Laat niet, als dank voor 't aangenaam verpoozen, den eigenaar van 't bosch de schillen en de doozen.' In 1961, toen Nederland een oase van rechtschapenheid was, probeerde de overheid een gedragsverandering bij de consumenten teweeg te brengen met de lokroep 'Opgeruimd staat netjes'. Beelden op het Polygoonjournaal van een Opelrijder die zijn asbak op straat leeg klopt, van het Waterlooplein na een marktdag en van papiertjes bij een automatiek moesten duidelijk maken dat dit nodig was.

In dat filmpje figureerde ook een hond die zijn behoefte in de goot deed omdat je, volgens nieuwslezer Philip Bloemendal, nu eenmaal moeilijk met een po achter het dier kunt aanlopen. Kennelijk ging het zijn voorstellingsvermogen te boven dat je de uitwerpselen met een plastic zakje zou opruimen, een handeling waarin het gros van de huidige hondeneigenaren inmiddels heel bedreven is. Hondenpoep, in 1961 nog als onontkoombaar ongemak aangemerkt, is goeddeels uit het straatbeeld verdwenen. Nu het niet-afbreekbaar afval nog.

Een petflesje verteert nooit en blijft voor altijd rondzwerven.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden