Een vechtsporter die nooit iemand pijn zal doen

Toen hij in Den Haag Europees kampioen werd, een Rus verloeg met een typische Russische techniek, waren de Aziatische waarnemers verbijsterd....

HANS VAN WISSEN

NA DE Spelen van 1964 ontstond al de discussie over de toekomst van het judo. Japan was beledigd en tegelijk geïmponeerd door de grote Anton Geesink. Was het wel de bedoeling van het judo dat de ene reus boven op de andere ging liggen en vervolgens tot winnaar werd uitgeroepen? Werden door Geesink en later Ruska niet de hogere waarden van deze beheersingssport geschonden? Was een houdgreep, zoals die Geesink aanlegde, in overeenstemming met de geest van de sport? Zou een dergelijke verruwing niet vanzelf leiden tot het kraken van ledematen waarmee Angelique Seriese in 1995 de wereldtitel zou winnen? In Japan zelf.

Seriese traint bij Chris de Korte, evenals Mark Huizinga. Ze knakte in Japan de arm van een tegenstandster die niet wilde 'aftikken'. Het is de vraag of Huizinga het ooit tot een armbreuk zal laten komen. Hij houdt niet van geweld, heeft een afkeer van boksen, hij noemt judo de 'vriendelijkste vechtsport', omdat 'je nooit pijn doet of lijdt'. 'Wie geooid wordt, staat altijd weer op.'

Hij is een bijzondere jongen. De Aziatische kenners rukten met een bataljon camera's uit naar de Europese kampioenchappen van Den Haag. Hij versloeg in de finale een Rus. Met De Korte had hij een typisch Russische werptechniek ingestudeerd. Maar die was eigenlijk bedoeld voor later in het Olympisch seizoen. De 'boom-hef-worp' had in reserve gehouden moeten worden. Maar Huizinga zag bij zijn tegenstander in de eindstrijd één maal een beweging die ruimte gaf voor die worp en hij aarzelde vervolgens niet meer, toen die mogelijkheid zich een tweede keer aandiende.

Het was 'ippon', een vol punt. Terwijl het judo in algemene zin lijdt onder de kritiek waaraan dammen het meest onderhevig is - te veel remise-schuiven, te weinig durf - is Huizinga altijd uit op de meest creatieve oplossing. Voor zover na te gaan is er geen judoka die, afgezien van één verliespartij, telkens met een vol punt Olympisch brons behaalde. Toevallig was er de Koreaan Jeon die nog even virtuozer was.

Coach De Korte zei in Seoul: 'De volgende keer doe ik de loting zelf.' Dat was een cryptische snier naar de organisatie of internationale judofederatie. Een geleide loting (en plaatsing) had voor de hand gelegen. Nu troffen de latere Olympisch kampioen (tevens wereldkampioen van 1995) en de Nederlander elkaar in de eerste ronde. Huizinga verloor, met minimaal verschil.

Het was verre van schande maar de Vlaardinger beklaagde zich niet over lot of loting. Hij wierp in het vervolg van die ene Olympische dag al zijn tegestanders en bereikte dankzij de herkansingen toch de strijd om de derde plaats. Om daarin de Roemeen Croiteru te vloeren en toch Olympisch brons te veroveren.

Misschien was hij nog te jong om te beseffen dat hij bijzonder genoeg was om Olympisch kampioen te worden. Hij won brons op dezelfde dag als Claudia Zwiers. Het waren de eerste medailles in Atlanta en hij was volmaakt tevreden. Hooguit een hoekje in zijn hoofd was er, waarin hij achteraf dacht dat hij in de finale had horen te staan. Tegen Jeon inderdaad, die hij nu al in de eerste ronde tegenkwam en die hem toen naar de herkansingen verwees.

Huizinga, in al zijn bescheidenheid: 'Ik heb in Atlanta geen goud gehaald, logisch dat ik niet helemaal het middelpunt werd. Goud heeft nu eenmaal meer impact. Maar die medaille was toch bijzonder. Het was al bijzonder dat ik me voor de Spelen plaatste. Het verbaasde me hoeveel die Spelen aanspreken.'

Huizinga was pas 22 jaar, maar hij was ook al door de 'relativerende invloed' van coach De Korte volwassener dan menig ander Olympisch debutant. Hij had in het ongerede kunnen raken, toen Angelique Seriese op de eerste dag van het Olympisch judo-toernooi werd uitgeschakeld. Seriese traint ook in Hoogvliet, ze was wereldkampioene en absolute favoriete voor de Olympische titel.

Maar Huizinga wist zijn lot volkomen los te maken van het hare. 'Dat komt ook door Chris. Die houdt het overzicht en kan relativeren. Ook als het in training niet goed gaat, als ik baal, dan zegt hij: het komt heus wel goed. Hij maakt geen drukte over verliezen. Als ik een paar dagen na een nederlaag bij hem kom, praten we er gewoon over. Dan proberen we uit te vinden wat beter kan.

'Ik was er natuurlijk bij, toen Agelique werd uitgeschakeld. Maar ik heb het bewust van me afgezet. Ik mocht daar niet over in gaan zitten. Als je denkt: dat kan mij ook gebeuren, dan is het afgelopen. Verstandelijk wist ik natuurlijk best hoe vervelend het voor haar was om te verliezen. Maar ik heb me er expres van afgezet. Ik heb tegen mezelf moeten zeggen: het doet me niets. '

Mark Huizinga is onberispelijk en daarom misschien wel een raadsel. Hij woont keurig in Vlaardingen, in een rijtje. Op de lantaarn schuin voor het huis is inmiddels een blauw bordje aangebracht met de tekst 'Mark Huizinga Straat'. Hij werd een paar honderd meter gevraagd iets voor een locale school te doen, werd na het behalen van zijn Olympische medaille gevraagd les te geven bij clubs en sportscholen. Er was eigenijk geen moment de idee van: deze medaille zal ik te gelde maken.

Huizinga is de liefhebber tot en met. Nooit, zegt hij, is geld een drijfveer geweest. 'Ik lees wel eens dat topsporters meteen ophouden, na een grote prestatie. Ik kan me dat niet voorstellen. Ook als ik geen topsporter ben, zou ik partijtjes willen doen. Ik blijf altijd judoën. Ik heb in de grond van mijn hart een hekel aan al die conditionele dingen die erbij komen, ik doe ze als het erop aankomt met tegenzin, maar ik vind het het nog steeds heerlijk om partijtjes te doe.'

Morgen is in Den Bosch het kampioenschap alle categoriën. De eerste gelegenheid na de Spelen van Atlanta om te laten zien dat judo niet alleen de sport is van te nauwe trainersrelaties en te hevige bondsconflicten. Huizinga zal evenwel hooguit toeschouwer zijn. Hij zou tegen al die die zware jongens moeten judoën en mogelijk een blessure kunnen oplopen. Fysiek voelt hij zich niet ideaal, dus moet dat eerste Nederlandse optreden na Atlanta maar even achterwege blijven.

Mark Huizinga is doelgericht, werklustig, hij heeft alles wat een topsporter nodig lijkt te heben en toch is er dat vrolijke, onbezonnen gedrag. Die open blik, de wil om er te zijn. Het malle is dat hij tegelijk zijn tegenstander geveld wil zien.

'Leuk', vindt hij wat hij doet. Huizinga geniet. Hij loopt op sparringpartners af, werpt ze tegen de vloer en beleeft een intens genoegen. Hij is 'idealist genoeg' om genoegen te beleven van zijn eigen judo. Dat 'soepele indraaien, die explosiviteit', dat is de essentie.

Huizinga neemt vandaag dus niet deel. Dat gaat eigenlijk tegen zijn aard in. Judo is leuk, mooi, te allen tijde. Maar toevallig kwam het zo uit dat hij een blessure had en geen risico kon lopen. Kijken zal hij zeker in Den Bosch. Voor de topsporter die afhaakt en nooit meer iets met zijn of haar verleden te maken hoeft te hebben, heeft hij geen enkele verwantschap. Huizinga is los. En in judo moet je los zijn. Los zijn van omgeving en tegenstander.

Chris de Korte zei, toen bijna een absoluut diepteput werd bereikt in de interne verhoudigen: 'Het judo krijgt een ordinair imago.' De Korte vond dat triest. Want hij had ongeveer eenzelfde oordeel als Huizinga: 'Ik probeer te vertellenn dat judo iets kan betekenen voor de fysieke en geestelijke balans in een mens, maar het lijkt erop alsof de judobond van nette opvattingen op zijn achterste benen gaat staan.

Mark Huizinga heeft nooit geklaagd. Hij heeft van Chris de Korte leren relativeren. Hij heeft in Japan gezien hoe eerstejaars studenten de boel moesten opruimen, hoe jongerejaars volkomen wegvielen, werden geschoffeerd. Hij vond het keihard en toch beviel hem die gezagsverhouding. Hij was hard voor zichzelf: 'Toen ik bij Chris de Korte kwam, werd ik aan alle kanten gegooid, ik had echt nooit de illusie dat ik Europees kampioen zou worden.

'Ik ben ijdel genoeg om mezelf mooi te vinden judoën. Het gaat om soepel kunnnen bewegen, een eigen stijl ontwikkelen. Ik geloof niet in het kopiëren van een kampioen. Je mag jezelf niet vastzetten door de spanning.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden