AnalyseVersoepeling bezoekregeling verpleeghuizen

Eén vaste bezoeker in het verpleeghuis: voor de een te weinig, voor de ander te veel

Onder strikte voorwaarden mogen verpleeghuisbewoners vanaf maandag één vaste bezoeker ontvangen. Betrokkenen vinden dat te rigide. De ene oudere wil zijn kinderen zien, de andere vaart juist wel zonder bezoek. ‘Het betrekken van familie en bewoners in die afweging is zoek.’

Bewoners van verpleeghuis Van Neynsel in Den Bosch worden verrast door bezoek op een hoogwerker.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Het ging niet goed met de 90-jarige vader van Annemarie Zirkzee. Hij sloeg medebewoners, had gedragsproblemen, betastte een verzorgende. Hij had te weinig fysiek contact, te weinig zorg die specifiek op hem was gericht in de kleinschalige zorginstelling aan de rand van Rotterdam.

En toen brak de coronacrisis uit, en gingen alle verpleeghuizen op slot voor bezoek. Hoe zou Annemaries vader daarop reageren?

Het is een van de pijnlijkste maatregelen uit dit coronatijdperk. Ouderen, in de laatste fase van hun leven, vaak met dementie en niet meer in staat te begrijpen wat er nu allemaal gebeurt, moesten het van de ene op de andere dag stellen zonder visite. Zonder die momenten die voor velen van hen de kwaliteit van leven verhoogden. Vanaf maandag mogen de verpleeghuisbewoners weer hopen: dan gaan heel voorzichtig de eerste 25 oudereninstellingen weer open – maar alleen als er veertien dagen lang geen coronabesmetting is geweest, en met maar één vaste bezoeker per bewoner.

Die strikte bezoekregeling is aan de ene kant logisch, zegt directeur Tineke Abma van Leyden Academy on Vitality and Ageing, want één besmette bezoeker kan een heel verpleeghuis in de problemen brengen. ‘Aan de andere kant is er ook nog zoiets als mentaal welbevinden. Die waarde is ondergeschoven.’ In de verpleeghuizen wonen mensen die gemiddeld nog minder dan een jaar te leven hebben, die wellicht het leven met het risico op corona en bezoek waardevoller achten dan het leven in isolatie.

‘Het betrekken van familie en bewoners in die afweging is zoek’, vindt Abma. ‘Het zijn heel moeilijke dilemma’s die je het liefst open zou bespreken. Pas dan kun je tot maatwerk komen, tot een afweging wat voor welke bewoner goede zorg is.’

Per bewoner is maatwerk nodig. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Systeemdenken

Maatwerk is iets waar dochter Zirkzee, die ‘klokkenluider’ in haar LinkedIn-profiel heeft staan, al haar hele leven voor strijdt. Toen haar moeder overleed en haar vader dementie kreeg, nam ze hem in huis en organiseerde zelf zijn zorg. Ze creëerde een ‘vijfsterrenrestaurant’ voor hem, waarbij alle zorg op haar vader was afgestemd.

Tot de dementie verhevigde en een plek in een verpleeghuis de enig overgebleven optie bleek. Het was een overgang naar ‘een soort cafetaria met beperkte keuzes’. ‘In onze maatschappij zijn ouderen verdienmodellen geworden. Er was geen aanbod dat op hem gericht was, geen keuzes, niets persoonsgericht. Alles ging vanuit het systeemdenken.’

De vader van Annemarie heeft behoefte aan fysiek contact, aan aanraking. Na een val kwam hij in een rolstoel terecht, waardoor hij ook niet meer kon worden gemasseerd, door een masseur die zijn dochter inhuurde. Hij ging achteruit, werd agressiever. Als zijn dochter op bezoek kwam, volgde altijd een terugslag.

Maar kijk nu eens: sinds het bezoekverbod blijkt uit de verslagen van de verzorgenden niets meer van dit al. De ‘triggers’ die agressie op konden roepen – onrust op de afdeling, het komen en gaan van zijn dochter – zijn verdwenen. De medicatie die hij kreeg toegediend, is afgebouwd. Hij is vrolijk, doet mee met de groepsactiviteiten, er is rust. Met tranen in haar ogen leest zijn dochter hoe ‘een paar gouwen’ vaste zorgverleners nu – zonder mondkapje – de tijd hebben om een arm om haar vader heen te slaan, naast hem op de bank gaan te zitten en zijn hand vast te houden. ‘Daardoor zou hij besmet kunnen worden, maar dat vind ik helemaal geen probleem. Dit soort momenten geven hem kwaliteit van leven, daar haal ik voldoening uit.’ Ze zal voorlopig niet bij hem op bezoek gaan.

Regelmaat en rust

Monique Cremers, lid van de raad van bestuur van ouderenzorgorganisatie De Zorgcirkel, herkent dat verhaal. ‘Natuurlijk missen veel bewoners het bezoek enorm. Maar het leidt lang niet altijd tot grote problemen.’ Ouderen met dementie kunnen juist welvaren bij de regelmaat en de rust die nu heersen in hun woningen. Zeker bij mensen die niet zo’n goede relatie met hun familie hebben, valt nu de spanning weg.

Wat daarbij ook helpt, zegt Abma van Leyden Academy, is dat in deze uitzonderlijke tijden de zorgmedewerkers minder bezig zijn met richtlijnen en protocollen, en meer de rol van de familie proberen over te nemen. ‘Ze zitten in één keer vol in hun bezieling. Dit is waarom ze het vak hebben gekozen. Ze geven weer de liefdevolle zorg die door het protocolleerde werken naar de achtergrond was verdwenen. Ik snap wel dat bewoners daar zo goed op kunnen reageren.’

Cremers hoopt dat haar medewerkers ‘dat leeuwinnenhart voor de bewoners’ straks ook mogen gebruiken als de verpleeghuizen weer langzaam opengaan voor bezoek. ‘Ik begrijp heel goed dat de overheid kaders moet geven, maar ik hoop dat aan ons wordt toevertrouwd dat wij die op maat toepassen.’ Dat de echtgenoot die al 65 jaar is getrouwd, en niets liever doet dan knuffelen met zijn vrouw, dat straks als eerste mag. ‘Maar dat er wellicht ook situaties zijn, waarbij we de familie aanraden: wacht nog maar even met bezoek.’

Lees ook:

Doodziek van eenzaamheid
Jeannine herkende haar moeder na zes weken niet meer.

‘Als je corona in het verpleeghuis hebt, is dat domme pech’
Nienke Nieuwenhuizen, voorzitter van de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde Verenso, is ‘verrast’ door het plan van minister De Jonge van Volksgezondheid om vanaf 11 mei een eerste groep verpleeghuizen met geen of weinig besmettingen weer voorzichtig te openen voor bezoekers.

De corona-angst achter de dichte deuren van het verpleeghuis.

Arts Coen Feron vocht voor het leven van coronapatiënten. En toen belandde hij zelf op de ic
Coen Feron (28), anesthesioloog in opleiding, is volop bezig met het redden van coronapatiënten als hijzelf besmet blijkt te zijn. Zijn grote angst wordt werkelijkheid, hij moet kunstmatig beademd worden. Toch neemt zijn leven pas echt een wending als hij zijn ogen weer opent.

Als de maskers afgaan, spreken de gezichten
Ze zijn al vanaf het begin van de coronacrisis aan het werk, deze artsen en verpleegkundigen van het Bernhoven in Uden en het Amphia in Breda. Als ze uit hun dienst komen, hebben ze de striemen vaak nog in het gezicht. Ze werken op de ic. Of op de covidafdeling. Maar wat het meeste opvalt, zijn hun ogen. En hun verhalen. Die er soms zomaar uitrollen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden