Een van de laatste grote soulzangers

Afgelopen vrijdag overleed soulzanger Bobby Womack, herkenbaar aan zijn doorleefde, raspende stem.Ondanks zijn grote talent heeft hij het nooit makkelijk gehad.

Met het overlijden van Bobby Womack afgelopen vrijdag is een van de laatste grote soulzangers heengegaan. Hij was 70 jaar oud. Zo lang als de wereld sprak over soulmuziek, zo lang heeft Womack deel uitgemaakt van de geschiedenis ervan.


Hij zong met zijn broers gospel in de jaren vijftig en zestig, eerst als de Womacks en later als de Valentinos. Hij speelde gitaar in de begeleidingsband van Sam Cooke en zou zich in de jaren zeventig ontwikkelen tot een van de begenadigdste soulzangers van zijn generatie, herkenbaar aan zijn zeer doorleefde, raspende stem. De fraaie manier waarop hij parlando veel nummers inleidde en er een gospel-touch aan gaf, leverde hem terecht de bijnaam The Preacher op.


Anders dan Marvin Gaye, Al Green, Stevie Wonder, Curtis Mayfield en Isaac Hayes heeft Womack nooit echt grote hits gehad. Niet dat hij financieel te klagen had, overigens. Hij schreef in 1964 het liedje It's All Over Now, dat in zijn versie met de Valentinos geen hit werd, maar een maand later wel de eerste Britse nummer-1-hit voor de Stones zou worden.


Tot aan zijn dood heeft Womack goed van dat ene liedje kunnen leven.


Maar echt gemakkelijk heeft hij het, vaak door eigen toedoen, niet gehad. Dat hij drie maanden na de dood van zijn mentor Sam Cooke in 1964, trouwde met diens echtgenote, viel bepaald niet in goede aarde. Womack ontwikkelde een langdurige cocaïne-verslaving, die hem vaak onhandelbaar maakte.


Prachtige soulplaten als Communication (1971) en Understanding (1972) kregen niet de aandacht die ze verdienden. Ook de door hem gezongen titeltrack van de blaxploitation film Across 110th Street (1972) pas echt wereldberoemd werd toen regisseur Quentin Tarantino het nummer gebruikte in zijn film Jackie Brown (1997).


Zijn mooiste plaat, en een van de hoogtepunten in de soulgeschiedenis, maakte Womack in 1981: The Poet, drie jaar later gevolgd door het nauwelijks mindere The Poet II. Vooral in Groot-Brittannië werden de platen bewierookt. Er kwam in Europa langzaam weer interesse in optredens voor Womack, ook al haalden platen als Womagic (1986) en The Last Soul Man (1987) het niveau van de Poet-platen bij lange na niet.


Optredens waren nogal eens rommelig, met een vaak afwezige, wat routineuze Womack. Daarom was het weerzien vorig jaar op North Sea Jazz ook zo hartverwarmend. Begeleid door een grote band zong Womack verrassend sterk en bracht hij van Lookin' For A Love tot Love Has Finally Come At Last zijn mooiste liedjes.


Voor velen was de terugkeer op North Sea Jazz naar de wat meer orkestrale soul van weleer ook een opluchting, want zijn laatste album, The Bravest Man In The Universe, dat hij in 2012 met Damon Albarn en Richard Russell had gemaakt, bleek voor veel soulliefhebbers moeilijk te verteren.


Intussen werden de berichten over Womacks gezondheid steeds zorgelijker. Zelf wilde hij van geen ziekte weten, maar terwijl hij bezig was aan een opvolger van de plaat die hij in elk geval zelf als een van zijn beste beschouwde, is hij dan toch overleden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden