Een vallei vol acteurs

India organiseert dezer dagen verkiezingen in de opstandige Kashmir-vallei. Het moslim-verzet zou zo goed als vernietigd zijn. Maar op straat getuigen bijna alle inwoners van hun haat tegen India....

Wat heeft de kandidaat bezield om hier een verkiezingsbijeenkomst te houden? Zijn giebelende publiek bestaat uit de 350 kinderen van de middelbare school van Letpora: zes lokalen onder aan een stille groene heuvel in de Kashmir-vallei.

Voor de schooljeugd is de toespraak van Taj Mohiuddin hooguit een onderbreking van de schoolpauze, die anders zou zijn gevuld met het onvermijdelijke potje cricket. Aan kiesgerechtigden zijn hier, dertig kilometer buiten de hoofdstad Srinagar, slechts wat soldaten die Mohiuddin beschermen, en de leerkrachten van de school.

Gemelijk zitten zij op een bankje aan het veld waarop de manifestatie zich voortsleept. Het gezicht van Ghassn, de hoofdonderwijzer, verraadt geen vleugje ironie als hij de vraag beantwoordt naar het waarom van de bijeenkomst op deze serene plek. 'God moet er meer van af weten', zegt hij. 'Ik heb geen flauw idee.'

De melige sfeer in Letpora tekent de matheid waarmee de verkiezingen zich voltrekken in Jammu en Kashmir. De deelstaat doet als spuit elf mee aan de Indiase parlementsverkiezingen.

Nu de rest van India al naar de stembus is gegaan, terwijl in New Delhi zelfs al een nieuwe premier aan het werk is, moet de roerige, vooral door moslims bewoonde Kashmir-vallei wachten. In een deel van de vallei werd donderdag gestemd, komende donderdag zijn de twee andere districten aan de beurt.

De slag om het handvol zetels gaat mank aan politieke relevantie. Bijna veertig kandidaten hebben zich in de vallei aangemeld, maar geen van hen bezit een serieuze achterban. De meeste van de drie miljoen Kashmiri's steunen het anti-Indiase moslim-verzet, of hebben sympathie voor de Nationale Conferentie van Farooq Abdullah, de enige partij van belang die niet los wil van India. Maar Abdullah boycot de verkiezingen.

Taj Mohiuddin, kandidaat voor de Congrespartij, heeft weinig vertrouwen in een goede afloop. Na de schoolkinderen van Letpora te hebben toegesproken, deelt hij zelfs op dramatische toon mee zich in brand te zullen steken. Zijn ultimatum: de regering moet binnen tien dagen maatregelen nemen tegen de militanten die een vrije stembusgang frustreren.

Maar hij heeft daarbij níet de islamitische strijders voor zelfbeschikking op het oog, hoe weinig hij daar ook mee op heeft. Mohiuddin wordt vooral geplaagd door wat bijna iedereen in Srinagar de 'verraders' noemt: voormalige mujahedin (strijders) die naar de Indiase kant zijn overgelopen en nu zelfs deelnemen aan de verkiezingen. Campagne voeren doen zij met veel vertoon van kalasjnikovs. Taj Mohiuddin zegt al drie moordaanslagen door 'verraders' te hebben overleefd.

Een verkiezingsbijeenkomst van de Ikhwan-e-Muslimoon, de grootste van de overgelopen militantengroepjes, daags ervoor was dan ook een bizarre vertoning. Op een zwaar beveiligd kazerneterrein van het Indiase leger in Srinagar, een door tientallen militairen omzoomd grasveld, sprak Ikhwan-kandidaat Javed Hussein Shah een paar honderd zo te zien volstrekt ongeïnteresseerde mannen toe.

Mannen als Shah, oud-guerrillastrijder, zijn een nieuw fenomeen in de ruim zes jaar oude burgeroorlog. Groepen pro-Indiase militanten doken een half jaar geleden opeens op in de vallei, gewapend en wel. Algemeen wordt aangenomen dat zij flink worden geholpen - en soms zijn uitgevonden - door de Indiase autoriteiten. India lokt daarmee de beschuldiging uit nu zèlf de veel gewraakte gun culture te voeden. Human Rights Watch-Asia publiceerde deze week een rapport waarin de India-gezinde militanten worden beschuldigd van 'ernstige mensenrechtenschendingen' als executies en marteling.

Spannend is hooguit de opkomst van kiezers. Als veel moslims, bijvoorbeeld meer dan vijftien procent, gaan stemmen, zal India dat uitleggen als bewijs van de afnemende steun voor de militanten. Bij een opkomst van vijf procent (en meer wordt het vermoedelijk niet) zal de anti-Indiase Hurriyet victorie kraaien, waarin 23 niet-gewapende verzetsorganisaties samenwerken.

Voor spektakel kunnen alleen de gewapende separatisten zorgen. De Indiase regering is bang voor aanslagen op stembureaus. Aan de troepenmacht van 200 duizend man die sinds 1990 in de vallei is gelegerd, zijn deze maand tienduizenden manschappen toegevoegd. Maar van oplaaiend geweld was aan de vooravond van de verkiezingen nog weinig te merken - afgezien van een bomaanslag dinsdag in New Delhi.

Als je K. B. Jandial, directeur overheidsinformatie in Srinagar, letterlijk neemt, is er in Kashmir zelfs hoegenaamd niets meer aan de hand. 'De militanten zijn zo goed als vernietigd', zegt hij met een wegwerpgebaar. 'Hier en daar zijn nog wat restantjes. Velen beseffen nu de futiliteit van waar ze mee bezig waren. In Srinagar is het kalmer dan ooit sinds 1990.'

Zeven jaar lang achtte New Delhi het niet wijs verkiezingen te houden in de opstandige deelstaat. Maar kennelijk wil de regering bewijzen dat ze weer de regels bepaalt in de vallei. Kunnen de Kashmiri's daarom veilig en vrij naar de stembus?

Jandial: 'Ja, dat denk ik zeker. Leger en politie zijn in full control.'

Dus als straks blijkt, opperen we, dat de opkomst ontzettend laag is, mogen we concluderen dat de Kashmiri's uit vrije wil de boycotoproep van Hurriyet hebben nagevolgd?

Jandial schrikt zichtbaar van deze consequentie van zijn eigen peptalk. 'Eh, laten we afwachten. Je moet niet vergeten dat Hurriyet van deur tot deur gaat om de mensen te intimideren.'

Het is moeilijk de volkswil in Kashmir te duiden - het blijft, zo lang India het in 1947 beloofde referendum niet houdt, opiniepeilen-van-de-koude-grond. Maar wie als buitenstaander een kleine week rondloopt in en rond Srinagar, naar meningen vraagt, op straat zo maar mensen aanschiet, komt licht tot de conclusie: de Kashmiri's hebben allemaal een hartgrondige haat tegen India.

In de wijk Safa Kadal wordt de verslaggever belaagd door bewoners die dolgraag en vol emotie genoteerd willen hebben dat Kashmir zich moet afscheiden. Zonder schroom dicteert men naam, beroep en leeftijd.

Mohammed Hasan, 34, boekverkoper: 'We willen vrijheid. Maar door te praten, niet met wapens.' Rohid, 18, student: 'De soldaten vermoorden kinderen, misbruiken moslimvrouwen. Hoe kunnen we aan verkiezingen meedoen?' Qayoom, 28, zakenman: 'Kashmir moet zich aansluiten bij Pakistan. We hebben hun technologie nodig.'

Vergelijk dat eens met, zeg, de Tamils op Sri Lanka. Die reageren op dergelijke vragen (voor of tegen de Tamil Tijgers?) immer schichtig, meestal zwijgend en met een afwerend hoofdschudden.

Even overtuigend lijken de spontane getuigenissen van de wandaden waaraan de Indiase politie- en legertroepen zich zouden schuldig maken. Willekeurige brandstichting, verkrachting, standrechtelijke executies, marteling - Amnesty International rapporteerde het uitvoerig. De troepen functioneren als een bezettingsmacht. Het is in Srinagar nauwelijks mogelijk tweehonderd meter te rijden zonder een controlepost te passeren.

Amnesty veroordeelde overigens óók het 'vaak meedogenloze optreden' van de gewapende oppositie. Die pleegde een 'groot aantal moorden op politici en hun familieleden, journalisten, politiefunctionarissen en ook burgers'.

'De Kashmiri's zijn geweldige acteurs', zegt S. Hariharan, als officier belast met de public relations van het Indiase leger. 'Ze verdienen stuk voor stuk een Academy Award. Voor alle buitenlanders die hier komen voeren ze een toneelstukje op. Elk oud vrouwtje zal met tranen in haar ogen vertellen hoe wij ons misdragen. Je ziet vrouwen huilend over de grond rollen bij hun verbrande huis. Maar het is pure propaganda. Wat een westerse journalist te zien krijgt, is niet de realiteit.'

Op amicale toon schildert Hariharan het Kashmir zoals hij dat heeft leren kennen, sinds hij er in 1994 werd geposteerd. Mocht het gewapende verzet al ooit populair zijn geweest, dan nu zeker niet meer, zegt hij. 'De militanten zijn gecriminaliseerd. Ze leven van afpersing en moord.' Het geweld is dat van bendenoorlogen à la Chicago.

'De militanten zijn 14 tot 22 jaar. Kinderen. Op de madrassa's, de islamitische scholen, worden ze gehersenspoeld. Ga naar Pakistan, krijgen ze te horen, daar krijg je een AK-47 en geld. Dan kom je terug in je dorp en dan kun je alle meisjes krijgen die je maar wilt.'

Volgens de pr-officier wil de bevolking helemaal geen zelfbestemming. Als er al problemen zijn, dan hebben ze volgens Hariharan maar één oorzaak: Pakistan.

De opstand in Kashmir is in Indiase ogen niets meer of minder dan verkapte oorlogsvoering door het buurland. Van de drie echte oorlogen die India en Pakistan voerden, gingen er twee over Kashmir. De eerste maal kort na het onafhankelijk worden van beide landen in 1947.

De maharadja van Kashmir koos toen voor aansluiting bij India, nadat gewapende bendes uit Pakistan zijn vorstendom waren binnengetrokken. De aansluiting was voorwaardelijk. De bevolking, voor 85 procent moslim, zou zich per referendum over haar staatkundige toekomst mogen uitspreken. De Indiase premier Nehru steunde het plan voor het plebisciet, dat werd overgenomen door de Verenigde Naties.

Maar het is er nooit van gekomen, nadat die eerste oorlog het gebied langs de bestandslijn in tweeën had gesneden. Pakistan blijft sindsdien hameren op een oplossing volgens de VN-resoluties uit de jaren vijftig. India voegde Kashmir met het door hindoes bewoonde Jammu en het boeddhistische berggebied Ladakh samen tot de deelstaat Jammu en Kashmir en wijst elke buitenlandse bemoeienis met deze 'binnenlandse aangelegenheid' af.

De gewapende opstand tegen India laaide eind 1989 plotseling op. Maar verzetsleider Syed Ali Shah Geelani wijst elke suggestie dat er voordien géén rebellie was van de hand met een verwijzing naar zijn curriculum. Dat staat inderdaad vol met celstraffen wegens staatsondermijning; tien jaar gevangenis verspreid over tien periodes, te beginnen met 1962.

Geelani vertegenwoordigt de uitgesproken Pakistaanse tak van de verzetscoalitie Hurriyet. De door hem voorgezeten Jamaat-e-Islami is in wezen een filiaal van de Pakistaanse fundamentalistische partij met dezelfde naam.

De relatie tussen de verzetsstrijders en de Hurriyet, legt Geelani uit, is als die tussen IRA en Sinn Fein. 'We steunen de militanten. De jongens werden gedwongen de wapens op te nemen, want India wil geen vreedzame oplossing.' De Hurriyet-leiders in Srinagar worden door de Indiase autoriteiten ongemoeid gelaten.

De met de Jamaat verbonden Hizbul Mujahedin is inmiddels veruit de sterkste onder de gewapende groepen. Als zodanig heeft Hizbul het bevrijdingsfront JKLF verdrongen. Het JKLF is tegen aansluiting bij Pakistan en streeft een seculier Kashmir na. Deze verschuiving, en de bemoeienis van radicale vechtersbazen uit de Afghaanse oorlog, hebben het beeld gevestigd van Kashmir als prooi voor het internationale moslim-fundamentalisme.

Een ongegronde vrees, verklaart Geelani beminnelijk. 'Wij streven inderdaad een islamitische levenswijze na - individueel, politiek en sociaal. Maar we willen niemand dwingen. In een islamitische staat hoeft niemand - hindoes, christenen - bang te zijn voor zijn rechten. Als de Kashmiri's voor een seculiere staat kiezen, aanvaarden we dat. Maar we zullen blijven strijden voor de islamitische way of life: het beste systeem ter wereld.'

Umar Farooq, de 22-jarige voorzitter en in 1991 oprichter van Hurriyet, ontkent zelfs dat de beweging islamitisch van karakter is. 'Wij voeren een politieke strijd voor een politieke oplossing', zegt hij. 'Met religie heeft dat niets te maken. De tegenstelling tussen moslims en hindoes is door India gecreëerd om het verzet te kunnen afschilderen als fundamentalistisch.'

Ook het vertrek van de pandits, de hindoes van hoge kaste-afkomst die van oudsher in de vallei woonden, werd door New Delhi gestimuleerd, meent Farooq. Ongeveer 200 duizend hindoes ontvluchtten Kashmir na 1990. Zij verblijven in treurige vluchtelingenkampen in Jammu en rond Delhi. De stemming is daar fel anti-Pakistan, maar de Hurriyet-leider schildert de verjaagden af als slachtoffers van Indiase agressie.

Farooq is ongetwijfeld de opmerkelijkste figuur in het Kashmiri-verzet. Met verve kwijt hij zich van zijn taken als mirwaiz, religieus en sociaal leider. De functie gaat al 450 jaar over van vader op zoon. Grootvader begon in 1931 het verzet tegen de maharadja, dat na 1947 naadloos overging in afwijzing van de Indiase heerschappij toen de beloofde volksraadpleging uitbleef.

Misschien beleeft de vallei dat plebisciet ooit nog. En misschien zal de uitslag daarvan het gretige Pakistan teleurstellen. In dat geval is er weinig fantasie voor nodig de welbespraakte, uiterst intelligente Farooq te zien als president van een onafhankelijk Kashmir. 'Ik had de gelegenheid op deze manier voor mijn mensen te vechten', zegt hij verontschuldigend. 'Andere jongens van mijn leeftijd dragen een geweer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden