Een universum van verzonken vormen

Abstracte schilderkunst in België, tot en met 7 juli in de Galerie van het Gemeentekrediet, Passage 44 in Brussel. Catalogus: 1250,- Bfr....

In het onlangs verschenen 'journal brut' Daar komen scherven van, een memoriaal - sommigen spreken van een partituur of een roman - over taal en schilderkunst, beschrijft Ivo Michiels het zien als 'voelen met de ogen'. Die fysieke ervaring, het aftasten van het schilderij met de oogpupillen, is volgens hem 'het wezen van de abstractie'.

In zijn boek heeft hij het over zijn vriend Jef Verheyen, schilder van monochrome doeken, over de kerf in het werk van Lucio Fontana en over 'het feest van de makers' tout court. Hun abstracties nodigen uit tot zulke gewaarwordingen. Vorm, kleur, lijn en verf bevoorraden zich niet langer in de monumentale opslagplaats waar sedert de Grieken en de Romeinen 'de schatten van de werkelijkheid' liggen opgeslagen, maar zijn matière: voer voor ogen.

Het denken voor Verheyen is kleur-denken, noteert Michiels in zijn journaal. De kleuren van zijn schilderijen zijn kleuren die kleur oproepen, opvangen, 'een proces van roekeloos elkaar zoeken, afstoten, vinden'. Wassily Kandinsky zei ooit dat 'een doek van Claude Monet hem ondefinieerbaar ontroerde'. Het onderwerp van Monets schilderijen was maar voorwendsel. Het gaat bij Monet om die door Michiels beschreven gewaarwording: het voelen met de ogen - en dat is de drijfveer van de abstracten.

In de Galerie van het Gemeentekrediet in de Brusselse Passage 44 is een grote expositie te zien over de abstracte schilderkunst in België met werk van onder anderen Verheyen, Prosper De Troyer, Jozef Peeters, Jo Delahaut en Michel Seuphor. Sinds enige jaren schrijft België de geschiedenis van de avantgarde. In 1992 organiseerden musea in Brussel en Antwerpen een overzicht van Belgische avantgardisten tussen 1917 en 1929. In het Oostendse museum voor moderne kunst was er onlangs een overzicht van het werk van Jozef Peeters, en de Antwerpse Galerie Ronny van de Velde werkt aan een groot retrospectief van Georges Vantongerloo.

Die avantgardisten namen niet het voortouw. De voorhoede van de jaren tussen beide wereldoorlogen liep met een train-train pantouflard, een 'lamlendige pantoffelstap'. Toch liep België mee in het spoor van Guillaume Apollinaires esprit nouveau, het kubisme en het futurisme. Was het ooit anders in België? Niemand incarneert de Barok met meer beeldende overtuigingskracht dan Pieter Paul Rubens. Toch was hij geen uitgesproken vernieuwer. Door zijn vakmanschap is hij een van de allergrootsten uit de tijd van de Barok. Maar geldt dat ook voor de Belgische abstractie, zoals de organisatoren suggereren?

De tentoonstelling geeft een goed beeld van de Belgische abstracte schilderkunst en vooral van wat Michiels 'het wezen van de abstractie' heeft genoemd. Dat de abstracte kunst 'vooral beroep doet op de geest veeleer dan op de zinnen' is een hardnekkig misverstand. Schilderijen van Piet Mondriaan of Kazimir Malevitsj, of van Verheyen, zijn niet louter constructies van de geest maar ook zinnelijk.

De essentiële wet van de schilderkunst, schreef Peeters in Driehoek-Manifest voor Schilderkunst, is een tautologie: 'Een vlak animeren zonder andere bedoelingen dan de animatie zelve.' Misschien waren James Ensor met zijn Val der opstandige engelen, een lyrische kreet par excellence, of Léon Spilliaert met zijn 'geometrische' strandtaferelen en architecturale composities voorlopers van Peeters' abstractie. Hij meende dat de animatie slechts kon geschieden door geometrische vlakken. Het is 'de precisie van het Parthenon, dat wil zeggen, de precisie van een limousine of van een schroef', orakelde het tijdschrift 7 Arts, de fakkeldrager van de architecturale avantgarde. De schilderkunst stond in die tijd in het teken van de architectuur, zoals Willy Baumeister dat met zijn Mauerbilder demonstreerde in het Bauhaus.

Het is ijdelheid, wist Pascal al, te beweren dat je de natuur kan nabootsen. De natuur is motief. De abstractie - dat zie je bij Mondriaan - laat de natuur niet weg, maar brengt haar op een andere manier tot uitdrukking. Joseph Lacasse, een Waalse 'tachist' die zich in Parijs had gevestigd en van wie in Brussel enkele van zijn abstracte Cailloux (keien) zijn te zien, beschreef de abstractie als 'met de ogen van de ziel zien wat de geest heeft opgebouwd wanneer het oog droomt'.

De natuur 'staat krom van huivering en buigzaamheid', zei Victor Servranckx. Hij schilderde de wereld van de machine, een onderwerp dat voor hem 'de grote bevrijding van de naturalistische en individualistische obsessie' was. Draaiende machines, ventielen, de lens van een fototoestel of een locomotief waren motieven die hij op zijn doeken abstraheerde. Seuphor noemde dat 'de incunabelen van de abstracte kunst', een universum van verzonken vormen, datgene wat in de verbeelding opklinkt.

Delahaut schilderde naar eigen zeggen het 'nooit geziene'. Het schilderij is een nieuw voorwerp met een eigen bestaan. Wat hij schilderde, stond los van wat hij zag. De verbeelding wekte een andersoortige wereld op. Zo'n schilderij spaart je niet meer. Abstractie vervolgt je, daagt je uit. Ze drijft je in het nauw. 'Een hele poos gebeurt er niets', schreef Rainer Maria Rilke over Paul Cézannes werk, 'tot wanneer men in zichzelf de ogen vindt die men nodig heeft.'

Paul Depondt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden