Een universiteit die democratie wil verbreiden

Aan de Central European University krijgen studenten uit Midden-en Oost-Europa lessen over de overgang naar democratie. Opvallend zijn de Noord-Koreaanse studenten....

De uitreiking van de diploma's is volop aan de gang, wanneer de Roemeense Monica Macovei het podium opstapt. In 1993 studeerde ze af als jurist aan de Central European University.

'Het was niet de gelukkigste tijd van m'n leven', begint ze haar toespraak in de operetteschouwburg van Boedapest. 'We kregen een zwaar programma te verwerken. Ik moest hard werken. Maar mijn studie hier heeft mijn leven en dat van anderen grondig veranderd.' Sinds januari is Macovei, in haar land een bekende mensenrechtenactiviste, minister van Justitie in de Roemeense regering.

Ook van de 524 studenten die vandaag hun postdoctoraal diploma ontvangen, wordt verwacht dat ze in hun land van herkomst voor verandering zorgen. 'De kans dat ze na hun studies naar huis terugkeren is veel groter hier dan aan universiteiten in het Westen', zegt prorector Laszlo Matyas. 'Met een diploma van onze Engelstalige universiteit op zak behoren ze in hun eigen land automatisch tot de elite .'

De herkomstlanden van de in sociale wetenschappen gespecialiseerde universiteit blijven niet meer beperkt tot Midden-en Oost-Europa. 'Toen de Central European University in 1991 werd opgericht, mikten we vooral op de voormalige Oostbloklanden', zegt Matyas. 'Maar de laatste jaren doen ook studenten uit West-Europa of de VS er in Boedapest een jaartje bij.'

Maar ook het aantal studenten uit de ontwikkelingslanden neemt gestaag toe, tot tevredenheid van Matyas. 'Als universiteit in een voormalig Oostblokland hebben we van de overgang naar democratie en vrije markt ons zwaartepunt gemaakt. Veel ontwikkelingslanden kampen met dezelfde problemen. Ze kunnen uit onze ervaringen leren.'

Onder de studenten waren dit jaar een Palestijn en een Irakees, en zelfs een tiental Noord-Koreanen. Die laatste groep hoopt Matyas 'te infecteren met ons kritische gedachtegoed': ze krijgen een speciaal programma voorgeschoteld.

Zijn grote aantrekkingskracht - gemiddeld tien keer meer kandidaten dan beschikbare plaatsen - heeft de Central European University, niet alleen danken aan de studiebeurzen die voor de meeste studenten zijn weggelegd, ongeacht de nationaliteit.

Met zijn hooglerarenkorps kan zij concurreren met menige westerse topuniversiteit. Matyas pronkt met zijn laatste 'aanwinst': Bokros Lajos, een oud-directeur van de Wereldbank.

Het geld voor die hoogleraren komt van George Soros, de Hongaar die na zijn vertrek naar de VS een fortuin maakte als beursspeculant. Na de uitreiking van de diploma's werd bekend dat hij zijn donatie aan de Central European University wil verdubbelen tot 420 miljoen euro. De universiteit leeft van de rente van dat bedrag.

'De Central European University is de belangrijkste van mijn filantropische bedrijvigheden', vertelt Soros. Via zijn Open Society Institutes stopt hij jaarlijks 400 miljoen dollar in projecten die de democratie moeten bevorderen, vooral in de voormalige Oostbloklanden. 'Ook de Central European University

moet een open geest uitstralen', besluit hij.

Die democratische geest is zichtbaar aanwezig op de receptie na de uitreiking van de diploma's, op de binnenplaats van het universiteitsgebouw. 'Ik ben een wereldburger', zegt de Kameroense Vitalis Ngambouk, die aan een doctoraat werkt over vrouwenbesnijdenis. Ook de Nederlandse Jenneke Lockhoff, net afgestudeerd in Internationale Betrekkingen en Europese Studies, noemt de veelheid aan culturen er verfrissend. 'Soms lijken argumenten helemaal niet meer vanzelfsprekend.'

Maar niet iedereen op de receptie blijkt dezelfde kritische ingesteldheid

te hebben. De 21-jarige Farkhad Gakhraman Mukhtarov uit Azerbeidzjan, die zich nu master in Milieustudies mag noemen, wil niet horen spreken over een gebrek aan democratie in zijn land. 'Azerbeidzjan is niet minder democratisch dan Bulgarije of Roemenie', beweert hij. 'Laten we liever spreken over wetenschappelijke onderwerpen.'

Nog minder open zijn de Noord-Koreanen. Wanneer een van hen fier zijn getuigschrift laat zien, mengt een collega zich in het gesprek. Op zijn jasje heeft hij een speldje met het portret van de Koreaanse leider Kim Jong Il.

'Mag ik even onderbreken?', vraagt hij. Na zijn collega wat in het oor te hebben gefluisterd, loopt hij de andere kant op en begint over de geserveerde wijn te babbelen.

Of hij het niet gek vindt om als inwoner van een van de wreedste dictaturen aan een vrije universiteit te studeren? 'Geloof toch de westerse propaganda niet', antwoordt hij. Hoe zou hij het Noord-Koreaanse regime dan omschrijven? 'Naar mijn mening is Noord-Korea een democratie.'

Zijn woorden zijn nog niet koud of zijn collega van daarnet komt opnieuw aangelopen. Op zijn hemd heeft hij ondertussen ook een Kim Jong Il-speldje zitten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden