Een universele geest, maar ook ondernemer zonder scrupules

Volgens Pierre Vinken, topman van uitgeverij Elsevier, was een bedrijf een winstmachine. De hoogbegaafde intellectueel, eerst hersenchirurg, had lak aan conventies. Interviews weigerde hij, ook aan zijn eigen media.

Pierre Vinken, vrijdag op 83-jarige leeftijd overleden, was een van de kleurrijkste naoorlogse Nederlandse ondernemers. Hij was een hoogbegaafd intellectueel met een voor Nederlandse begrippen ongekende eruditie. Hij provoceerde, had lak aan conventies en roeide graag tegen de stroom in. Maar naast de rebel was hij ook de kille ondernemer die in 1987 met een vijandige overname op concurrent Kluwer ook de hebzucht onder Nederlandse aandeelhouders aanwakkerde.


Niettemin behoort hij met onder meer Anton Dreesmann en Paul Fentener van Vlissingen tot het opmerkelijke groepje Nederlandse ondernemers die misschien meer vrienden hadden in linkse kringen dan in rechtse. Op het eerste gezicht was Vinken een publiciteitsschuwe, vaak binnensmonds mompelende en weinig charismatische man, maar hij kon als geen ander mensen voor zich innemen. Hij was bevriend met schrijvers en journalisten als Martin van Amerongen, Theo van Gogh en Theodoor Holman en uitgevers als Geert van Oorschot en Theo Sontrop. Hij haalde ook de roddelbladen vanwege zijn drie huwelijken, waaronder die met Sylvia Tóth ('een administratief foutje', noemde hij dat zelf) en zijn vele affaires met onder anderen Merel Laseur en Annemarie Oster. Hij was een zo universele geest dat de journalist en beleggingsdeskundige Paul Frentrop al in 2007 een meer dan duizend bladzijden tellende biografie over hem schreef.


Vinken werd geboren als oudste kind in een katholieke mijnwerkersfamilie in Sittard. Toen zijn broer Jacques ter wereld kwam, moest bij zijn moeder de baarmoeder worden verwijderd. 'Alleen daardoor heb ik verder kunnen studeren. Anders waren er wel meer kinderen gekomen en had mijn vader dat niet kunnen betalen. Dan was ik ook in de mijn terecht gekomen', zei hij daar later over.


Vinken twijfelde al op zijn 8ste aan de kerk en wist op zijn 15de volgens Frentrop zeker dat 'alles wat de kerk hem aan godsdienst inpompte even grote onzin was als het Sinterklaasverhaal'. Hij was al jong zeer belezen. Hij verslond niet alleen de boeken van Multatuli, Vestdijk, Du Perron en Ter Braak, maar ook die van grote filosofen, psychologen en analytici als Nietszche, Hume, Locke en Freud. Die pakte hij vaak stiekem op bij tweedehands winkeltjes in Sittard.


In 1947 kon hij zich van zijn katholieke juk verlossen toen hij het bisschoppelijk college in Roermond verliet om geneeskunde te studeren aan de Universiteit Utrecht. De studie ging hem gemakkelijk af en hij besteedde zijn tijd vooral aan het oeverloos discussiëren met gelijkgezinde rebellen. Hij meed de traditionele studentenverenigingen en bracht zelfs een tegenhanger uit van de officiële universiteitskrant. Hij stond aan de basis van het literaire blad Tirade, waar hij overigens zelfs maar drie artikelen voor schreef. Samen met de antropogeneticus John Huizinga ging hij zich bezighouden met de erfelijke kenmerken van schedels, waarvoor opgravingen werden gedaan in Zeeland.


Een andere hobby, zo mogelijk obsessie, werd de iconografie, een tak van de wetenschap die tot doel had beeldende kunst te verklaren door ze te vergelijken met de literaire productie uit dezelfde tijd. Op voordracht van Huizinga kon hij wat geld verdienen met het maken van Engelstalige uittreksels van medische onderzoeken voor de uitgeverij Excerpta Medica.


Nadat hij in 1955 was afgestudeerd, wilde hij zenuwarts worden. Na een stage bij epilepsiekliniek Meer & Bosch te Heemstede kreeg hij een baan bij de Utrechtse universiteitskliniek voor psychiatrie en neurologie. Maar het werken met patiënten gaf hem weinig vreugde. Ook stelde hij al snel vast 'dat psychiatrie geen wetenschap was', omdat er zelfs verschillende meningen waren over wat een depressie was. Vinken koos een opleiding tot neurochirurg in het Wilhelmina Gasthuis. Hij slaagde met glans, maar vond het werk, vooral tumoren weghalen, al snel te routinematig.


In 1964 werd hij opgenomen in de redactiecommissie van Excerpta Medica. Naast zijn operaties op de Boerhave Kliniek, ging hij dagelijks naar Excerpta aan de Herengracht. In 1966 werd hij mededirecteur van Excerpta Medica. Hoewel het computertijdperk nog in de kinderschoenen stond, was Vinken een van de eerste die databanken opzette waarmee het werk van de uitgeverij internationaal kon worden ontsloten. Excerpta Medica werd een geldmachine. In 1970 besloot hij de medische uitgeverij onder te brengen bij uitgeverij Elsevier, waarmee hij niet alleen grote rijkdom verwierf maar ook een plek in de raad van bestuur bedong.


In 1979 werd hij topman van Elsevier, dat vlak daarvoor de Nederlandse Dagblad Unie (AD en NRC) had overgenomen. Vinkens fascinatie was de uitbouw van de wetenschappelijke tak, waarmee de grootste marges konden worden gemaakt. 'Een bedrijf is een winstmachine, geen omzetmachine', zei hij.


Dat viel slecht in linkse kringen, vooral toen Vinken zijn woorden in daden omzette met forse saneringen, de overval op Kluwer en de poging de Perscombinatie over te nemen. Interviews weigerde hij, zelfs aan zijn eigen media, omdat journalisten toch niet zouden opschrijven wat hij bedoelde. Zijn doel Elsevier tot de elite van de wereld te promoveren zou hij alleen kunnen bereiken met de overname van een grote Angelsaksische uitgeverij. Uiteindelijk wist hij Elsevier in 1992 samen te voegen met de Britse uitgeverij Reed. Hij bleef nog drie jaar topman en daarna nog jaren commissaris. Maar het werd geen gelukkig huwelijk. Vinken werd na zijn vertrek weer in de armen gesloten als cultfiguur van het grachtengordeldeel van liberaal-progressief Nederland.


Zijn republikeinse gezindheid was een mooi aanknooppunt. Vinken had een hekel aan de Oranjes, omdat hij een keer een uur op een vliegveld had moeten wachten omdat de zoon van Margriet en Pieter met meisje Van den Broek eerst moesten opstijgen. In 1996 was hij een van de oprichters van het Republikeins Genootschap met als een van de controversiële statuten: 'Leden worden ook op hun lichamelijke kenmerken geselecteerd: alleen autochtone mannen komen in aanmerking'.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden