interview Hanneke Pot

Een tweede taal leren zonder te spreken? Met methode uit jaren 60 moet het 4-jarigen lukken, dacht deze promovenda

In haar strijd tegen taalachterstand bij jonge kinderen grijpt de Rotterdamse lerarenopleider en oud-leerkracht Hanneke Pot naar een Amerikaanse taalmethode uit de jaren zestig: Total Physical Response. Kinderen hoeven daarbij zelf niet te spreken. Ideaal voor 4-jarigen, dacht Pot. Deze week promoveert ze aan de Universiteit van Amsterdam op het gebruik van TPR bij jonge tweedetaalleerders.

Een leraar gebruikt een methode uit de jaren zestig, Total Physical Response, tijdens zijn les in Arapho: ‘Ga op de vloer zitten, kom omhoog van de vloer.’ Beeld Denver Post via Getty Images

Waarom haalt u een oude methode van stal?

‘Vanaf 6 jaar hebben kinderen recht op een tweedetaalklas, maar 4- tot 5-jarigen vallen erbuiten. Voor hen bestaan geen speciale methodes. Ze volgen het gewone kleuterprogramma, gericht op voorlezen en gesprekjes over allerlei onderwerpen. Dat kan voor kinderen die nog helemaal geen Nederlands kennen lastig en stressvol zijn.

‘TPR maakt gebruik van opdrachtjes en spelletjes, waarmee ze kunnen laten zien wat ze begrijpen zonder zelf te spreken. Zoals klim op de stoel, wijs het kind zonder masker aan of spring als een aapje door het circus. We hoopten dat dit goed zou werken bij 4-jarigen.’

Lerarenopleider en UvA-promovenda Hanneke Pot Beeld Inholland

En?

‘Het is inderdaad een prettige methode voor de kinderen, omdat ze minder snel afhaken of onzeker worden – máár, hij is niet effectiever. Heel jammer, want taalachterstand bij jonge kinderen is met name in steden een groot probleem. Ik heb twaalf jaar als leerkracht in het basisonderwijs in Rotterdam gewerkt, dus ik heb het aan den lijve ondervonden. Ik hoop al jaren op een doorbraak, maar het is een bewerkelijk probleem.’

Om hoeveel kinderen gaat het eigenlijk?

‘Dat wordt nergens bijgehouden. We weten dat de helft van de basisschoolleerlingen in Amsterdam en Rotterdam een anderstalige achtergrond heeft. Een groot deel van hen begint op school met een geringe taalbeheersing van het Nederlands, met een kennis van minder dan duizend woorden. In vergelijking met de gemiddelde 4-jarige met Nederlands als moedertaal is dat weinig, die kent drieduizend woorden.

‘De twintig scholen in Rotterdam, Dordrecht en Gouda die meededen aan het onderzoek hadden gemiddeld 5 kinderen op de 20 of 25 met een taalachterstand. Dat is veel. En mensen denken vaak dat het om kinderen gaat van recente migranten, vluchtelingen of nieuwkomers uit bijvoorbeeld Polen. Maar een grote groep is nakomeling van een tweede of derde generatie migranten, met ouders die wel Nederlands spreken maar dit thuis niet gebruiken. ’

Waarom is het zo lastig om kinderen een nieuwe taal te leren, die kunnen dat toch juist goed?

‘Een 4-jarige kan nog niet lezen. Ze hebben nog geen voorstelling van wat een woord is. Gesproken taal is als een stroom klanken. Je moet je voorstellen dat een kind van 4 dat geen enkel woord Nederlands spreekt op school komt en dan een brei van onbegrijpelijke klanken over zich heen krijgt die de rest wel verstaat – dat kan heel beangstigend zijn en ze pikken daar moeilijk woorden uit op.

Toch had u meer verwacht van de methode. Gaat hij weer de kast in?

‘Nee, want TPR helpt leerkrachten om de kinderen op de juiste manier te begeleiden. Kinderen leren eerst taal begrijpen, voordat ze het leren spreken. Het is een natuurlijke neiging om woorden uit te lokken bij het kind, om te vragen of ze het woord nazeggen. Daarmee kan je een kind snel overvragen. Jíj moet het woord herhalen, niet het kind.

‘Wat helpt is voorwerpen, plaatjes en gebaren gebruiken om losse woorden eruit te lichten. Spelenderwijs uiteraard en woorden veel herhalen. De beste herhaling is minstens tweemaal per zin. Eerst los en dan in een klein zinnetje. Dus: De bal. Dit is de bal. Pak de bal. Uit eerder onderzoek is gebleken dat je een woord wel twintig keer moet herhalen, terwijl leerkrachten denken dat vijf of zeven keer wel voldoende is.

‘Mijn onderzoek roept vooral de vraag op: waarom is TPR niet effectiever? Wat je nu vaak ziet, is dat extra taalles in een hoekje van de klas plaatsvindt met kinderen van verschillende niveaus door elkaar. Tijdens het onderzoek zaten de kinderen in een aparte ruimte, zonder afleiding en meer ingedeeld op niveau. Dat is mogelijk belangrijker dan het type methode dat je kiest. Dat zou ik graag verder onderzoeken.

‘Dat extra taalles buiten de klas niet gebeurt, is overigens geen onwil. Leerkrachten willen dolgraag extra aandacht geven, maar er is vaak niet genoeg capaciteit. Mijn diepe respect voor alle leerkrachten die werken met kinderen die nog geen Nederlands spreken en die daar elke dag iets van proberen te maken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.