Column

'Een trap na voor staatssecretaris Weekers'

Er was niets goeds aan de verhaaltjes van staatssecretaris Frans Weekers van Financiën, meent columnist Peter Middendorp. Te verklaren was het optreden van de staatssecretaris wel, Weekers komt namelijk 'van het zand'. 'Zandmensen geven altijd mee. Je krijgt alles van ze gedaan.'

'Ik verdraag die bange oogjes niet, de wijze waarop hij de vingertoppen op zijn borst legt'Beeld ANP

Nu het nieuws over de Bulgarenfraude is geluwd en Frans Weekers zich alweer iets veiliger mag wanen, zie ik het als maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar ook wel als persoonlijk genoegen, de staatssecretaris hier, op deze plek, een trap na te geven. Het zal wel weer de zelfhaat zijn, maar ik verdraag die bange oogjes niet, de wijze waarop hij de vingertoppen op zijn borst legt en een gezicht trekt waartegen je wel kunt blijven zeggen: 'Nee, ik trek je integriteit niet in twijfel, ik wil alleen mijn geld terug.'

Een belastingkantoortje voor bevriend Roermond, een briefje, een reclamezuil. Waar 'Ja, ik begrijp die mensen eigenlijk wel' een normalere reactie op de toeslagenfraude was geweest, zei hij 'Schókkend, schókkend' in Brandpunt, en dook tijdens de klemtonen op de o's tweemaal geschokt ineen.

Hij komt van het zand, Frans. Hij is van het Limburgse dorpje Weert. In een profiel van Jan Tromp in deze krant zeiden mensen dat Frans een lieve jongen is. Nu, dat wilde ik wel geloven. Zandmensen geven altijd mee. Je krijgt alles van ze gedaan.

Ik kom zelf van het zand - de laatste uitloper van de Hondsrug is een heuveltje in oceanen van veen en klei. Zand is niks. Je leert er al vroeg op begrijpen waarom mensen nooit zeggen dat het leven hen als water door de vingers spoelt.

Zandmensen vallen in helften uiteen. De ene helft probeert uit alle macht zichzelf te zijn, de andere ontkent alles. Het komt: ze groeien op in angst. Ze kunnen altijd iemand tegenkomen van het veen of de klei. Dan weet je nooit wat er gaat gebeuren, maar je houdt je tong vast binnenboord.

In het debat van dinsdag trof Weekers het verwijt dat hij met de tv had gesproken zonder eerst opsporingsdienst FIOD in te lichten, zodat de kans ontstond dat verdachten bewijsmateriaal zouden verbranden voordat de FIOD ze had gegrepen. Weekers betoogde hierop dat het juist gebruikelijk was elkaar dom te houden, en dat de FIOD bovendien heel professioneel werkte - die hield de tv zelf wel in de gaten.

Later kreeg hij een briefje toegespeeld, waarop stond dat zijn voorlichter de FIOD wel had gebeld, na de tv-opnamen, en bracht hij het feit dat er toch was gebeld ineens ook in ter verdediging van zichzelf; een kind dat hoort dat er geen bruggen in de buurt zijn en het nu op slagbomen gooit.

Er was niets goed aan zijn verhaaltjes. Het tweede ontmaskerde het eerste, maar het tweede deugde ook al niet, want als het toch gebruikelijk is elkaar te bellen, doe je dat niet achteraf, als er niets meer aan te doen is. Toch leunde Weekers nu voorover op het katheder in een houding waarin een ander een drankje voor een kwestieuze dame bestelt. Zo, dacht hij, nu jullie weer.

De Kamer was overtuigd en sprak het vertrouwen in hem uit. De zandman kon de Kamer verlaten en keerde door een klein deurtje terug in de wereld, waar hij de fraude te lijf zal gaan met alle fraudegevoeligheid die hij in zich heeft.

Peter Middendorp is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Twitter: @Petermiddendorp

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden