Een Tour onder voorbehoud

Wie de Tour de France van 2009 wint, weten we pas in 2017. Tot die tijd moet de winnaar vrezen voor wat de dopingcontroleur nog gaat vinden.

De vraag is wiens urinestalen we graag met terugwerkende kracht aan een dopingcontrole zouden willen onderwerpen. Het klinkt absurd, maar absurd is niets meer als het om wielrennen gaat. We zien het er nog van komen dat journalisten een aanvraag indienen om een in hun ogen verdachte coureur aan een extra onderzoek te onderwerpen.

Thomas Dekker had afgelopen woensdag een bedenkelijke primeur in de wielersport. Hij werd door de internationale wielerunie UCI op de hoogte gesteld van het feit dat een van zijn oude urinestalen alsnog een positief resultaat op dynepo had opgeleverd. De renner begreep er in eerste instantie weinig van. Hoe kon hij nu worden gestraft voor iets dat hij in 2007 rond kerst, toen hij nog voor Rabobank uitkwam, zou hebben gedaan?

De verwondering van Dekker was begrijpelijk. In de wereld van de dopingbestrijding noemen ze het retrospectief testen. Bloed- en urinestalen van sporters worden met terugwerkende kracht geanalyseerd. Op die manier wordt er optimaal geprofiteerd van de voortschrijdende opsporingstechniek en kunnen bedriegers te allen tijde worden ontmaskerd.

Dat is althans de gedachte.

De techniek werd dit jaar voor het eerst – de polemiek rond de urinestalen van Lance Armstrong uit de Tour van 1999 niet meegerekend – met permissie toegepast op de verzamelde ingevroren urine tijdens de Olympische Spelen van Peking. In China werd in 2008 niet getest op het prestatiebevorderende middel cera, epo van de derde generatie. Acht maanden na dato, toen die mogelijkheid wel bestond, liepen bij het hertesten zes sporters tegen de lamp, onder wie de renners Davide Rebellin en Stefan Schumacher.

Voor de UCI was die manier van dopingbestrijding tot voor kort nog nieuw. In het geval van Dekker gaf de wielerfederatie het laboratorium van Keulen opdracht de urine van de Nederlander nog eens te analyseren. Aan de basis van dat verzoek lagen vreemde schommelingen die volgens de medische commissie van de wielerfederatie uit het biologische paspoort van de renner waren af te leiden.

Bij de tweede analyse waren echter andere normen van kracht. Het protocol daarvoor werd door het het WADA, het wereldantidopingagentschap, op 31 mei van dit jaar goedgekeurd. Het laboratorium in Keulen vond de uitslag van de eerste test, in januari 2008, echter al verdacht genoeg om het monster van Dekker op te slaan.

Het is namelijk niet vanzelfsprekend dat laboratoria kunnen teruggrijpen op oude urinestalen. Normaal worden monsters die negatief testen na drie maanden vernietigd. Sinds 1 januari 2009 heeft WADA echter verordonneerd dat bloed- en urinemonsters tot acht jaar na dato opnieuw mogen worden gecontroleerd.

Het verleidde Jacques Rogge na de laatste Spelen tot de uitspraak dat we pas in 2016 ‘de echte winnaars van Peking zullen kennen’. ‘Voortaan vriezen we dopingstalen in. Ze kunnen op elk moment worden onderzocht, zo gauw we in staat zijn een nieuwe substantie te ontdekken. Het wordt echt heel moeilijk vals te spelen. Wie het nog probeert zal acht jaar niet rustig slapen.’

Marc Sergeant, manager van Silence-Lotto, glimlachte er woensdag bij toen hij, nadat hij net Thomas Dekker op non-actief had gezet, vertelde dat ‘er verschillende renners onrustig zullen gaan slapen vannacht’. Het preventieve karakter wordt door wetenschappers bejubeld. Maar het is een onderschatting van de geldingsdrang van de topsporter. Experimenteren is voor velen een geincalculeerd risico op jacht naar roem en geld.

Het nieuwe WADA-beleid om retrospectief testen tot acht jaar terug toe te staan, heeft grote consequenties. Want wie toestaat tot acht jaar terug te testen, moet over die periode ook alle urine- en bloedstalen opslaan. In Gent wordt dat afgedaan als ‘wensdromen van WADA’.

De ruimte ontbreekt simpelweg. Een simpele rekensom leert dat een laboratorium dat 6.000 tests uitvoert, en die opsplitst in een a- en b-staal, over acht jaar de beschikking heeft over 96 duizend monsters. In Gent is daar momenteel geen plek voor in de diepvriezer. Er zal een extra loods voor gehuurd moeten worden, zoals in Châtenay-Malabry al is gebeurd.

‘Het volstaat ook niet ze gewoon op te slaan. Als de UCI vraagt één specifieke staal opnieuw te testen, wil je er ook geen dagen naar moeten zoeken’, zei professor Delbeke. En ook niet alle prestatiebevorderende middelen blijken na acht jaar even stabiel in de urine.

De wielersport zal achtervolgd worden door het verleden. En als het nu ergens komaf mee probeert te maken, is het dat wel. Maar in het streven naar geloofwaardigheid is het alleen maar ongeloofwaardiger geworden.

De Tour duurt geen drie weken meer, maar acht jaar. Er kan niet meer worden uitbetaald in de vele Tourtoto’s. Het zijn ‘waarschijnlijke winnaars’ die de komende weken het podium mogen beklimmen. Onder verhalen in de Volkskrant verschijnt het label ‘onder voorbehoud’, over de uitslag kan nog worden gecorrespondeerd.

Het is een absurde wereld. Het leven onder voorbehoud, een Tourhuldiging acht jaar na dato. Begrijpelijk misschien uit het perspectief van de dopingbestrijder die moet ook waar voor zijn geld leveren, maar ridicuul voor ieder ander. We zijn het spoor bijster.

Volgens de jagers zal het testen met terugwerkende kracht de rechtvaardigheid in de sport bevorderen. Waarom beklijft dan het gevoel dat uitgerekend de dopingjacht zelf niet eerlijk meer is? De internationale wielerunie zegt naast Dekker nog monsters van andere renners opnieuw te testen. Geen idee voorlopig aan wie die toebehoren.

Suggesties te over echter. Dekker is beslist niet de enige die met terugwerkende kracht struikelt. Maar wiens monsters ga je op welke substanties testen?

Er is sprake van willekeur. ‘Ze kunnen het halve peloton hertesten’, zei Erik Breukink, ploegleider van Rabobank, vrijdagochtend. ‘Ik weet niet of ze dat gaan doen. Hoe ver ga je daar in? Ik ken eigenlijk helemaal de regels niet.’ Hij is de enige niet.

De consequentie is dat sport is overgeleverd aan de duivel. Wat over blijft? Zonder hazen komt ook de jacht tot stilstand.

Winnaars laten zich niet met terugwerkende kracht aanwijzen. Winnaars laten zich in de actualiteit bejubelen. Vraag het Denis Mentsjov, die in 2005 de Vuelta-zege van Roberto Heras in de schoot geworpen kreeg. De Rus beleefde er geen plezier aan.

Sport heeft geen terugwerkende kracht. ‘Jeg har taget doping’, zei Bjarne Riis twee jaar geleden, ‘jeg har taget epo.’ In een vrije vertaling: de Deen won de Tour van 1996 dankzij het gebruik van epo. Als de organisatie de gele trui terug wilde, dan kon het die bij hem thuis komen halen, zei Riis. Dat deed de organisatie nooit. Hij is zelfs niet van het palmares geschrapt.

Want had de Tour dan Jan Ullrich tot winnaar moeten uitroepen?

Riis leverde niets van zijn prijzengeld in, profiteerde flink van de contracten die hij met die Tourzege als onderpand afsloot en is nu de florerende manager van de wielerploeg Saxo Bank. We weten alleen dat hij epo heeft gebruikt. We kunnen en doen er niets mee.

Gaat het ook zo als over pakweg zes jaar bekend wordt dat de winnaar van 2009 het spel niet schoon speelde? Topsport is het plezier van het moment.

‘Sport is een toneelstuk waarbij de toeschouwer zelf kan beslissen hoeveel hij wil weten over alles wat zich in de coulissen afspeelt’, zei sportfilosoof Ivo van Hilvoorde vorig jaar in een interview met de Volkskrant. Beter is het eigenlijk niet te verwoorden.

Maar in het wielrennen staat die definitie onder druk. Wat de komende drie weken gebeurt, is een illusie. Alejandro Valverde mag overal fietsen, behalve in Italië. Dus kan hij niet deelnemen aan de Tour omdat in de zestiende etappe over Italiaans grondgebied voert.

In Italië hebben ze met het dna van de Spanjaard en de bloedzakken uit het laboratorium van hoofdverdachte Eufemiano Fuentes aangetoond dat hij betrokken is bij het omvangrijke Spaanse dopingschandaal Operación Puerto.

Er wordt in deze Tour een recordaantal controles uitgevoerd. Het is een illusiepolitiek. Vroeger werd de illusie van een schone sport min of meer gehandhaafd door weinig te controleren, tegenwoordig door streng te controleren. Beide hebben niet tot het gewenste resultaat geleid.

De sport kan niet zonder dopingbestrijding, maar het spel in de coulissen is gaan overheersen. Zoveel werd weer duidelijk na de uitspraak van het arbitragehof van het Frans olympisch comité. Die bepaalde dat de Belgische renner toch mag starten in de Tour de France. De organisatie had hem eerder dat recht ontzegd nadat Boonen voor de tweede keer binnen een jaar was betrapt op cocaïnegebruik.

Omdat het buiten competitie gebeurde, was er geen sprake van een dopingzaak. De Franse organisatie ASO wilde Boonen eigenlijk helemaal niet weren, maar deed dat na tussenkomst van de toenmalige staatssecretaris van sport, Bernard Laporte, die vond dat de Belg het imago van de ronde kon schaden.

ASO kon die oproep niet negeren, maar toonde zich vrijdagmiddag verheugd toen het arbitragehof besliste dat Boonen aan de deelnemerslijst moest worden toegevoegd. De Tour heeft nood aan kampioenen. Daarom werd ook de deur voor Lance Armstrong wagenwijd opengezet. De organisatie was bezig zijn eigen evenement commercieel te ondermijnen. Dat was nu ook weer niet de bedoeling, besliste de directie. Er moest wel geld worden verdiend.

‘Tegelijkertijd geloven we dat, gezien de grote kampioen die Tom Boonen is, hij de mogelijkheid zal aangrijpen om een voorbeeld te zijn tijdens het evenement’, stelde ASO vrijdagmiddag desondanks keurig in een verklaring.

Wij noemen het gerechtigheid. Neemt natuurlijk niet weg dat we best geïnteresseerd zijn in de oude dopingstalen van Tom Boonen. Als we dan toch kunnen kiezen.

Tom Boonen op weg naar de persconferentie nadat hij heeft gehoord dat hij mag starten in de Tour de France. (Klaas Jan van der Weij) Beeld Klaas Jan van der Weij
Tom Boonen op weg naar de persconferentie nadat hij heeft gehoord dat hij mag starten in de Tour de France. (Klaas Jan van der Weij)Beeld Klaas Jan van der Weij
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden