Een toekomstvisioen

In de jaren tachtig trok hij met de mujahedin door Afghanistan. ‘Ik weet sindsdien hoe makkelijk je meegesleept kunt worden in het gebruik van geweld.’ De afgelopen tijd adviseerde hij de Nederlanders in Uruzgan: gedraag je zoals bij je schoonmoeder....

Afghanistan-deskundige Willem Vogelsang (53) pakte ooit de magic bus naar Kandahar, trok later mee met de mujahedin en keerde in 2008 terug als cultureel adviseur van de Nederlanders in Uruzgan. Binnenkort neemt hij met de Nederlandse vredesmissie afscheid van de Afghanen.

Over tien jaar hoopt hij een vrij Afghanistan opnieuw aan te kunnen doen. ‘Dan fiets ik hopelijk een rondje door Tarin Kowt. Waarschijnlijk zoek ik dan mijn Afghaanse vrienden weer op en misschien kunnen we er dan eentje opsteken. Ik hoop het beste voor ze. Ze hebben geen gemakkelijk leven.’

Wat bracht u voor het eerst naar Afghanistan?

‘Ik ontving een Britse uitnodiging om te helpen bij een opgraving in het oude Kandahar. Dat was in 1978. Tijdens mijn studie Sanskriet en oud-Perzisch was ik geïnteresseerd geraakt in oude geschiedenis. Ik pakte dus als jonge archeoloog de trein naar Istanbul en dan verder met de magic bus naar Herat en Kandahar. Ik herinner mij verkeersloze straatjes en dikke walmen hasj. Een en al romantisch oriëntalisme.

‘We vonden nog munten van Alexander de Grote. Onlangs vloog ik in een legerhelikopter over dat ruïneveld en dacht ik terug aan die geweldige tijd. De communisten waren toen net aan de macht. Later reisde ik naar Kabul, door Noord-Afghanistan en door Pakistan. Daar merkte ik een toegenomen spanning op straat. Op de terugweg naar Herat werd ik uit een busje gehaald: het was te gevaarlijk om verder te gaan.

‘In Nederland pakte ik mijn studie weer op en richtte, samen met anderen, het Komitee Afghanistan Vrij op. Ik heb nog stickers geplakt over posters van het Russisch Staatscircus: ‘Afgelast. De Afghaanse leeuw laat zich niet temmen!’.

‘In de jaren tachtig keerde ik terug. Eerst liet ik in het Pakistaanse Peshawar mijn haren en wenkbrauwen zwart verven. Daarna trok ik drie maanden door Afghanistan met de mujahedin. Op ezels, op kamelen en in jeeps op zoek naar de Russen. Ik had een contract met de Haagse Post om daarover te schrijven, maar ik had ook een kalasjnikov over mijn schouder. Vooral om niet op te vallen. Na een maand groeide de kleur uit mijn haar en toen ik eens als eerste uitstapte, wezen bewoners naar mij: Sovjet! Sovjet! Dat ging maar net goed. We schoten ’s nachts wat op een citadel waarin soldaten zaten en gingen er dan snel vandoor. Een beetje wat de Taliban nu doen. Ik denk weleens dat ik ze best begrijp.

‘Ik heb veel nare dingen gezien. Ik zag hoe Russische vliegtuigen vanaf een heuvel napalm gooiden op een dorpje. We zijn er naartoe gegaan en zagen de gevolgen van dat spul. Ik moest helpen bij het afzetten van een been van een meisje. Ik was nog jong, het deed me niet veel. Pas toen ik zelf kinderen kreeg, schrok ik er wakker van.

‘Je waant je onkwetsbaar als twintiger. Je denkt zwart-wit. Als je dan met een geweer rondloopt, en je hebt jezelf een good cause aangepraat, voel je je lekker. Ik weet sindsdien hoe makkelijk je meegesleept kunt worden in het gebruik van geweld. Dat zal nu vast ook voor een hoop Afghaanse jongemannen gelden die met de Taliban rondlopen.’

Hoe wordt een verzetsstrijder wetenschapper aan de Leidse universiteit?

‘Ik kreeg een beurs voor Cambridge en daarna Gent. Ik besloot te promoveren op het Afghanistan, Perzië en Iran van 500 voor Christus. Dus vanaf het begin van de geschreven bronnen, die ik kan lezen. De Universiteit van Leiden gaf mij na mijn promotie een baan en in de jaren negentig zwierf ik veel met mijn vrouw en zoontjes door Iran. Zij onderzocht daar klederdrachten, ik deed mijn eigen onderzoek en werkte aan mijn boek The Afghans.

‘Bijna niemand in Nederland wist waar dat land lag. Het manuscript lag ruim een half jaar bij de uitgever. Na de aanslagen van 11 september werd The Afghans snel gedrukt en bivakkeerde ik wekenlang in Hilversum om uitleg te geven in tal van televisieprogramma’s. Stond ik bij Netwerk voor een landkaartje met vier punaises of dronk ik na afloop van een uitzending een borrel met Lee Towers of met Freek de Jonge. Het Museum voor Volkenkunde benoemde mij in 2002 tot conservator voor Zuidwest- en Centraal-Azië. Ik werd opeens omringd met de mooiste voorwerpen.’

Sinds 2008 werkt u in Kamp Holland als burger tussen de militairen. Wat is uw taak?

‘Eerst vroeg Defensie mij lezingen te geven over de Afghaanse cultuur. Ter voorbereiding van militairen die op missie gingen. Wellicht hoopten ze op een lijstje do’s en dont’s voor Afghanistan, maar dat kregen ze niet. Ik zei: gedraag je maar zoals bij je schoonmoeder. Wees netjes en voorkomend. En als je eens een foutje maakt in de etiquette, dan is dat juist leuk voor die mensen. Daar hebben ze het nog weken over!

‘Defensie gaf mij ook een zesdaagse training, zodat ik als militair mee kon naar Noord-Afghanistan. Ik werd in die tijd beëdigd als luitenant-kolonel op de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Toen een Duits peloton voor mij salueerde, wist ik niet eens hoe ik terug moest groeten.

‘Halverwege de missie in Urzugan, in 2008, bood het ministerie van Buitenlandse Zaken mij een baan aan als tribaal adviseur in Uruzgan. Een buitenkans om mijn kennis in de praktijk te gebruiken. Alleen die titel vond ik niet goed. Buitenlanders leggen te veel nadruk op het tribale systeem. Ik heet nu de CULAD, de cultureel adviseur. Of zoals sommige soldaten zeggen: de culinair adviseur.

‘De samenwerking is heel plezierig. Militairen blijken beschaafde en geïnteresseerde mensen. Ze voeren hier eerder een politietaak uit. Ze zoeken actief omgang met de bevolking, en dat doen ze heel goed. Door ook zelf soms eindeloos met lokale leiders te praten, hoop ik hen zo goed mogelijk te helpen.’

Wat trof u aan in Urzugan?

‘Ik verwachtte een wespennest. Hopeloze verdeeldheid en geweld. Dat had ik uit de pers begrepen. Ik was verrast toen ik ontdekte hoe betrekkelijk stabiel de provincie was. De kogels vlogen mij niet om de oren, al geef ik toe dat het voor mijn komst wel slechter was.

‘Uruzgan bleek nog steeds een ouderwetse, romantische uithoek van Afghanistan. Een achtergebleven gebied in een land dat al een van de armste ter wereld is. Na de oorlog tegen de Russen, de burgeroorlog en de Taliban, is ieder centraal gezag weggevaagd. Er is veel vernield. De mensen zijn teruggeworpen op hun familie. Op hun stam.’

Wat heeft ISAF afgelopen vier jaar bereikt in Uruzgan?

‘We zitten nog midden in het ontwikkelingsproces. Je zou dat over vijf jaar nog eens moeten vragen. Maar sommige dingen zijn al zichtbaar. Er zijn meer gezondheidscentra geopend, meer kinderen gaan naar school en het is stukken veiliger geworden. Maar onze belangrijkste verdienste is dat we meer bevolkingsgroepen in Uruzgan een stem hebben gegeven. Andere stammen dan die van de dominante Popalzai zijn bij de ontwikkeling van de provincie betrokken. Daar is de toegenomen stabiliteit voor een groot deel aan te danken.

‘Dat is elders in Afghanistan minder goed gelukt. En dat heeft veel te maken met de manier van optreden van de Nederlanders. Ze zijn erg gericht op praten, ze nemen een ander serieus. De andere stammen koesterden een diep wantrouwen jegens het provinciale bestuur en ‘de buitenlanders’, maar dat is nu minder. Ze weten ons en de gouverneur soms best te vinden. We hebben veel mensen in Uruzgan een idee gegeven hoe het ook kan. Anders, vrediger, harmonieuzer. Dat is het belangrijkste dat Nederland hier achterlaat: een toekomstvisioen.’

Wat hadden de Nederlanders beter kunnen doen in Uruzgan?

‘We praten veel en nemen iedereen serieus. Maar af en toe moet je ook met de vuist op tafel slaan. We hadden meer werk kunnen maken van de opbouw van het plaatselijke bestuur. In ons streven om vooral niet over te komen als een kolonisator, hebben we verzuimd druk te zetten op momenten dat het nodig was. Soms voel ik mij hier net een vader. Je wilt je kinderen de ruimte geven om zelf te leren en te ontdekken. Maar soms moet je... Misschien kunnen de Amerikanen dat juist wat beter.’

Afgelopen vier jaar verloor Nederland 24 militairen en werd er circa 2 miljard euro aan Urzugan gespendeerd. Is dat niet veel voor een toekomstvisioen?

‘Dat was een politieke keuze. Er zijn inderdaad grote offers gebracht, maar het is toch goed dat we hier zijn. In 2001 stond dit land er slecht voor. Het was straatarm en de Taliban hielden alles tegen. Op hun manier bedoelden de mullah’s het niet slecht, maar zij boden ook gastvrijheid aan Osama bin Laden. Het werd daardoor ook gevaarlijk voor het Westen.’

Nederland weigert samen te werken met de machtigste mannen van Uruzgan: Jan Mohammed Khan en Matiullah. Zij zouden te veel bloed aan hun handen hebben. Dat leidde tot veel plaatselijke tegenwerking. Is Nederland niet al te principieel in een land als Afghanistan?

‘Ook dat is een politieke keuze. Ik weet dat Australië en de Verenigde Staten wel met hen samenwerken. Beide leiders controleren inderdaad de heersende stam: de Popalzai, die slechts 10 procent van de provincie uitmaken. Nederland heeft juist geprobeerd de andere groepen erbij te betrekken. Ons vertrek creëert weer nieuwe onzekerheid en angst onder de andere stammen.

‘Onze opvolgers moeten voorkomen dat er weer twee kampen ontstaan in Uruzgan. Veel Uruzgani’s houden hun hart vast; zij kennen de Amerikanen alleen als Talibanjagers.’

Veel lokale leiders vrezen te moeten vluchten door het vertrek van de Nederlanders. Is het mogelijk dat het moeizaam opgebouwde bestuur meteen weer instort?

‘Het kan weer omvallen, zeker. Het is fragiel. Maar ik denk dat Uruzgan een redelijke kans maakt door te gaan op de ingeslagen weg. Veel hangt ook af van de ontwikkelingen in de omliggende provincies. Het is koffiedik kijken.’

Wat moet er de komende jaren gebeuren in Uruzgan?

‘Er moet nog meer aandacht komen voor de kwaliteit van het lokale bestuur. Meer begeleiding, niet alleen van soldaten en agenten, maar juist ook van ambtenaren op een hoger niveau. Provinciale ministers en districtchefs. Ik bezocht laatst in Deh Rawod een overheidskantoortje en zag daar een rij mappen staan. Met allerlei plannen! Die man kon dus niet alleen lezen en schrijven, maar had ook nog een opbergsysteem.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden