Column

Een tentoonstelling is pas geslaagd als je na afloop Korrelatie moet bellen

Stichting Korrelatie of Correlatie, zoals die lang na de oprichting in 1965 nog heette - ik was die instantie gewoonweg vergeten. In de jaren zeventig was de stichting enorm populair. Na elk licht verontrustend tv-programma verscheen op de beeldbuis een telefoonnummer dat je 'direct na de uitzending en op werkdagen van negen tot zes' kon bellen. Omdat het programma ging over een echtscheiding, een homo die uit de kast kwam, een vader met een onverwerkt oorlogstrauma. Er waren altijd kijkers die zich met deze ontboezemingen identificeerden en daarover wilden praten.

Nu kun je met de stichting mailen, chatten of bellen als je gokverslaafd bent of een slachtoffer van incest, euthanasie overweegt, aan een eetstoornis lijdt, een aangrijpende aflevering van Spangas hebt gezien of, opmerkelijk, als je de tentoonstelling Emoties in het Gemeentemuseum Helmond hebt gezien.

Want dat vermeldt het foldertje dat je bij de expositie kunt meenemen. Bedoeld voor wie na zijn bezoek aan de tentoonstelling last heeft van oververhitte gevoelens van verlies en verwerking, hypochondrie, gedrags- of relatieproblemen. Wat blijkbaar kan gebeuren bij het zien van de foto's van Erwin Olaf, het opgebaarde jongetje (niet echt, hoor) van Koen Hauser, de kamikazevideo van Meiro Koizumi.

Aanbeveling één van het Helmondse museum is om na afloop eerst een singletje te draaien. Bij verdriet: Tears in the Morning van The Beach Boys. Als u in de war bent: Paranoid van Black Sabbath. Verliefd? Dan: Mijn meissie van Danny de Munk. Helpt dat niet, dan staat Stichting Korrelatie paraat. Met een telefoonnummer en folders bij de uitgang.

Waar vind je dat nog? Telefoonnummers en hulplijnen die je door het museum worden aangereikt. Ik had het nooit eerder gezien. Wat misschien ook wel tekenend is voor wat de kunst te bieden heeft: weinig verontrusting, geen al te hoog oplopende gevoelens. De meeste tentoonstellingen appelleren nauwelijks aan dieper gelegen emoties die door de geëxposeerde kunstwerken worden getriggerd.

Wie valt er tegenwoordig nog flauw voor een schilderij? Raakt in katzwijm bij een beeld? Of in een psychose door een video? Is ontroostbaar door een gravure? Niemand. Net zomin als er nog iemand zal worden overvallen door het stendhalsyndroom, met de symptomen: versnelde hartslag, duizeligheid, verwarring en hallucinaties - door oog in oog te hebben gestaan met een werk van overrompelende schoonheid.

Ik moest eraan denken door de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst die nu in het Paleis op de Dam te zien is. Zelden zo'n belegen overzicht gezien van wat een jongste generatie schilders te bieden heeft. Zelden ook zo'n belegen juryrapport gelezen als dit jaar. Waarin de kunst wordt verdedigd vanuit het ambacht, de ouderwetse schildertechnische kwaliteiten, waaraan niemand zich zal storen. En die niemand tegen de haren in zal strijken. Vanuit de gedachte dat als je maar braaf een mooi, ambachtelijk schilderij maakt, iedereen het wel zal accepteren. En niemand meer de discussie zal beginnen of de kunst wel 'levensvatbaar' is, zoals de jury schrijft.

Levensvatbaar? Dit soort overzichten is de doodsteek voor de kunst. Kunst zou juist levensbedreigend moeten zijn. Een schok moeten veroorzaken, zielepijn, een acute aanval van paranoia. Onvermoede emoties die je als vanzelf doen verlangen Korrelatie te bellen, de stichting waarvan ieder zichzelf respecterend museum het nummer paraat heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.