Een tent van Dré

Aan kamperen heeft hij de pest. IN ZIJN TENTEN KUN JE BAREN, douchen, zoenen EN zogen. BOLLEN EN PAddestoelen als graad meter van menselijk gedrag?...

Buitenaards lijkt hij bijna. Een man met een hoge schedel zonder beharing. Een man wiens type gezicht precies past bij de atoomvormige modules die hij voor vier campings in Nederland heeft ontworpen. Futuristische tentconstructies waarmee Dré Wapenaar ontmoetingen van mens tot mens hoopt te regisseren, dan wel te beïnvloeden. Is de tent niet een taal die over de hele wereld gesproken wordt? De maatschappij, daar snapt hij geen snars van. Laat staan van menselijk gedrag. Een tent van Dré moet de maker 'los van elk dogma inzicht geven in de chemie van de universele oergroepsdrang', zoals hij dat noemt.

Het klinkt als hogere filosofie. Vertaald naar de praktijk zet de bijna 40-jarige kunstenaar uit Rotterdam dit najaar bijvoorbeeld een Hang-, Zoen-, en Rookplek neer voor middelbare scholieren te Helden-Panningen; met voor bofkonten een paar plekken waar je maar net met z'n tweeën in past. Weliswaar met overkapping van kunststof in plaats van canvas (kosten 90 mille), maar wel degelijk voorspruitend uit de tentgedachte. Tenten beheersen het bestaan van Dré Wapenaar. Terwijl hij nota bene gruwt van kamperen.

Die afkeer wordt nou eens niet gevoed door een jeugdtrauma, ofschoon zijn familie zeker niet vies was van wildkamperen. Dré Wapenaar houdt van tentloos overnachten in mensarme contreien. Daarnaast weet Dré Wapenaar op zijn tijd ook een spontaan aangeboden logiesadres bij wildvreemden naar waarde te schatten. Portugal helemaal van noord naar zuid doorgewandeld, de Pyreneeën van oost naar west, en tijdens zulke tochten toch het liefst gebivakkeerd in de open lucht; vrij als een vogel onder de sterren, in je bivakzak. 'Jazeker, ik hou van extreme dingen.' Zonder tent, maar met vriend dus ook nog eens duizenden kilometers te voet afgelegd door Oost-Europa: het summum van vakantievieren, eerlijk waar, vooral als de lokale gastvrijheid met flessen tegelijk toeslaat.

Tijdens een klimtocht in het Atlasgebergte resulteerde een soortgelijke verbroedering in een zware salmonellavergiftiging. Zijn metgezel liep geelzucht op. Dat was twee jaar geleden, een halfjaar was Wapenaar ziek, doodziek. Klachtenvrij is hij nog steeds niet. 'Berbers hebben mij indertijd naar het dak van hun huis getild waar iemand de hele dag uit de koran voor me ging zitten zingen. Ik kon er niet zo van genieten. Ze hebben er acht dagen over gedaan om me op een ezel naar de bewoonde wereld te transporteren. Ik voel me schuldig dat ik zelf niet zo gastvrij kan zijn. Misschien dat ik daarom iets terug wil doen via mijn tentprojecten.'

Naar erotische maatstaven gemeten, heeft Dré Wapenaar net een rampjaar achter de rug. Er is afscheid genomen van achtereenvolgens een Française, een Japanse en een Schotse. Die hadden zijn insteek niet. Die belichaamden mentaliteiten waar hij als recht-door-zee-jongen geen kaas van gegeten had. Als kunstenaar daarentegen heeft Wapenaar zijn handen vol, en die zijn groot. Op instigatie van het Newyorks Museum of Modern Art vloog hij onlangs naar Aspen, Colorado, om collega-ontwerpers te vertellen over zijn tenten die als groene druppels van canvas in Veluwse naaldbomen hangen; over reuzenchampignons die hoog tussen het groen oprijzen; over een tent om een overledene in de kist te betreuren (Death Bivouac), over een tent om in te baren; over de barbecuetent (als commentaar op de vertrutting), de copulatietent of liever Lovers Tent; en de Internationale Design Conferentie hing aan zijn lippen. Op een filmpje zag Amerika's artistieke voorhoede de artiest skeeleren langs rietkragen en molens van de Rottemeren, onder pianoklanken van Simeon ten Holts Incantatie 4 Concerto, uitgevoerd door de tentenmaker zelf. Applaus. Museumdirecteuren zien Wapenaars's tenten al oprukken binnen hun muren. De Douchetent bijvoorbeeld; een puistachtige constructie die vanwege het scheve frame langdurig door windkracht zeven gegeseld lijkt te wezen.

Of neem de toilettent. 'Sinds mijn beroemde collega Marcel Du champ het toilet naar het museum bracht, is alles kunst geworden', stelt Wapenaar besmuikt vast. 'Maar ik ga verder. Als ik een toilettent in een museum neerzet, dan zou ik wél graag willen dat de gewone museum-wc's dan meteen gesloten worden.' Het argument van geluidshinder door urinestralen van je buurman of buurvrouw, dan wel de opmaat van hun plonzende faecaliën, brengt Wapenaar niet van zijn stuk. 'Dan krijg je juist weer het campinggevoel, hè', zegt hij met een brede grijns.

Beduusd, om niet te zeggen perplex, is de kunstenaar overigens door alle aandacht van overzee. Zojuist ontving hij een e-mail van de burgemeester uit voornoemd Aspen met het verzoek overkapping te ontwerpen voor een gemeenschapstuin. Ge dacht wordt aan kolommen met gekleurd licht, als onderscheid tussen groep en individu, zeg maar. 'Maar ik weet niet of ik dit niet een beetje te ver vind gaan'. America loves Wapenaar, dat is zeker: vorige maand wijdde de house & home-sectie van The New York Times twee pagina's aan de Tentenman uit de Rotterdamse Tamboerstraat onder de kop A Canvas the Artist Curls Up In. En dat laatste lijkt niet overdreven.

Op zijn zolder van dik negen bij dertig meter in een voormalige fabriek te Rotterdam-Crooswijk heeft Wapenaar zijn bed geïnstalleerd onder een metershoge bol die het midden houdt tussen een iglo en een sinaasappel. Hij noemde het Winterbivouac, met een gat in het dak voor de kachelpijp. Onder het ruimbeglaasde zolderdak genereert het tentdoek tijdens zomerhitte een magnetron-effect zonder weerga. Het fel-oranje roept daarbij Bhagwan-achtige associaties op met groepsgeknuffel, maar dat is nou net Wapenaars insteek niet. Aan een 'M xima-tent', denkt hij evenmin. Dré Wapenaar is de er man niet naar om bij voorbaat in de verte de kassa te horen rinkelen.

Nu is er een slimbo in Eindhoven die tent-pyramides bedacht om óók aan boomtakken te hangen, maar wie constateert dat die dingen wel verdacht veel lijken op de druppelvormige boomtenten van Wapenaar, krijgt een verbazend lankmoedige reactie. 'Ach, we hebben toch allemaal in onze jeugd wel eens een boomtent gemaakt?', zegt Dré dan. 'Mijn boomtenten heb ik ontwikkeld in samenwerking met de Engelse milieugroep Road Alert. Ze zouden worden opgehangen in natuurgebieden die dreigden te worden opgeofferd aan asfaltwegen. Dus van wie is het idee precies ? Imitatie vind ik een groot woord, al weet ik wel dat er bijvoorbeeld in de kledingindustrie op grote schaal gekopieerd wordt, maar ja, daar gaat het om het grote geld.'

Voorlopig blijft de context van Wapenaars bedoelingen buiten de commercie. Dat is niet een beetje dom, welnee. Commercie is gewoon Dré's insteek niet, om de typering te gebruiken die organisch net zo met hem verweven lijkt te wezen als zijn angstig korte nagelstreepjes dat zijn. Overigens geen handicap voor de amateur-musicus, dat nagelbijten (al wordt het hoog tijd voor een herhalingstherapietje bij een hele goeie mevrouw te Arnhem). Soepel rammelen Wapenaar's vingers de repetetieve drieklanken van zijn favoriete componist Simeon ten Holt uit het klavier. Jawel, hij heeft een muziektent in gedachten. Voor vier vleugels. Zodat het publiek van vier kanten tegelijk een portie Ten Holt krijgt. 'En ik wil ook graag een Minnentent maken waar je een baby kunt achterlaten bij zogende vrouwen', zegt Wapenaar. 'Zo'n min moet natuurlijk wel een gezondheidscertificaat hebben.' Soms komen zijn bedoelingen niet goed over. Op aandringen van Peter Jan Rens ging hij op de tv uit de kleren ('ik had mijn moeder gebeld dat ze niet moest schrikken'), om zijn douchetent te promoten. Maar de presentator bleek slechts geïnteresseerd in blote man sec. Nee, d n het Museum of Modern Art in New York: Het Groot Wapenaar Boek zit er aan te komen, dank zij dit MoMA.

En hij was nog wel een teruggetrokken kind uit een gereformeerd gezin in Berkel-Rodenrijs dat op zondag twee keer kerkte. Als zevenjarige stond hij glurend bij de gordijntjes achterin het godshuis, wanneer de organist op een psalmthema improviseerde. Zodra opa hem het Walhalla Boijmans van Beuningen binnenleidde, was hij verkocht. Compleet. Zijn hoofd bleef vol van al het kleurrijks dat tijdens die ontdekkingstocht in die volkomen onbekende museumwereld op hem was afgestormd. Pure roeping, dat moest zijn keuze voor kunst wel wezen.

Op de Nutsacademie mocht hij 's avonds modellen tekenen. Naakten. Dat gaf wat discussie in de familie. Alles wat hij aan portretten en brave landschapjes had gewrocht, werd op de Akademie voor Beeldende Vor ming in Tilburg toch al naar het grof vuil verwezen. 'Je moest je losmaken van alles, terwijl je je toch zo verbonden voelt met de maatschappij.'

We zitten op de entresol die als een soort scheepsbrug hoog boven Wapenaars immense atelier zweeft. Hier is de kapitein meester over de golven van zijn uit polyester, canvas en buizen opgetrokken fantasiewereld. Hier verzint hij zijn ontwerpen, met behulp van twee computers. Hier begint hij de dag niet zelden met Bachs contrapunt nummer 1 op een bejaarde piano, terwijl de poezen om hem heen diefje met verlos doen. Soms stommelt zijn vader de trap op, in een poging de verloren zoon via bijbelteksten weer tot het geloof der vaad'ren te bekeren. Wapenaar spreekt er met vertedering over. Hij haalt zijn inspiratie wel uit maatschappelijke chaos. Het sleutelwoord is uitwisseling. 'Maar niet alleen communicatie bevorderen, hoor. Ook ondermijnen, als het zo uitkomt.' Als onthaastingsobject in de hectiek van alledag ontwierp hij de koffietent, bestaande uit aanleunringen, en overhuifd met een kapconstructie van drie paraplu's.

Bij de museumpresentatie geurde het ouderwets naar Buisman en kaneel, aangelengd met gekookte melk. Niks voor de snelle jongens, de koffietent. En daar had je - in diverse bibliotheken - opeens de Wapenaar-leestent voor halve zombies (met de rug naar elkaar toe) en niet-zombies. Of de bloementent, 'als metafoor voor Geven en Ontvangen.' Al even serieus spreekt de bedenker over zijn barenstent 'waarin je dankzij het zogenaamde Romawiel redelijk comfortabel kunt baren. Je kunt het rad ronddraaien, omringd door alle mensen die van je houden.'

En in den beginne was er de bungalowtent. Is er 'qua tentgegeven' (Wapenaar) een groter cliché denkbaar? No way, maar het ding viel niettemin meteen al ten prooi aan vandalisme. Op een expositie in Breda. Een jaloerse vakbroeder, die nog speciaal door zijn mediamieke vrouw was ingestraald met het doel om tot de uitverkoren inzenders te geraken, viel voor de derde keer buiten de pot, en uit razernij over zijn afwijzing greep de man naar het mes. De tweede vernieling voltrok zich in Engeland, in het Sainsbury Museum te Norwich, nadat Wapenaar voor het ontwerp de Ease Award-nominatie ('een prestigieuze kunstprijs') in ontvangst had genomen. De daders waren twee stomdronken medicijnenstudenten.' Ze hebben nog twee weken in jail gezeten', zegt Wapenaar. 'Werk naar de knoppen. Dat was heel vervelend.' Met zijn jongere broer maakte Dré Wapenaar lange dagen achter het lasapparaat, maar die tijd is voorbij. 'Het was heerlijk, maar ik ben mijn eigen bouwer niet meer. Het was te hard werken, veel te hard. En ik kon maar één project tegelijk doen.' Sinds twee jaar besteedt hij de productie uit. 'Nu ik alleen ben, kan ik als organisator wel tien projecten tegelijkertijd aan. Ik ben een soort manager aan het worden. Ik heb het nu een paar jaar zonder subsidie gedaan en ik moet er nu heel hard aan trekken om ervan te kunnen leven.'

Octrooi aanvragen? Nooit aan gedacht. 'Dan moet je zeker weten: hier ga ik duizenden modellen van verkopen. En dat zie ik nog niet gebeuren. Vroeger ging ik nog wel eens de mist in, als de productiekosten hoger waren uitgevallen dan mijn honorarium.' Zeker, van een nog meer fabrieksmatiger, grootschaliger aanpak zou hij wat prettiger kunnen leven. Maar de kunstenaar moet het hoofdzakelijk hebben van het museum. Welke particulier wil 40 mille neertellen voor een douchetent? Een ton voor de omgekeerde Toren van Babel, Wapenaars kijk op de eeuwige miscommunicatie tussen mensen? Of 25 mille voor een boomtent?

Huren kan wel. Op vijfsterrencamping De Hertshoorn in het Ve luwse Garderen zijn Wapenaars boomtenten een topper. En dat al voor het vierde achtereenvolgende seizoen. Wegens enorme toeloop kunnen gasten, die voor deze zomer hadden ingeschreven, er pas volgend jaar terecht. Maar de grote gezinsattractie vormen drie ufo-achtige koepeltenten van elk tweeënhalve meter hoog en met een doorsnede van vijf meter. Een blauwe, rode en gele. Ze staan op verschillende hoogten, de keuken op begane grond. Artcamp is een voor de Nationale Millennium (innovatie-)Prijs genomineerd initiatief dat behalve op de Veluwe ('grootouders, beleef kamperen eens opnieuw met uw kleinkinderen') ook te bewonderen valt op camping De Wildhoeve te Emst, kampeercentrum De Beerze Bulten in Beerze en camping In den Bongerd te Tuitjenhorn.

We praten hier wél over de Cadillac onder de slaaptenten, om met The York Times te spreken. Een regelrechte herwaardering van het Jan Pierewiet-gevoel, en die kunnen ze in het campingwezen goed gebruiken.

Want kamperen staat in een zeg maar slechte reuk, had directrice-eigenares Jan neke Selderijk van De Hertshoorn gemerkt. Vandaar 'een stukje imagoverbetering om te laten zien dat we geen kunstbarbaren zijn.' Wape naars mega-paddestoelen haalden zelfs de tip-rubriek van de Ikea-catalogus ('een oplage van drie miljoen nota bene'), maar de kunstenaar zocht zijn naam vergeefs. Ook op de Internetsite van de camping in Garderen is hij tot dusver ongenoemd gebleven. Mevrouw Selderijk belooft beterschap, er op wijzend dat niemand minder dan zijzelf het slaaptent-interieur heeft ontworpen. En ja, er waren wat kinderziekten te overwinnen, hè. Gewiebel waar je zeeziek van werd, daar bovenin. Dat moet nu met wat modificaties verleden tijd zijn.

'Het is me heel erg meegevallen', meldt directeur E. Berenpas, technisch directeur van tentdoekfabriek Ten Kate, na de overnachtingsprimeur. Alles beter dan een luchtbed, die tijd heeft hij gehad. Zoon Bart-Jan van twaalf mocht de hoogste tentbol in zijn eentje inwijden, en hij is transparanter in zijn bevindingen: als je je omdraait ligt de tent zo gezellig mee te trillen 'en dan word je vanzelf in slaap geschud.' Vet pech dat de beloofde sterren het door bewolking even lieten afweten.

Wie meer geluk heeft, vangt een glimpje Melkweg op vanuit zijn/haar ligpositie. Voor zo'n avontuurlijke Artcamp-week ('met gratis natuurtocht') mag een gezin 400 tot 975 per week fourneren, naar gelang de vordering van het seizoen. En bedenker Wapenaar heeft meer in petto, wat dacht je w t: complete tentdorpen van in elkaar geschoven bollen en diabolen! 'Dan kun je als vrienden samen een heel dorp huren. Je hebt je eigen plek en toch zit je in groepsverband. Een maatschappij in het klein, heel spannend.' Het klinkt als een blije getuigenis van de apostel Paulus, die van huis uit immers ook tentenmaker was.

Maar kunst moet het blijven, zegt hij met een frons vol strengheid op dat hoge voorhoofd. Geen handel. Het moet geen handel worden, zoals Herman Brood na zijn dood. 'Veel vervelender vind ik trouwens acteurs à la Jeroen Krabbé die opeens gaan schilderen. Dan is beroemdheid blijkbaar de garantie voor kwaliteit,' Kijk, lang heeft Wa penaar zich tegen het idee van kampeertenten verzet. 'Achteraf', zegt hij, 'vind ik niet dat ik mijn ziel verkocht heb.' Het blijft wel uitkijken met welke opdrachtgevers je in zee gaat. Koud was Wapenaars ontwerp Pavilion of Loneliness voor zijn Spaanse collega Alicia Framis van de tekentafel, of mevrouw claimt zelf de bedenker te zijn.

De Stichting Beeldrecht heeft hij al afgestuurd op lieden die in het Oost-Siberische Kamtsjatka een leuk kampement voor overwerkte medici en andere kapitaalkrachtigen willen dwarsbomen; maar bij wie berust het copyright? Juist. Dan pakt hij toch maar weer zijn lasapparaat, hijst zich op een bloedhete zondag in zijn overall, en gaat aan de slag met zijn Bruegheliaanse Biertent. De tijd dringt. Het object moet vóór zijn verjaardag af zijn. De bediening zal bestaan uit vrouwen met borsten waar je u tegen zegt. Hun ereplaats laat zich met verbluffende logica verklaren. 'Bier drinken', zegt Dré Wapenaar peinzend achter een Veluwse spekpannenkoek, 'is toch niks anders dan een verwijzing naar de moedermelk? Dat wéét je toch?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden