Een te mooie wilde wereld

Twee giraffen die vechten, een olifantje dat sterft. In haarscherpe beelden. De tv-serie Africa is spectaculair. Succes verzekerd. Of mag het wel wat saaier?

PAUL ONKENHOUT

Twee giraffen, een oude en een jonge, beginnen te vechten. Ze gebruiken hun kop als wapen en slaan elkaar op elke plek die ze kunnen raken. Het is een meedogenloos gevecht, gedetailleerd en vertraagd in beeld gebracht en behoorlijk schokkend, voor wie de giraffen uit de dierentuin is gewend en is opgegroeid met het vriendelijke archetype uit Dikkertje Dap.

De muziek versterkt het dramatische effect. De inzet is hoog. Een stem, of beter gezegd dé stem: 'To lose means exile in the desert.' De dood, zeg maar.

Het gevecht gaat verder, met de kijker op rij één. De oude giraffe gaat neer. 'Is this the end of his reign?', vraagt de verteller zich af.

Daar ziet het wel naar uit, totdat het oude dier zijn jonge belager met een uiterste krachtsinspanning en volkomen onverwacht ten val brengt. Stof dwarrelt op, de muziek doet haar werk, de natuur heeft ons weer eens versteld doen staan.

Dit is Africa, de nieuwste 'landmark-serie' van de BBC. De verteller (en schrijver) is Sir David Attenborough, de inmiddels 86-jarige peetvader van het genre. Het zware werk laat hij tegenwoordig aan anderen over, Michael Gunton bijvoorbeeld, hoewel Attenborough ook voor Africa locaties bezocht.

Gunton is de creatieve directeur van de Natural History Unit, een veelgeprezen onderdeel van de BBC dat sinds 1957 natuurfilms en -documentaires maakt. Daarnaast was hij de uitvoerende producent van Africa, de serie waarmee de BBC probeert het succes van Planet Earth (2007), Life (2009), Frozen Planet (2012) en Earthflight (2012) te evenaren.

Gunton is een ervaren rot. Hij studeerde zoölogie en werkt al sinds 1983 bij de BBC. Samen met Attenborough maakte hij onder meer Life. Op uitnodiging van de EO, de omroep die meelift op het succes van de Britse natuurseries en dinsdag op primetime het eerste deel van de nieuwe reeks uitzendt, was hij vorige week in Amsterdam.

De locatie was even gepast als voor de hand liggend: Artis. Aan natuurfilms kleven traditioneel veel clichés. De nieuwe wind is echter onmiskenbaar. Ook cameraploegen van de roddelprogramma's RTL Boulevard en SBS Shownieuws woonden de introductie van Africa bij.

Zo worden er wel meer grenzen overschreden, dankzij de series van de BBC. Kwistig strooide Floor Koomen, eindredacteur bij de EO, met cijfers. Een aflevering van Frozen Planet was in 2011 het hoogst gewaardeerde programma van het jaar, met een 8,6.

Naar de eerste aflevering van Earthflight, de reeks over vogels, keken meer dan twee miljoen mensen, een getal dat nauwelijks voor mogelijk werd gehouden. Het succes breidt zich almaar uit. In april vinden in de Ziggo Dome in Amsterdam twee concertvarianten plaats van Frozen Planet, met beelden en, live, de muziek van componist George Fenton.

Nooit eerder waren natuurfilms zo populair, hip zelfs. Het stof is van het genre verdwenen, de klassieke kijker, de bedaarde vijftigplusser, is niet meer alleen. Natuurprogramma's zijn 'zalfjes voor onze ziel', zegt schrijver-bioloog Midas Dekkers.

Naar de oorzaken van de populariteit is het gissen. Michael Gunton van de BBC, Floor Koomen van de EO en Midas Dekkers wijzen in eerste instantie allemaal dezelfde kant op.

Koomen: 'De eurocrisis, de oorlog in Mali, andere ellende, ja, misschien is het wel een vlucht.'

Gunton: 'Escapisme speelt een rol. Deze programma's stellen ons in staat om de romantiek van de wilde wereld te beleven. Onze samenleving wordt steeds meer geürbaniseerd, onze horizon wordt steeds nauwer. Het is prettig om de oogkleppen zo nu en dan even te kunnen afdoen.'

Dekkers: 'Aan de populariteit ligt een grote dosis escapisme ten grondslag. Het gaat de laatste tijd niet zo goed met de wereld. Waren we maar daar, denken we, dan waren we vast gelukkiger.'

Gunton wijst op andere oorzaken. 'Mensen houden ervan om zich mee te laten slepen door drama's, ook omdat het behoorlijk veilig is: het zijn dieren. En het is gewoon mooi. De mensen bewonderen de schoonheid, de fenomenale fotografie. En ze bewonderen ons werk, de manier waarop wij verhalen vertellen en tonen.'

Koomen: 'De meest logische verklaring is dat het zo ongelofelijk mooi is gemaakt.'

Samengevat, door Gunton: 'Mensen voelen zich goed als ze naar natuurfilms kijken. Ze gaan op reis, ze leren wat en ze maken wat mee.'

Onverwoestbaar

Het genre is, met tussenpozen, al zestig jaar in trek. Op de radio presenteerde Bert Garthoff bijna een kwart eeuw lang, van 1955 tot 1978, elke zondagochtend het programma Weer of geen weer, met onder meer - en dit is niet verzonnen - de rubriek Wat leeft en groeit en ons altijd weer boeit van de bioloog Fop I. Brouwer. Na de pensionering van Garthoff maakte Weer of geen weer plaats voor een programma dat eveneens zou uitgroeien tot een onverwoestbare klassieker, Vroege Vogels.

Volgens Midas Dekkers (66) beleven we momenteel de derde golf op televisie. Tijdens de eerste golf, eind jaren vijftig, begin jaren zestig, keek Nederland naar de Britse serie Luipaard op schoot (AVRO, 1957-1968) en de films van Walt Disney.

Wat volgde, was een 'christelijke periode.' Dekkers: 'Alle natuurfilms werden uitgezonden door de NCRV en de EO. Ze wilden laten zien hoe mooi de schepping was gelukt.' Later werden programma's als Ja, natuurlijk en Waku Waku uitgezonden en kwamen de doelgroepzenders op, Discovery, National Geographic en Animal Planet bijvoorbeeld.

De huidige, derde golf leunt volgens Dekkers zwaar op nieuwe technieken. Gunton legt de nadruk liever op de verhalen die worden verteld, en de beelden - in haarscherp high-definition natuurlijk - vanuit het perspectief van de dieren zelf: een aap, een baby-schildpad, een tor zelfs.

Africa is gemaakt met een 'opeenstapeling van technieken', zegt Gunton. 'Technologische ontwikkelingen openen soms een raam. Ze stellen ons in staat nieuwe verhalen te vertellen. Zoals de camera's op vogels in Earthflight of de kleine helikopter met een camera die een kilometer boven de aarde filmt.'

Africa was een monsterklus, zoals ook de voorgaande series van de BBC dat waren. Het maken kostte vier jaar; 1.598 dagen om precies te zijn. Aan de eerste opnamedag ging een research van zes maanden vooraf. Er werden 79 expedities ondernomen in 27 landen. Met 553 camera's werd meer dan 2.000 uur gefilmd.

Een 'enorm leger' van gidsen, wetenschappers, technici, cameramensen en plaatselijke hulpkrachten werd ingezet. Gunton spreekt over 'duizenden' medewerkers. In totaal slikten ze tijdens de opnamen 6.526 malariatabletten. Er werden vier baby's van medewerkers geboren en zeven huwelijken gesloten.

Eén getal weigert Gunton te noemen: dat van de totale productiekosten. 'Dit zijn voor de BBC verreweg de kostbaarste projecten. Dat komt door de tijd die het kost om te maken en de hoeveelheid mensen die eraan meewerkt. En de techniek is uiterst kostbaar. Het is niet goedkoop om een helikopter te huren, zodat we boven Noord-Kenia kunnen vliegen.'

Ter indicatie: het maken van Planet Earth kostte zes jaar geleden al 18,7 miljoen euro. De buitenlandse markt is voor de National History Unit van essentieel belang. De BBC verwacht Africa aan meer dan tweehonderd partijen te verkopen.

Tientallen, misschien wel honderden films zijn er al over Afrika gemaakt. Niet eerder is geprobeerd 'the whole thing' te filmen, zoals Gunton het noemt. 'Dus niet alleen de bergen, of de rivieren, of de zoogdieren, of Noord-Ethiopië, of zuidelijk Afrika, maar alles. Voor het eerst is Afrika als eenheid behandeld.'

Feestvierende neushoorns

Het resultaat is spectaculair, zoals verwacht. De beelden van de vechtende giraffen of feestvierende neushoorns zijn letterlijk uniek. 'Na deze beelden zullen giraffen nooit meer hetzelfde zijn', zegt Gunton. Het is geen grootspraak.

Natuur is amusement, dieren zijn acteurs en krijgen een eigen identiteit, muziek dient om de beelden - giraffe gaat neer, olifantje gaat dood -- van nog meer drama te voorzien. In Engeland, waar de serie de afgelopen zes weken werd uitgezonden, kwam kritiek los vanwege een scène waarin een jonge olifant sterft in aanwezigheid van zijn schijnbaar radeloze moeder.

Onnodig effectbejag werd het genoemd, gemanipuleer van emoties. Het was net zo begrijpelijk als het verweer van de producent die verklaarde dat dieren soms nu eenmaal doodgaan, ook jonge.

Midas Dekkers zou het liever wat saaier zien. Hij is geen groot fan. Series als Africa vindt hij een ongepaste en onnodige uitvergroting en vertekening van de werkelijkheid. 'Het is te overdadig, te veel. Te veel Walt Disney, te veel kitsch en operette, te veel gebak met slagroom.' Later gebruikt hij het woord 'lawaaikermis'.

Hij ziet hetzelfde verschijnsel in de natuurfotografie: 'Dankzij de techniek worden de beelden mooier en mooier. Maar daardoor worden ze ook onnatuurlijker. In wezen is het state of the art filmtechniek. Kijk ons de natuur eens de baas zijn met onze techniek. Wij vliegen gewoon met de ganzen mee! Ja, het is verbluffend, je mond valt erbij open, maar met een normale natuurbeleving heeft dit niets te maken.'

Hij zoekt het liever dicht bij huis. Een 'normale natuurbeleving' is de ontdekking van een roodborstje 'in je veel te kleine achtertuintje . Een glimp, dat is wat je krijgt van de natuur. Meer zit er niet in, daar zul je het mee moeten doen. Je zult altijd een buitenstaander blijven.'

Hij is ook sceptisch over het motief van de makers die beweren dat ze verhalen vertellen. De natuur is volgens hem geen verhaal, maar een chaos. 'In het bos vliegen niet alleen maar duizend leuke vogels, maar zitten ook miljoenen regenwormen en springstaarten en weet ik wat. Het is Hoog Catharijne, de Dam of Times Square, het is één grote friemelende meute. En wat doet de tv? Die laat een van die friemelaars zien. Het is een oude truc van iedere natuurfilmer om het beest een naam te geven. Het is veel prettiger om dat te tonen dan de chaos.'

Van het spectaculaire gehalte van de BBC-series is Dekkers niet onder de indruk. 'Het zegt me niks dat iedereen paf staat. Dat stonden de mensen ook toen mannen als Jan P. Strijbos met een kleine camera in het bos stonden te filmen en later ook weer toen Luipaard op schoot werd uitgezonden en Jane Goodall een kopje thee ging drinken met haar chimpansees. Maar het beklijft niet. Over een jaar is de magie uitgewerkt.

'Dit is een karikatuur. In de echte natuur gebeurt nooit wat. Je moet uren, dagen, weken, maanden wachten voordat er iets gebeurt dat de moeite waard is. Maar dat deel van de werkelijkheid wordt niet weergegeven. Vergelijk het met detectives. Hoe meer moorden, hoe beter, maar ik weet echt wel dat het een verhaaltje is, met bewuste overdrijving. Natuurfilmers doen hetzelfde, alleen zeggen ze dat er niet bij.'

Midas Dekkers trekt het vakmanschap van Sir David Attenborough niet in twijfel, integendeel zelfs. 'Hij is boven al het gespuis verheven. Attenborough biedt altijd kwaliteit en hij ploegt al sinds de Tweede Wereldoorlog door. Zijn adagium is eenvoudig: laat de mensen zien hoe de natuur is. En hij laat óók zien hoe moeilijk benaderbaar de natuur is. Bij hem is het de kleine mens ten opzichte van de grote natuur.'

Zoals velen bij de National History Unit van de BBC beschouwt Michael Gunton zich als een zoon van Attenborough. Hij werkte vaak en langdurig met hem samen. 'Attenborough is een synoniem geworden voor het dierenrijk, een keurmerk en een garantie voor kwaliteit. Elke twee, drie jaar produceert hij een meesterwerk, en dat al zestig jaar lang.'

Hij vertelt over een bezoek aan de Royal Geographical Society in Londen waar hij onlangs een lezing gaf. 'Toen ik een foto van David Attenborough liet zien, begonnen alle achthonderd bezoekers spontaan te applaudisseren. He is like a rock star.'

Van verzadiging is volgens Gunton geen sprake, bij Attenborough niet en bij hemzelf evenmin. 'Een van de redenen dat ik zo graag in dit veld werk, is dat de natuur oneindig verrassend en fascinerend blijft. Elke keer als we aan een serie beginnen, stellen we onszelf de vraag of we de lat weer hoger kunnen leggen. Wat zijn de nieuwe verhalen? Is alles niet al een keer verteld en getoond? Maar elke keer komen we terug met nieuwe ontdekkingen en nieuwe verhalen.'

Midas Dekkers: 'Ik wil niet zeuren, maar bij deze series val ik net zo snel in slaap als mijn opa vroeger bij de films die toen werden gemaakt. Het is een rage. Helaas heeft het minder met natuur te maken dan met amusement.'

De vijfdelige natuurserie Africa wordt vanaf dinsdag door de EO uitgezonden op Nederland 1, om 20.30 uur.

EO: 'JE ZIET DE GROOTHEID VAN DE SCHEPPING'

Om de liefdevolle band tussen de Evangelische Omroep en natuurseries te verklaren, wijst de omroep niet alleen op de kijkcijfers. 'Er is meer', zegt eindredacteur Floor Koomen. 'We voelen en vinden dat dit bij ons past.'

Ter illustratie citeert hij een tekst uit hoofdstuk 1 van de Brief van Paulus aan de Romeinen, afkomstig uit 'ons handboek'. Koomen: 'Als je goed naar deze programma's kijkt, zie je iets van de grootheid die aan de schepping ten grondslag ligt.'

De EO bedient de kijkers met de natuurprogramma's volgens hem op een bijzondere manier: 'Ze kunnen vreugde en troost opleveren. Daardoor dragen deze programma's bij aan de missie van de EO.'

De omroep besloot in 2009 (weer) meer te investeren in 'natuur', van oudsher een kernthema. Soms staat dat op gespannen voet met de doelstellingen. In 2007 kwam aan het licht dat scènes over de evolutietheorie uit de serie The life of Mammals waren geknipt.

David Attenborough, de man die de natuurdocumentaire tot ontwikkeling bracht, nam in een kranteninterview ooit afstand van de creationisten, mensen die God als de schepper van alles zien en niet geloven in de evolutieleer.

'Ik denk dan aan de parasietenworm die zich door het oog van een kleine jongen boort in Afrika, een worm die hem blind gaat maken. Ik vraag hen dan: wil je me doen geloven dat de God die jullie voor ogen hebben, die ook een medelijdende God is, die voor ieder van ons zorgdraagt, die worm heeft gecreëerd met als enige doel de oogbal van een kind te doorboren?'

KIJKRECORD

De vorige BBC-serie die de Evangelische Omroep uitzond, Earthflight, leverde de omroep vorig jaar een record op. Nooit eerder keken zo veel mensen op de Nederlandse televisie naar een natuurprogramma. De eerste aflevering, op 13 november, trok 2.180.000 kijkers. Bijna honderdduizend mensen zagen de aflevering later op Uitzending Gemist.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden