Column

'Een tampon. Míjn tampon. Zou hij niet weten wat het was?'

Aldus fietste ik door de Sarphatistraat, toen ik achter me 'mevrouw!' hoorde roepen. Nu ben ik geen mevrouw, maar ik stopte toch. 'U laat wat vallen', zei een jongen van een jaar of 12, NoordAfrikaans van gelaatstrekken.

Beeld Lukas Göbel

Vanuit de Plantagebuurt fietste ik naar huis, met in mijn jaszak een blikje vleesconserven (dat had ik net gekocht bij de Russische winkel in de Plantage Kerklaan), een tampon (omdat je nu eenmaal liever niet zonder komt te zitten) en een aangebroken rolletje Italiano (dat had ik gekocht omdat ik die snoepjes in mijn jeugd zo lekker vond. Nu niet meer trouwens, zo bleek. Ze hebben er iets aan veranderd, waardoor ze niet meer taai zijn maar hard).

Ook dat blikje had ik om nostalgische redenen aangeschaft. Toen de Sovjet-Unie nog bestond en ik daar woonde, behoorden die vleesconserven tot de weinige levensmiddelen die probleemloos in de supermarkten te koop waren. Het spul heette zavtrak turista oftewel 'ontbijt van de toerist'. Wat er precies inzat liet men wijselijk in het midden. Voor Russen was het spul vooral een bron van flauwe grappen die u stuk voor stuk zelf kunt verzinnen na een paar borrels. Er kwamen vaak beren aan te pas die wel een toerist als ontbijt lustten, of er zaten stukjes dode toerist in die blikjes, dat werk.

Aldus fietste ik door de Sarphatistraat, toen ik achter me 'mevrouw!' hoorde roepen. Nu ben ik geen mevrouw, maar ik stopte toch. 'U laat wat vallen', zei een jongen van een jaar of 12, NoordAfrikaans van gelaatstrekken. Hij had mijn Italiano's opgeraapt en keek er een beetje verbaasd naar. 'Die ken ik niet', zei hij. 'Wil je er een proeven?', vroeg ik, maar hij schudde verlegen zijn hoofd en gaf mij het rolletje terug.

'Dank je wel', zei ik en voort fietste ik, tot ik ter hoogte van het Amstel Hotel opnieuw 'mevrouw!' hoorde. Die jongen weer, nu met in zijn hand mijn 'ontbijt van de toerist'. Ik tastte in mijn jaszak. Er zat een gat in. 'O, dank je, sorry hoor!', riep ik, terwijl ik mijn hand uitstak. De jongen staarde naar het blikje, waarop behalve Russische tekst ook een lachend varkentje afgebeeld stond in een blauw tuinbroekje.

'Het is Russisch', zei ik stompzinnig. 'Russen houden van varkensvlees.' En, om mijn bespottelijkheid compleet te maken: 'Sorry, ik heb geloof ik een gat in mijn zak.' Ik stak het blikje in mijn andere zak, bedankte de jongen nogmaals en fietste blozend van schaamte weer verder. Wat was ik toch een rund.

Terwijl ik de Weteringschans op fietste, u raadt het al, ja, wéér 'mevrouw!', wéér die jongen. Hij hield een helderwit cylindertje in de lucht. Een tampon. Míjn tampon. Zou hij niet weten wat het was?

Ik ben maar heel hard doorgefietst.

Het 'ontbijt van de toerist', thuis, smaakte nog net als vroeger. Naar kattenvoer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden