Reportage Jemen

Een tafeltje? Aansluiten in de rij – In de tweede stad van Jemen zou je bijna de verwoestende burgeroorlog vergeten

Foto Olivier Laban-Mattei

Een run op zonnepanelen, hippe espressobars en rijen voor restaurants: in Aden zou je bijna vergeten dat Jemen in de greep is van een allesverwoestende burgeroorlog die nu al ruim drie jaar duurt. 

Zonnepanelen zijn in Aden, de tweede stad van Jemen, de manier om mee te doen met de buren. Zodra je zonnepanelen hebt geïnstalleerd, komen andere bewoners in de straat kijken. Vragen stellen. Werkt het echt? Gaan ze lang mee? ‘En dan willen zij ook zonnepanelen,’ zegt Badi Said Soufi vanaf het dak van zijn huis. ‘Mensen kopen ze als gekken.’

Lang dacht Soufi dat zonnepanelen voor hem niet waren weggelegd. Ze kosten immers duizenden dollars. Soufi had ooit een goede baan als tandtechnicus, maar eigenlijk besteedt hij zijn tijd liever als alternatief genezer. Warme glaasjes op de huid drukken, ‘cupping’, goed voor veel kwalen, vindt hij. Helaas verdient het niet best. Concreet betekent dit dat Soufi met zijn gezin van negen afhankelijk is van het inkomen van zijn oude moeder, lerares van beroep.

Stinkende generator

Maar toen was er toch ineens geld beschikbaar nadat zijn zieke vader overleed en de erfenis vrijkwam. Soufi wist het gelijk: weg met de stinkende generator die tot dan toe elektriciteit had opgewekt voor zijn gezin, meedoen met de trend in de buurt. ‘We hebben geen moment geaarzeld en zonnepanelen gekocht.’

Nu kijkt hij vanaf het dak uit over de middenklasse wijk Sjeik Otman. Zeker twintig huizen in deze buurt hebben al zonnepanelen, schat hij, andere families sparen nog. Airconditioning kun je er niet op aansluiten, maar wel de televisie, het licht en een ventilator. Soufi, die behalve in alternatieve geneeswijzen ook geïnteresseerd is in natuurkunde, wijst naar het huis van zijn buren. Hun zonnepanelen liggen plat op het dak. Helemaal fout. ‘Ze moeten schuin worden geplaatst, zodat ze meer licht vangen.’

Badi Said Soufi, op zijn dak met zonnepaneel. Foto Ana van Es

Hausse

Het lijkt surrealistisch en dat is het ook, maar deze zonne-energiehausse speelt zich af in Jemen, het Arabische land in de greep van een vergeten oorlog. In Aden heeft eenderde van de gezinnen zonnepanelen op het dak, schat zonnecellenverkoper Basheer Algupeery terwijl hij klanten helpt in zijn glimmende oranje showroom. ‘En dan heb je de bedrijven natuurlijk nog.’

Aden is de afgelopen drie jaar uitgegroeid tot nieuwe, alternatieve hoofdstad van Jemen. De sjiietische Houthi-rebellen, die de oorlog in Jemen begonnen, zijn door de soennitische bevolking van Aden na een beleg van vier maanden in 2015 net zo vastbesloten de deur gewezen als een halve eeuw eerder het Britse koloniale leger. De Houthi’s houden echter stand in de officiële hoofdstad van Jemen, Sanaa. Dus verhuisde de regering van president Abdrabbuh Mansur Hadi naar Aden. De onverwachte status als regeringszetel bracht Aden zaken die in de verarmde havenstad de afgelopen decennia werden gemist: banen, geld en trots.

Uitzicht op de wijk Tawahi en de door de Britten gebouwde Big Ben in Aden. Foto Olivier Laban-Mattei / MYOP

Hoofdstad

Overal in Aden zie je nu vlaggen met een rode ster in een blauwe driehoek, voor een zelfstandig Zuid-Jemen met Aden als hoofdstad. Dat was ook de situatie voor de eenwording van het land in 1990. Het verenigde Jemen dat daarna ontstond, heeft in de ogen van de zuiderlingen vooral conflict opgeleverd. Waarom zou Aden de nieuw verworven macht straks afstaan aan een verwoest land in oorlog en de andere hoofdstad – Sanaa – waarmee het toch al nooit boterde?

Bij de centrale bank in het centrum van Aden, niet zo lang geleden slechts een provinciefiliaal, nu ineens de centrale bank van heel Jemen, wordt volop gewerkt aan een monetaire breuk tussen Noord en Zuid. Sinds januari beschikken de provincies onder controle van de regering-Hadi over nieuwe bankbiljetten, gedrukt in Duitsland en Rusland. Per schip, zo stelt de vice-president van de centrale bank, Shakeeb al Hubaishi, arriveerde het nieuwe geld in de haven van Aden. Het oude geld – en het enige betaalmiddel in Sanaa - wordt binnenkort waardeloos verklaard, waarmee de miljoenen Jemenieten in Houthi-gebied nog straatarmer zullen worden dan ze al waren.

Het lukt onze correspondent om naar Jemen te reizen. Lees hier haar eerdere bijzondere verhalen

Eén van de paradoxale effecten van de oorlog in Jemen is dat er in het Westen hernieuwde aandacht is voor de eeuwenoude koffiecultuur in dit land. Want koffie uit een land in oorlog heeft verkoopwaarde. Zeker als die ook nog eens lekker is.

Sinds de Houthi-rebellen de hoofdstad van Jemen drie jaar geleden innamen wordt Sanaa belegerd. Ana van Es rijdt er door de frontlijn heen. Tussen alle verval blijkt er nog een ministerie van Toerisme te zijn. En overal worden Amerika en Israël doodgewenst.

De frontlijn van de oorlog in Jemen, waar volgens de VN de ergste humanitaire ramp ter wereld plaatsvindt, blijft doorgaans uit het zicht. Ana van Es rijdt op de bijrijdersstoel naar de strijders wier kant ook Nederland nadrukkelijk kiest

Volle winkelwagens

‘Aden is nu de hoofdstad en als God het wil, blijft dat zo’, zegt Raed Saleh, manager van de nieuwste supermarkt van de stad, de Takamol Hyper. ‘Alles onder één dak.’ Feestelijk geopend tijdens de ramadan. Denk aan een AH XL, maar dan minstens zo groot en met meer huishoudartikelen. Rijen voor de kassa’s, scanners die elektronisch bliepen, volle winkelwagens, en dat allemaal in het land van de ergste humanitaire crisis ter wereld.

Hoe is dit mogelijk? Waar past de Takamol Hyper in het beeld van Jemen als land waar honger dreigt voor vier op de vijf inwoners? ‘We hebben geen hongersnood in Aden’, zegt Saleh. ‘Geloof niet wat je op het nieuws over Jemen hoort. De situatie is stabiel. Natuurlijk zijn er soms spanningen, maar we komen dan ook net uit een oorlog. De situatie in Aden is juist goed om een supermarkt te openen. Tien supermarkten gaan snel openen.’

Kinderen poolen op straat in Aden. Foto Olivier Laban-Mattei / MYOP

Winst

De levensmiddelen in de schappen van de Takamol Hyper komen het land binnen via de haven. Maar ook uit Saoedi-Arabië, de belangrijkste militaire partner van de regering-Hadi in het conflict met de Houthi’s. Trucks volgeladen met verse producten bereiken de stad via de woestijnprovincie Hadramaut, een volle dag rijden. Heel Aden weet dat Hadramaut in de oorlogsjaren rijk is geworden door het innen van tol bij checkpoints, net zoals de voorheen onbeduidende provinciestad Marib binnenliep door de handel in gas over de frontlijn.

Ook in Aden heeft de oorlog z’n winst. De prijzen van levensmiddelen zijn veel hoger dan voor de oorlog. Daar profiteert de middenstand van. Mensen gaan niet zomaar minder eten, dus ze schrapen het geld bij elkaar. Salarissen worden onregelmatig betaald, maar als het geld doorkomt, is dat in knisperend nieuwe biljetten. ‘We zijn geen supermarkt voor rijke mensen. Iedereen heeft deze producten nodig.’

Podcast: Ana van Es over haar bijzondere reis naar en door Jemen

Gekleed in ayaba en niqaab, en ‘getrouwd’ met haar chauffeur reed ze op de bijrijdersstoel mee dwars door de frontlijn van de oorlog in Jemen. Een zeldzame en gevaarlijke reis voor Midden-Oostencorrespondent Ana van Es, want er kunnen maar heel weinig journalisten in het gebied komen. Ze vertelt erover in deze editie van onze podcast het Volkskrantgeluid.

Westerse aannames

Een rit door Aden knaagt aan westerse aannames over Jemen. Zeker, de stroomvoorziening is na het beleg van de Houthi’s nooit hersteld, vandaar de vraag naar zonnepanelen. Hotels zijn gebombardeerd, veel gebouwen beschadigd. Vuilnis wordt niet opgehaald. Maar afgezien daarvan floreert Aden. De vissersbaai, ingeklemd tussen een Brits fort en het paleis waar president Hadi aan het einde van de ramadan na anderhalf jaar vrijwillige ballingschap in Saoedi-Arabië weer zijn intrek nam, wordt overstemd door het gejoel van kinderen uit pretpark FunCity, vol neonverlichte attracties.

Rij door en je belandt pardoes in de file voor de Aden Beach Tourism Restaurants, een horecacomplex pal aan het strand. Geen wonder: de shoarma hier is heerlijk – botermals vlees, fijngesneden groente, lekkere frietjes, gesmolten kaas, maar toch niet zwaar. De koks serveren ook inktvis en haai, naar keuze gefrituurd, gebakken of gegrild. Een tafeltje? Zoals vaker in Aden betekent dat aansluiten in de rij voor een plekje.

Een checkpoint in Aden. Foto Olivier Laban-Mattei / MYOP

Acute hulp

Je kunt hier zomaar vergeten dat Jemen in de greep is van een verwoestende burgeroorlog die nu al ruim drie jaar duurt. 18 miljoen inwoners lopen volgens de Verenigde Naties (VN) het risico op honger voor het einde van dit jaar. Ruim 11 miljoen mensen hebben acute hulp nodig. 2 miljoen Jemenieten zijn op de vlucht. Een nieuw front in de oorlog, aan de westkust bij Hodeida, brengt volgens de VN de levens van honderdduizenden in gevaar.

Dankzij de gevechten in Hodeida wijken schepen uit naar Aden, waar de haven deze zomer beter draaide dan in jaren. In Aden arriveren niet alleen scheepsladingen geld, maar ook meerdere keren per week een gecharterd vrachtschip van het Wereldvoedselprogramma, met aan boord tonnen aan voedsel en eerste levensbehoeften. Het doet schizofreen aan: nog meer eten naar een stad waar de schappen uitpuilen van overvloed.

Vluchtelingenkampen

Maar direct na het laatste checkpoint van Aden, niet zover van een billboard dat met ballonnen de feestelijke opening van de Takamol Hyper aankondigt, slaat de oorlog je in het gezicht. Sla enkele kilometers na een drukbezochte vismarkt een zandweg in, en ineens beginnen daar de ergste vluchtelingenkampen die de Arabische wereld te bieden heeft. Tenten gebouwd van takken en lapjes stof, zonder enig sanitair, het laatste eten – een karig dieet van meel, rijst en olie – een maand geleden bezorgd door een hulporganisatie. Verder laten hulpverleners zich hier niet zien.

‘Wij hebben geen geld om naar de supermarkt te gaan,’ verzucht Esraar Saed, 26 jaar, moeder van twee kleuters, onlangs gevlucht uit een dorp bij Taiz, een brandhaard aan de frontlijn op vijf uur rijden. In deze woestijn staat de jonge vrouw er met haar kinderen alleen voor: haar man is uitgeweken naar buurland Saoedi-Arabië. Ze heeft haar tent van takken, plastic lappen, doeken en een oud matras in drie dagen zelf gebouwd, een vernuftig bouwsel. Nee, ze heeft nog nooit eerder gekampeerd. ‘Als het moet, kan iedereen een tent bouwen.’ Buiten haar tent ligt een klein zonnepaneeltje. Ze heeft het meegenomen van huis, om licht mee te maken.

Een strijder staat op de wacht naast de weg naar Aden. Foto Olivier Laban-Mattei / MYOP

Graatmager

Kom kijken, haasten vrouwen zich in een nog deplorabeler kampje even verderop. In een tent zit Iman Mohammed Ali (‘ik heb niet gestudeerd, dus ik weet niet hoe oud ik ben, ik denk een jaar of 30’) met op schoot haar zoontje van 8 maanden, Khattab. De baby is graatmager, maar het zijn de ogen van de kleine man die indruk maken. Khattab staart verstild en glazig in het oneindige. Hij slaat de vliegen niet uit zijn gezichtje.

Op zijn hoofd en lichaam heeft het joch een groen papje van fijngemalen blaadjes. ‘Medicijnen,’ zegt zijn moeder. ‘Van de bomen. We kunnen geen medicijnen in de winkel kopen, dus we maken ze zelf, van de bomen.’

Kwestie van geografie

In het Eenheidsziekenhuis van Aden vertelt een jonge arts, Sharifah Mohammed, in keurig Engels dat het een kwestie van geografie is welk kind overleeft. Zieke baby’s uit Aden arriveren op tijd. Die knappen weer op. Kinderen van het platteland worden vaak pas gebracht als ze niet meer te redden zijn. ‘De ouders nemen het probleem eerst niet serieus. Dan komen er complicaties en dan gaan ze dood.’

Op de gang wacht haar volgende patiëntje: Mohammed Abdallah van 5 maanden, armen en benen als stokjes, een boze ader kloppend op zijn hoofd. Diarree en koorts. Zijn zusje van anderhalf is gestorven aan dezelfde symptomen. Mohammed is al twee maanden ziek. Waarom bracht zijn moeder hem niet eerder? Omdat ze van ver komen, uit het Al Qaeda-bolwerk Abyan. ‘Wij kunnen de reis niet betalen. Pas vandaag wilde iemand ons brengen.’

Hippe espressobar

Terwijl Mohammed voor zijn leven vecht, schuiven diezelfde ochtend slechts een paar kilometer verderop vier collega’s, dertigers, aan voor een werkontbijt bij de Cup Coffee, één van de hippe espressobarretjes die onlangs in Aden zijn geopend. Het recept is hetzelfde als overal ter wereld: goede cappuccino, hippe barista achter de bar, cheesecake in de vitrine, flexwerkers achter hun laptop. ‘Voor de oorlog had je dit hier niet,’ zegt de enige man in het gezelschap, Amer Adel Abdullah.

Hun kantoor doet kwaliteitscontroles in de haven. Het is dankzij de oorlog dat dit tegenwoordig in Aden mag gebeuren. Tot 2015 moesten alle proefmonsters over de weg naar Sanaa worden gebracht, een reis van honderden kilometers. ‘In Sanaa zagen ze ons inwoners van Aden voor de oorlog als tweederangs,’ verzucht Amer. ‘Als je uit Aden kwam, kon je daar geen baan krijgen. Tegenwoordig komt iedereen uit Sanaa hierheen. Wij behoren tot de mensen die geloven in afscheiding van het zuiden.’

Inwoners van Aden vieren het Suikerfeest. Foto Olivier Laban-Mattei / MYOP
Inwoners van Aden vieren het Suikerfeest. Foto Olivier Laban-Mattei / MYOP

Niets meer te vertellen

‘Iedereen in Aden wil een stukje van de cake,’ zegt Mona. In Aden vechten machthebbers om het grootste stuk. Officieel trekt president Hadi aan de touwtjes, maar hij vertoont zich zelden in zijn eigen hoofdstad. De straten hangen vol met afbeeldingen van een heel andere president: sjeik Kalifa al Nahyan van de Verenigde Arabische Emiraten. Deze week werden Emirati-troepen door de VN beschuldigd van stelselmatige marteling en verkrachting in gevangenissen in Aden waar de overheid allang niets meer te vertellen heeft. Het is een van de vele subplots in deze oorlog die ook Jemenieten zelf je niet meer kunnen uitleggen: officieel zijn de Emiraten bondgenoot van de Jemenitische regering tegen een gezamenlijke vijand, de Houthi-rebellen in het noorden, maar in de praktijk zijn deze twee bondgenoten zelf ook met elkaar in oorlog.

Wadha Omar, commandant van de Southern Security Belt, de militie die de meeste checkpoints in Aden bemant, draait er niet omheen. ‘Natuurlijk steunen de Emirati ons. Met logistiek, met spullen.’ Commandant Omar – legergroene trui, brilletje – wil niet op een publieke plaats afspreken. Liever springt hij ’s avonds laat op de achterbank van onze auto, om daarna de chauffeur koers te laten zetten naar een verlaten kustweg. Sinds het begin van de zomer worden zijn strijders aan de lopende band geliquideerd, vaak direct nadat ze thuiskomen van hun dienst.

En de zonnepanelen?

De zonnepanelenverkopers profiteren van de machtsstrijd. Herstel van de elektriciteit valt niet te verwachten zolang gekibbeld wordt over wie de baas is in Aden. Tegenover een school die is beschilderd met afwisselend de vlag van de Verenigde Arabische Emiraten en de blauwe driehoek met rode ster van de zuidelijke rebellen, met op het dak een bord ‘Thank you UAE’, bevindt zich de winkel van Wajdi Nashr Qaid.

Zonnepanelen verkocht Qaid al voor de oorlog. Jarenlang was dat een nicheproduct. En nu? De prijs die hij vraagt is twee keer zo hoog, maar toch vliegen ze de winkel uit. Soms verkoopt hij wel twintig zonnepanelen per week. Qaid is één van de gewone inwoners van Aden die zijn leven door de oorlog onverwacht een beetje beter zag worden. De handelaar vindt het ongemakkelijk. ‘Ik verdien hier aan het leed van andere mensen. Dat is niet goed.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.