Een tachtigjarige oorlog

Telkens als de discussie over onze deelname aan de oorlog in Afghanistan weer oplaait, moet ik aan twee passages denken in het boek van Bob Woodward, Bush at war, waarin hij beschrijft hoe na de aanslagen op de Twin Towers de oorlog tegen het terrorisme en tegen Afghanistan van de...

Het Amerikaanse volk snakte naar militaire actie, dus ook Bush. Het ging hem allemaal te langzaam. Hij wilde er op slaan. Al op 7 oktober, nog geen maand nadat de vliegtuigen de torens in New York waren binnengevlogen, begon Amerika Afghanistan te bombarderen. Tot grote woede van Bush nam het aantal bombardementsvluchten al snel weer af. Maar Rumsfeld, de minister van oorlog, legde uit dat het aantal doelen op was. Veel van de gebombardeerde doelen waren puinhopen van oorlogen die Afghanistan al decennia hadden geteisterd. Het had geen zin, zei Rumsfeld, puinhopen te blijven bestoken. De oorlog moest op de grond worden voortgezet.

Maar Afghanistan is geen land voor een gewone oorlog, om te beginnen omdat je niet weet wie precies de vijand is en waar die zich bevindt. En omdat Afghanistan eigenlijk nooit een bestuur heeft gehad dat het hele land gedurende langere tijd onder zijn gezag wist te brengen. Er heerste al honderden jaren burgeroorlog. De Taliban, die het grootste deel van Afghanistan controleerde, was in een oorlog gewikkeld met de krijgsheren van de Noordelijke Alliantie.

Dus stuurde George Tenet, hoofd van de CIA, medewerkers van zijn dienst met koffers gevuld met een miljoen dollar naar het land om krijgsheren om te kopen om met Amerikaanse luchtsteun en special forces de Taliban te lijf te gaan. Nog nooit, zei Bush in een vergadering, hebben we een oorlog kunnen voeren op zo’n ‘koopje’.

Ik had toen wel begrip voor de Amerikaanse reactie. Ik begreep de behoefte aan wraak en ook ik vond dat de aanslag op de Twin Towers niet ongestraft kon blijven. Hoewel ik toen al vraagtekens zette bij de uitgeroepen ‘oorlog tegen het terrorisme’. Je kunt geen oorlog voeren tegen terrorisme. Terrorisme is een uiting van fundamentalisme. En een oorlog tegen fundamentalisme heeft als nare eigenschap dat het bloed van de martelaren het beste wervingsklimaat schept voor nieuwe terroristen.

Wat er sindsdien in Afghanistan is gebeurd, heeft mij ervan overtuigd dat ik toen een beoordelingsfout heb gemaakt, gebaseerd op meer kennis van de Amerikaanse samenleving en politiek dan van de Afghaanse.

Vooral het lezen van de 1.437 pagina’s van het magistrale boek van Robert Fisk, De Grote Beschavingsoorlog, heeft mij genezen van ieder geloof in de mogelijkheid het moslimfundamentalisme en terrorisme onder de duim te krijgen met het voeren van oorlog. Dat geldt in verhoogde mate voor Afghanistan, in veel opzichten een middeleeuws land, zonder centraal bestuur, door en door corrupt, onherbergzaam, met een bevolking die nooit beter heeft geweten dan dat krijgsheren en stamhoofden onderling uitmaken wie er waar regeert.

In potentie is voor de Amerikanen de oorlog in Afghanistan uitzichtlozer dan die in Vietnam. Obama dreigt in dezelfde fuik te lopen waar toen president Johnson in verstrikt is geraakt. Het sturen van steeds meer troepen, dat het voor guerrillastrijders steeds makkelijker maakt doelwitten te vinden en uit te schakelen, waardoor er steeds meer troepen nodig zijn om de eigen troepen te beschermen, enzovoort.

In zekere zin heeft Obama het geluk dat veel sneller dan tijdens de oorlog in Vietnam de Amerikaanse publieke opinie er genoeg van heeft gekregen. Anders dan in Nederland is het in de Amerikaanse democratie onmogelijk langdurig een oorlog te voeren zonder draagvlak onder de bevolking. Het is dus een kwestie van tijd dat de Amerikanen het in Afghanistan voor gezien houden.

Daarom getuigen de pogingen van het CDA om de geesten rijp te maken voor een verlenging van de aanwezigheid van Nederlandse gevechtstroepen in Afghanistan van zo weinig strategisch inzicht. Dat geldt ook voor de argumentatie om eventueel te blijven in Uruzgan. Als we dat niet doen, zou alles wat we daar hebben opgebouwd weer teniet worden gedaan. Maar het opbouwen van Afghanistan naar een land dat zichzelf op een enigszins ontwikkeld niveau in stand kan houden, duurt ook volgens Amerikaanse militairen nog tientallen jaren.

Als het aan het CDA ligt beginnen we aan een nieuwe tachtigjarige oorlog.

Reageren? vk.nl/opinie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden