Een supermooi verhaal

Op een ijskoude januarimorgen in 1929 vermoordde IJje Wijkstra in Kornhorn vier agenten. Deze tragedie achtervolgt het West-Groningse dorp nog steeds....

Voor veel inwoners van Kornhorn hoeft dit verhaal niet. Allergisch zijn ze voor alles wat het West-Groningse dorp voor de zoveelste keer groter maakt dan het is. En dat allemaal vanwege een moord die in 1929 in hun contreien plaatsvond. In 1929! 'Wat valt daar nou nog over te zeggen?', vindt menig inwoner van Kornhorn.

Maar het was niet zomaar een moord. Het was een moord op vier politieagenten. Op een ijskoude januarimorgen in 1929 kwamen zij Aaltje Wobbes (30) weghalen bij haar minnaar IJje Wijkstra (33). Aaltje was getrouwd met een ander, die in de gevangenis zat, en had haar zes kinderen in haar eigen huis achtergelaten. Ze wilde de gemeente zo dwingen de zorg voor het kroost op zich te nemen, zei ze later. Ze kon niet rondkomen van zevenenhalve gulden in de week.

Het pakte anders uit. Juist vanwege het achterlaten van de kinderen moest Aaltje voor de rechter-commissaris in Groningen verschijnen en nu werd ze 's ochtends vroeg door vier agenten opgehaald bij de woning van IJje aan de Polmalaan. Wat zich vervolgens afspeelde, is nooit helemaal opgehelderd, maar in elk geval schoot IJje één agent neer met zijn revolver bij de voordeur.

Hij moet doorgedraaid zijn. Hij pakte zijn karabijn, ging door de achterdeur naar buiten en velde daar nog twee politiemannen. Tot slot gaf hij de laatste agent, die verstopt zat in een sloot, het fatale schot. Hij sneed zijn vier slachtoffers de hals door, vermoedelijk omdat hij dat als stroper was gewend, stak zijn woning in brand en vertrok met een vriend naar Groningen. Nog dezelfde dag werd hij opgepakt.

De kranten in heel Nederland stonden er vol van, en ook daarna bleven er druppelsgewijs artikelen over het drama verschijnen. Zo dook in 1999 in het Nieuwsblad van het Noorden een 78-jarige, anonieme man op die beweerde een onwettige zoon van IJje Wijkstra te zijn. Er verschenen boeken, zowel fictie als non-fictie, en in 1980 kwam Pieter Verhoeff met een film over IJje en zijn daad: Het teken van het beest.

En er is meer op komst. Karel Zoet uit Joure, wiens moeder een achternicht was van Wijkstra, schreef een boek over 'het ongeval' dat naar hij hoopt binnenkort wordt uitgegeven. 'De Wijkstra's hebben er enorm veel nadeel van ondervonden. Het waren en zijn hardwerkende, eerlijke en zonder beledigend te willen zijn, naïeve mensen, die hun intellect niet hebben aangewend om iets positiefs uit die daad te halen. Ze hebben zich alleen maar geschaamd, en dat was niet nodig.'

Historicus Libbe Henstra uit het nabijgelegen Opende, die in 1997 afstudeerde op de zaak, is verder gegaan met onderzoek, wat over een jaar of twee tot publicatie moet leiden. In het Friese Broeksterwoude gaat op 15 februari een toneelstuk over IJje Wijkstra in première van de amateurvereniging Moat Kinne (Moet Kunnen). 'Wat hij gedaan heeft, had niemand achter hem gezocht', zegt regisseur Sake van der Wal. 'Dat vrouwtje maakte hem zo gek in de kop. Een supermooi verhaal.'

Maar veel inwoners van Kornhorn worden er doodziek van. Want wat er allemaal van die moord is gemaakt, klopt lang niet altijd, is hun mening. Neem de film, Het teken van het beest. 'Die deugde voor geen meter', zegt Edsge Dijkstra (62) die opgroeide naast de plaats delict. Zelf heeft hij de film niet gezien, maar van anderen in het dorp hoorde hij dat het 'een troep' was. 'Het was meer een seksfilm.'

Daarbij komt dat vooral ouderen in Kornhorn de moord lange tijd hebben ervaren als een smet op hun dorp, op de hele gemeente Grootegast zelfs. Een 83-jarige inwoner van Kornhorn, die niet met zijn naam in de krant wil, herinnert zich hoe hij in 1938 bij de kapper in Den Haag vertelde dat hij uit die gemeente kwam. 'Oh, dan komt u uit de plaats van IJje Wijkstra', kreeg hij te horen. Hij vond het geen onverdeeld genoegen. 'Grootegast is eerder berucht dan beroemd', zegt hij aan zijn keukentafel.

Velen in Kornhorn en omgeving vinden het ook erg voor de nabestaanden van de vermoorde agenten dat de kwestie steeds wordt opgerakeld. 'Het was voor die mensen ver-schrik-ke-lijk', zeggen Tjeerd Drost (70) en zijn vrouw (69), die vlak bij Kornhorn wonen. En ze leven mee met de familie Wijkstra, van wie een aantal nog in de provincie woont. 'Ik denk dat het voor hen zo'n schande is geweest', zegt vrouw Drost.

Ze waarschuwt: 'Wij willen niet dat het opnieuw begint.' Dan heeft ze het over de commotie van drie jaar geleden, toen velen in de buurt in de veronderstelling leefden dat Kornhorn nota bene een monument voor Wijkstra zou oprichten.

Bij Theo Woudstra, destijds voorzitter van Plaatselijk Belang, blééf de telefoon overgaan. 'Dit kunnen jullie niet maken, voor die moordenaar', kreeg hij te horen.

In die tijd bleek pas goed hoe gevoelig het onderwerp lag. Wat was het geval? Plaatselijk Belang wilde alleen de plek des onheils markeren met een steen en de streekgeschiedenis vastleggen op informatieborden, als onderdeel van een nieuwe wandelroute. Bijkomend voordeel was dat de zaak-Wijkstra in de omgeving bespreekbaar kon worden gemaakt. 'Als je hier als buitenstaander vroeg naar de plek van de moord kreeg je wel antwoord, maar verder gaf niemand zijn mening', zegt Woudstra. 'Het is een collectief iets geweest: hij was een van ons. Velen voelden schaamte.'

Het onderwerp is altijd eerder 'onder ons' besproken, dan met 'vreemden'. En sommigen doen er liever helemaal het zwijgen toe. De 83-jarige man, die IJje op de dag van de moord nog voorbij heeft zien komen: 'Als iemand ernaar vraagt, praat ik er niet over. Waarom wel? Iedereen weet dat IJje vier politiemensen heeft vermoord. Daarmee is de kous af.'

Begin 1999 was in het dorpshuis van Kornhorn een informatie-avond over de plannen van Plaatselijk Belang. Tot vlak daarvoor dreigden tegenstanders dat ze de bijeenkomst via een kort geding zouden verhinderen. Maar de avond ging uiteindelijk gewoon door. Er werd besloten tot een lesbrief over de moord voor basisscholen. Vóór het weilandje waar destijds Wijkstra's huisje stond, zouden de steen en de informatieborden komen.

Afgelopen september werd de steen onthuld, een dikke kei met daarop een tekst van de Libanese dichter Khalil Gibran: 'Wanneer je geest gaat zwerven met de wind, doe je, alleen en onbewaakt, anderen en dus ook jezelf kwaad.' Een paar maanden later ligt de plek waar Wijkstra tekeer ging met zijn revolver en karabijn wit van de rijp tussen kale elzenbomen en schokdraad. Het verhaal gaat dat de latere eigenaar van het stukje grond hier patronen heeft gevonden. 'Maar of die van IJje waren of van de laatste oorlog, weet ik niet', zegt Edsge Dijkstra.

Dit soort anekdotes vormen nu juist het probleem bij het verwerken van de tragedie, meent historicus Henstra. Er heeft geen 'historisering' plaatsgevonden, maar 'romantisering'. Het feit dat één man het opnam tegen vier agenten, sprak tot de verbeelding. Bij de een veroorzaakte het heimelijke bewondering, bij de ander diepe afkeer, maar met de historische werkelijkheid heeft het weinig te maken. En die moet nu juist 'boven tafel' komen om het verleden te kunnen afsluiten, aldus Henstra.

Wat waar is en niet waar, is vooral in de mondeling overgeleverde verhalen soms niet meer te achterhalen. In het dorp opperde iemand eens de mogelijkheid dat Wijkstra in 1941 niet aan tbc is gestorven in het Rijks Krankzinnigengesticht in Woensel, zoals officiële papieren uitwijzen, maar aan het Russische front. Om zo'n verhaal moet Henstra lachen.

Bij zijn schietkunsten ligt het ingewikkelder. Wijkstra stroopte en had wapens in huis. Maar wat klinkt in het dorp? Hij kon een omhoog gegooid muntstuk in de lucht raken, en een appel of lucifersdoosje op iemands hoofd. Toen hij bij de buren op de muur een vlieg zag zitten, zei hij: 'Zal ik die er afschieten?' Karel Zoet, de verre neef van Wijkstra: 'Het is een beetje geromantiseerd.'

Streekbewoners beschrijven Wijkstra als een 'aparte figuur'. Hij las boeken over occultisme en spiritisme, en nam kennis van Nietzsche. Hij noemde zichzelf een vrijdenker en had niet veel op met politie en gezag. Hij was voeger en klompenmaker, maar bepaalde zelf wanneer hij werkte. Hij brak met de hervormde kerk en ging met zijn trekharmonica langs feesten en partijen. En hij deed dingen die anderen niet durfden, zoals de hoge pijp van de oude melkfabriek voegen.

Maar hoe apart is dit in de streek waar hij vandaan kwam? Het Westerkwartier, tussen de stad Groningen en de Friese grens, stond bekend om zijn aparte, vrijgevochten figuren. De omgeving was ruig, met heide, water en kleine perceeltjes land met boomwallen. De mensen waren ruig door eeuwenlange armoede en sociale ellende. Velen hadden wapens, bleek toen de politie na de moord het gebied uitkamde.

Voor Henstra is het verhaal over Wijkstra niet compleet zonder het verhaal over de streek. 'Hij paste er, hij had er duidelijk wortels. Wat hem anders maakte, is dat hij las over dingen waar anderen alleen over praatten. Bijgeloof was iets normaals, maar Wijkstra sloeg er een boek over open.'

Wat maakte dat deze man, als hij dan niet zo afwijkend was, uiteindelijk totaal afwijkend handelde? 'Hij werd obstinaat. Het was de optelsom van wat in de voorafgaande twee weken was gebeurd, sinds Aaltje bij hem ingetrokken was. Hij moet hebben geweten dat het niet goed was. De buurt heeft hem er op aangesproken, terwijl hij het type was: ik bemoei me niet met jullie, jullie niet met mij. En dan komt de politie langs.'

Zoet meent dat de politie het eerst schoot. Wijkstra zou hebben gehandeld uit noodweer. Hij baseert deze nieuwe versie van de gebeurtenissen op wat hij aantrof in de politiearchieven in Amsterdam. Ook Aaltje Wobbes heeft dit later gezegd. Het verklaart volgens hem waarom de zaak lange tijd zo gevoelig heeft gelegen in de streek: 'Instinctmatig weet het Westerkwartier dat het de waarheid nooit te horen heeft gekregen. Ik ben geschrokken van wat er verzwegen is.'

Zal het ooit lukken de hele historische werkelijkheid te beschrijven? Toen Henstra afstudeerde, merkte iemand op dat er zoveel werkelijkheden over het drama bestaan, dat het bijna onmogelijk is er één uit te destilleren. In elk geval hebben de moorden in Kornhorn en omgeving een 'plekje' gekregen, zegt Theo Woudstra. Streekbewoners kunnen er volgens hem sinds de ophef van een paar jaar geleden gemakkelijker over praten.

Maar of ze een toneelstuk over IJje Wijkstra aankunnen? Amateurvereniging Moat Kinne had het leuk geleken om na Broeksterwoude ook Kornhorn en omstreken aan te doen. 'Maar ik weet niet hoor', aarzelt regisseur Van der Wal, 'misschien slaan ze ons er ook wel weg.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden