Een sukkel die Nietzsche citeert

BILL WEISBECK is een nog jonge Amerikaan die in Amsterdam woont. In Het rauwe rode vlees, de tweede roman van Margherita Pasquini, vertelt hij zijn levensverhaal....

De eerste twee beloftes verbreekt hij bijna onmiddellijk. In bruisende volzinnen springt hij van de psychoanalyse naar de Griekse tragedie; van Pythagoras gaat hij over op de moderne medische wetenschap en die verbindt hij moeiteloos met de Oprah Winfrey-show. Breedvoerigheid en eruditie zijn nu juist twee van de drie belangrijkste karaktertrekken waarmee Pasquini haar held heeft uitgerust.

Billy's derde eigenschap is openheid. Hij vertelt zonder enige terughoudendheid over zijn verleden. Hij is de zoon van onbekende ouders; zijn moeder heeft hem bij de geboorte afgestaan. Na een reeks opvangtehuizen en pleeggezinnen wordt hij midden jaren zeventig - de oorlog in Vietnam is nog aan de gang - door Jack Weisberg geadopteerd. Weisberg, een ongetrouwde ambtenaar die met zijn moeder in een keurige voorstad woont, ontpopt zich als een sadist en een pedofiel. Hij mishandelt de kleine Billy, en hij misbruikt hem.

Maar voor de rest gaat alles goed. Billy heeft in materieel opzicht niet te klagen. Hij krijgt meer dan voldoende te eten en te drinken, hij heeft genoeg kleren en hij gaat naar een goede school. Naarmate hij ouder wordt, heeft zijn pleegvader steeds minder aandacht voor hem, en als Billy zo'n jaar of zeventien is, is zijn leven relatief zorgeloos. Hij heeft een goede vriend, zijn schoolresultaten zijn niet slecht, en hij wordt ook nog eens de held van het voetbalteam. Toch blijft hij een buitenstaander - iemand die altijd vanuit de coulissen toekijkt.

De afstandelijke en toch hyperpersoonlijke manier waarop Pasquini haar Billy over zijn klasgenoten en zijn leraren laat schrijven, doet denken aan de manier waarop Holden Caulfield, de ik-persoon uit The Catcher in the Rye, over zijn leven vertelt. Billy zou ook wat zijn karakter betreft wel een ver familielid van Holden kunnen zijn. Het zijn beiden geen slechte jongens, maar omdat ze zich door een gebrek aan liefde voortdurend tegen hun omgeving wapenen, doen ze dingen waarmee ze het vooral voor zichzelf erg moeilijk maken.

Pasquini zelf lijkt van Salinger geleerd te hebben dat oorzakelijke verbanden een roman doodslaan. Billy eindigt niet als moordenaar, en hij ontwikkelt nauwelijks haatgevoelens tegenover zijn pleegvader. Hij maakt duidelijk dat kinderen die mishandeld worden, altijd denken dat ze gestraft worden, en dat ze zich daarbij nauwelijks afvragen waarom dat gebeurt. Zo kan er een bepaalde loyaliteit tussen Billy en de oude Weisbeck blijven bestaan. Er wordt ook geen reden gegeven voor het gedrag van Billy's pleegvader - er wordt hoogstens gesuggereerd dat hij als kind is mishandeld - en Billy zelf ontwikkelt zich niet tot misdadiger. Dat hij als volwassene te veel drinkt, wijt hij niet automatisch aan zijn ongelukkige jeugd. 'Ik ben het wandelende bewijs van het feit dat niet alle ellende in iemands jeugd hoeft uit te monden in terrorisme of massamoord', zegt hij aan het eind van zijn verhaal. 'Ook verspreid ik geen foto's van naakte kindertjes op internet en timmer ik geen vrouwen het blijf-van-mijn-lijf-huis in. Ik ben een doodgewone jongen gebleven, een sukkel met een uitzendbaan, een alcoholprobleem, geen auto en geen geld.' Bill blijft, net als Holden, een dromer.

Een vergelijking met een klassieke roman als The Catcher in the Rye roept natuurlijk vragen op. Een daarvan is of Billy als een 21ste-eeuwse Holden sensibele pubers de mogelijkheid geeft zich met hem te identificeren.

Dat lijkt in eerste instantie geen probleem. Iedereen, mishandeld of niet, zal zich moeiteloos in Billy's eenzaamheid kunnen invoelen. Pasquini weet hoe ze de gevoelens van haar lezers moet bespelen - heel behoedzaam balanceert ze voortdurend op het randje tussen onderkoeldheid en sentimentaliteit. Ook Billy's kijk op de wereld houdt steeds het midden tussen cynisme en woede. De problemen die hij als teenager ondervindt, zijn niet alledaags, maar ook niet onherkenbaar: als 17-jarige wordt hij verliefd op Teresa, een schoolgenoot, en maakt haar zwanger. Ze trouwen, en na de geboorte van hun zoon gaan ze terug naar school. Zelfs wat er daarna gebeurt, is in alle buitenissigheid nog voorstelbaar. Teresa wordt door een jaloers ex-vriendje en zijn makkers verkracht en mishandeld, en pleegt zelfmoord.

Billy's pleegvader komt in de gevangenis terecht, en vertrekt na zijn vrijlating met Billy naar Amsterdam, waar ze een hotel beginnen. Na een paar jaar keert Weisbeck senior naar de Verenigde Staten terug, en trekt Bill bij zijn Nederlandse vriendin in.

Toch kan Het rauwe rode vlees een vergelijking met The Catcher in the Rye niet doorstaan. In Pasquini's roman ontbreekt een zekere consistentie. Dat geldt niet voor Billy's eloquentie; zelfs als zijn gedachtegangen alle kanten opschieten en hij zich in bizarre beelden uitdrukt, blijft hij goed te volgen. Pasquini schrijft met vervoering, maar blijft steeds beheerst.

Het probleem zit hem in Billy's geleerdheid. Welke schoolverlater kent een filosoof als Maurice Merleau-Ponty of kan moeiteloos uit Nietzsche citeren? Billy is te ontwikkeld en te erudiet. Zodra hij het over filosofen heeft, verandert hij van een herkenbaar personage in een spreekbuis van zijn bedenkster.

Maar het grootste minpunt van dit boek is een gebrek aan mysterie. Er valt in dit boek niets te raden. Als het uit is, is het ook werkelijk op. De spanning die Pasquini heel zorgvuldig opbouwt, doet ze teniet door Billy alwetend te maken. Alsof ze deze reactie heeft voorzien, laat ze hem alvast een antwoord formuleren: 'Is dit een roman of een wetenschappelijk traktaat?, vraagt u zich af. Waar blijven de feiten, show-tell en frappante details? Fair enough, ik zal mijn best doen.'

Dat Billy dat laatste ook werkelijk doet, neemt niet weg dat dergelijke tussenzinnen het boek van een extra dimensie beroven: alles wat tussen de woorden had kunnen staan, wordt er door Pasquini uitgehaald en met veel lawaai op tafel gegooid.

Of ze dit doet uit een overmaat aan zelfvertrouwen, of juist aan een gebrek daaraan, is niet duidelijk. Maar omdat ze schrijven kan, en met een geweldig invoelingsvermogen en een grote dosis fantasie is behept, mogen we hopen dat ze in een volgend boek haar boekenkennis wat minder tentoonspreidt. En belangrijker: dat ze zich realiseert dat veel lezers het prettig vinden zich met een hoofdpersoon te identificeren, maar dat het absoluut noodzakelijk is dat ze de ruimte krijgen om ook zelf te interpreteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden