Eén succesfilm, met veel invloed

Penn begon er aarzelend aan: een ‘nouvelle vague’-film over een moorddadig jong stel. Maar Bonnie and Clyde sloeg in als een bom....

Hij won belangrijke theaterprijzen, werkte veel voor de televisie en maakte dertien speelfilms. Toch zal Arthur Penn, die dinsdagavond – een dag na zijn 88ste verjaardag – overleed, vooral herinnerd worden om één film: Bonnie and Clyde.

Met Bonnie and Clyde (1969), gebaseerd op het verhaal van de legendarische bankrovers Bonnie Parker en Clyde Barrow, zette Penn Hollywood op zijn kop. De film toonde seks en geweld op een ongebruikelijk rauwe manier, en wist een jong publiek aan te spreken dat de klassieke Hollywoodfilm de rug had toegekeerd.

Daarmee maakte de film de weg vrij voor een nieuwe manier van film maken. Regisseurs als Martin Scorsese, Terrence Malick en Robert Altman profiteerden van de creatieve vrijheid die de film opleverde. Taboes doorbreken, geweld en agressie tonen, jonge, onzekere helden portretteren – het mocht na Bonnie and Clyde.

Gesmeekt
Voor Penn bleef de film zijn grootste succes. Terwijl hij er aarzelend aan begonnen was. Twee helden van de Franse nouvelle vague, op dat moment een grote hit in Amerika, waren benaderd om het scenario te verfilmen: François Truffaut en Jean-Luc Godard. Beiden bedankten, waarna producent Warren Beatty Penn moest smeken de film te regisseren.

Op dat moment had Penn slechts één filmsucces op zijn naam staan: The Miracle Worker (1962), de verfilming van zijn eerdere Broadway-hit over de dove en blinde Helen Keller. De drie gangsterfilms die hij daarnaast had afgeleverd, waren elk min of meer geflopt – vooral het door de nouvelle vague beïnvloede, experimentele Mickey One (1965), waarin Beatty de hoofdrol speelde.

Geen wonder dat hij weinig trek had in nog een gangsterfilm met Warren Beatty, op basis van een nouvelle vague-achtig scenario. Maar dit keer viel alles op zijn plek. Beatty en nieuwkomer Faye Dunaway bleken de gedroomde hoofdrolspelers: hun gewaagde vertolking van het niet al te snuggere, moorddadige duo was opzienbarend. En Penn toonde zich een vernieuwend regisseur. Voor de schokkende slotscène van de film, waarin Bonnie en Clyde in slowmotion door politiekogels worden doorzeefd, gebruikte hij vier camera’s tegelijk, die hij op verschillende snelheden liet draaien. Met een controversiële slogan – ‘They’re young. They’re in love. And they kill people’ – trok de film volle zalen. Critici omarmden de film, of keerden zich er fanatiek tegen. Met tien Oscarnominaties, waarvan er twee werden verzilverd, leek voor Penn een glansrijke Hollywoodcarrière weggelegd.

Toch regisseerde hij in de jaren erna slechts een tiental films, de meesten lauw onthaald. Hoewel acteurs graag met hem werkten leek Penns werk de aansluiting met de tijdgeest net te missen. Films als Little Big Man (1970), Night Moves (1975), en The Missouri Breaks (1976) werden vaak pas later om hun vakmanschap geprezen. Penn hield een voorkeur voor verhalen over onberekenbare outsiders. Hij wist de psychologie van de afgewezen, gekrenkte, onvolwassen crimineel inzichtelijk te maken.

Dat hij nooit meer het succes van Bonnie and Clyde evenaarde, zat Penn niet dwars. Hij bleef zijn leven lang een gewaardeerd regisseur, zeker ook in het theater en bij de televisie, waar hij regelmatig terugkeerde.

Pauline Kleijer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden