Een studententijd bij het corps heeft veel voordelen

Het miezert op de Leidse Breestraat. In de schemerende namiddag wandelt een vijftal studenten in joggingbroek de 'besloten sociëteit Minerva' uit. Een pompeus jaren zestig-gebouw op nummer 50. Waar de voorzitter is? 'Even in de keuken vragen. Eerste verdieping.' Binnen wentelt een majestueuze trap zich langs de wanden van het atrium. Mensur, Badeend, Linx: in Gotische letters zijn namen van jaarclubs op de muur geschilderd. Uit de hardhouten planken rijst de geur van verschaald bier op.


Dit is de Leidse studentenvereniging Minerva, een van de bakermatten van onze bestuurlijke elite. Ruim tweederde van invloedrijk Nederland is lid geweest van het corps of een andere studentenvereniging. Nog steeds, zo blijkt uit onderzoek van TNS NIPO in opdracht van de Volkskrant. Tien procent frequenteerde tijdens zijn studententijd de Breestraat 50, gevolgd door het Rotterdams Studentencorps (6), het Utrechts Studentencorps (5) en het Gronings Studentencorps Vindicat (4). Namen als Nout Wellink (president van De Nederlandsche Bank), Pauline Meurs (PvdA-senator) en Herman Tjeenk Willink (vicepresident van de Raad van State) prijken in de archieven van Minerva. Net als die van koningin Beatrix, prins Willem-Alexander en prins Constantijn.


Hoe kunnen studentencorpora nog zo'n grote stempel drukken op bestuurlijk Nederland? Ze houden er oude gebruiken in ere en hebben niet al te veel op met transparantie. Voor de buitenwacht zijn het vooral drinkende en brallende ballen die bij nacht en ontij anachronistische liederen aanheffen. De online ledenarchieven van Minerva zijn zorgvuldig afgeschermd en voorzitter Nils Rurenga (21) voelt zich niet geroepen de aanwezigheid van zijn vereniging te vergroten op sociale netwerksites als LinkedIn en Hyves. 'Dat is niet iets wat ik wil stimuleren.' Beweegt zich achter deze muren de fine fleur van bestuurlijk Nederland in pakweg 2035?


De eerste sleutel tot succes is de ontgroeningstijd, of KMT (kennismakingstijd). 'Het werpt een drempel op', zegt Rurenga. 'Op deze manier zorgen we voor meer actieve leden, die hier niet alleen komen om te consumeren. Verder leer je tijdens de KMT veel over de vereniging. Wie enthousiast is, steekt er bovenuit en kan op mooie plekken bij Minerva terechtkomen.' Zo verdien je een plekje in een van de illustere ledenhuizen, bijvoorbeeld aan het Rapenburg. 'Zo'n huis nodigt je dan uit om te komen hospiteren.'


Rurenga is gekleed in een driedelig antracietgrijs pak met verenigingsdas. Zijn lichte haar is vanuit een zij-scheiding zorgvuldig achter de oren getrokken. Het zou hem niet verbazen als ook een deel van zijn generatie het ver schopt. 'Maar je moet wel goed genoeg zijn', zegt hij in de bibliotheek.


Achter glas staan onaangeroerd de verenigingsalmanakken. Onwennig pakt Rurenga het jaar 1957. Voorin poseren trots zijn al gepensioneerde bestuursvoorgangers tegen een hoge boekenwand, onder wie A.P.R. Jacobovits de Szeged, in de jaren negentig ambassadeur in Washington. Of hij wel eens contact heeft met invloedrijke Nederlanders? 'Ik bel wel eens met oud-bestuursleden. Maar alleen voor advies over bestuurskwesties.'


Een studententijd bij het corps heeft veel voordelen. Het vormt je, vindt lid van de Raad van State en oud-VVD-parlementariër Jan-Kees Wiebenga (63). 'Ik kan het iedereen aanraden.' Wiebenga was eind jaren zestig voorzitter van Minerva, toen nog een mannenvereniging. 'Als je lid wordt, laat je zien dat je niet alleen naar de universiteit gaat om te studeren, maar ook om mens te worden. Je leert contacten leggen.' Dat is nuttig in politieke functies en in het bedrijfsleven. 'En je leert er tegen een stootje te kunnen. Niet onbelangrijk in de politiek.' Een vader van een jaargenoot raadde hem later aan op een burgemeesterspost te solliciteren in het Drentse Eelde. Dat deed hij. 'Maar vervolgens moet je het wel zelf waarmaken.'


Voormalig secretaris-generaal van de NAVO en oud-CDA-politicus Jaap de Hoop Scheffer (62) dicht de huidige generatie corpsleden minder grote kansen toe.


Hij was onder andere bestuurslid van Minerva en leidde de eerste gemengde ontgroening begin jaren zeventig. 'Er zijn veel meer studentenverenigingen dan in mijn tijd, dus het netwerk is minder klein. Ook is de studiedruk nu hoger. Ik was zelf met veel andere dingen bezig. Zo was ik als assessor II, een soort minister van Buitenlandse Zaken bij Minerva. Daar heb ik later veel aan gehad.'


De Hoop Scheffer kreeg als secretaris-generaal bij de NAVO jaarlijks het nieuwe bestuur van Minerva op bezoek. 'Dat maakte dan een kennismakingsrondje. En zo bleef ik op de hoogte van het reilen en zeilen binnen de vereniging.' Zelf komt hij zijn 'tijdgenoten' nog geregeld tegen. Wie dat zijn? 'Ik vind het niet discreet om dat hier te melden.' Aan zijn contacten heeft hij in zijn carrière weinig gehad, 'maar ik ben een slecht voorbeeld. Ik kwam in het diplomatenklasje en ging toen naar het buitenland. Bij het CDA zaten ook geen Leidse connecties.'


Het contact tussen Minerva en de elite is vanzelfsprekend. Invloedrijke Nederlanders hebben er adviesfuncties of komen als oud-lid met enige regelmaat terug voor reünistendagen. SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan was in 2009 'reünistenpreaeses' van de raad van advies van het 39ste Lustrum.


Feit is dat Minervanen niet alleen sinds jaar en dag de kringen bevolken rondom de macht. Ze waren ook geregeld in het centrum ervan te vinden: de regering. Ook nu weer. Na het kabinet Balkenende IV, dat als een overwegend VU-Kabinet werd gezien, zitten de Leidenaren weer in vak K: Ivo Opstelten, Melanie Schultz van Haegen (beiden VVD) en Maxime Verhagen (CDA) hebben hun wortels bij de vereniging. VVD-collega's Mark Rutte en Edith Schippers studeerden ook in Leiden. Schippers was er lid van studentenvereniging Quintus.


Minerva-praeses Rurenga ontkracht het beeld van de heren die elkaar binnen het onstane old boys network de baantjes toeschuiven. 'Dat is niet meer van deze tijd. Het is minder expliciet.' Bij het woord 'netwerken' trekt hij een vies gezicht. 'Hier maak je vrienden, en soms kom je die later weer tegen. Meer is het niet.' Over de geslotenheid van de vereniging: 'Het bijzondere aspect ligt in die mystiek.'


Studenten kunnen zich binnen Minerva op allerlei manieren ontplooien. Rurenga: 'Zowel bestuurlijk als inhoudelijk. Zo kunnen ze, ook van buiten Minerva, voor onderzoeksprojecten een aanvraag doen bij het Minerva Scholarship Fund, dat gevuld wordt met bijdragen van oud-leden.' Tijdens een jaarlijks bedrijvendiner komen leden in contact met grote ondernemingen. Vaak komen reünisten mee met de recruiters. 'Die begrijpen toch beter wat het corps is, wat je hebt meegemaakt.'


Bij bedrijven als ABN Amro en Unilever heerste lang een erg corporale cultuur. Afgestudeerde corpsleden bezetten bijna de volledige bestuursorganen van de bedrijven. De wasmiddelenafdeling van de laatste werd vanwege het hoge Minerva-gehalte wel de 'De Leidse Zeepmaatschappij' genoemd. Morris Tabaksblat, oud-bestuursvoorzitter van Unilever en lid van Minerva, ging er na zijn studie werken. Tegen het Leidse universitaire weekblad Mare zei hij erover: 'Ongelooflijk: daar zaten heel veel Leidse corpsleden. Kennelijk hechtte Unilever in die tijd aan bepaalde karakteristieken die ze herkende in Minervanen.'


Inmiddels zouden de bestuurslagen van grote Nederlandse bedrijven minder leunen op corpsleden. 'Het is geen gesloten netwerk meer', zeggen ingewijden. 'Maar als tijdens een sollicitatiegesprek blijkt dat je allebei bij het corps hebt gezeten', zegt Rurenga, 'heb je toch meteen een band. Als werkgever weet je wat de ander bij zijn vereniging aan ervaring heeft opgedaan. Dan weet je ook beter wie je tegenover je hebt.'


Socioloog Mick Matthys deed onderzoek naar de carrières van universitair geschoolden uit arbeidersmilieus. Als student gingen ze zelden bij het corps. 'Zij merken dat ze dat missen. Tijdens hun studie hadden ze er geen behoefte aan. Ze voelden zich er niet thuis en kenden de communicatiecodes en de omgangsconventies niet. Maar nu breekt ze dat op bij het solliciteren naar topbanen', zegt Matthys. 'Je moet de kunst van het zalven, kneden en masseren verstaan en niet op zere tenen trappen.'


Of de vereniging ook kan veranderen, nu de maatschappij dat duidelijk doet? Rurenga: 'In de jaren zeventig liepen wij hier ook niet in jasje-dasje. Toen was het een trui, een beetje hippie. De vereniging wordt gemaakt door de leden en iedereen kan lid worden. Als de maatschappij verandert, doen wij dat ook.'


De avond valt. Dinsdagavond is voor veel Minerva-leden de uitgaansavond. Er wordt dan ook stevig gedronken in de aanpalende Hifi-bar (spreek uit: Hiefie), om de hoek in de Vrouwensteeg. 'Ach', zegt een oud-Minervaan, 'je hebt je studententijd, en daarna ga je weer wat anders doen. Ik snap niet wat daar bijzonder aan is.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden