Een Studebaker vol met goud Hoe de 'schat van Priamos' spoorloos kon verdwijnen

Waar bleven de kunstschatten van Heinrich Schliemann, de negentiende-eeuwse 'ontdekker' van Troje? Sinds de laatste oorlogsmaanden van 1945, toen Schliemanns goudschat in Nacht und Nebel uit Berlijn verdween, is er door kunsthistorici over de hele wereld naar gezocht....

EIND APRIL 1945, aan het eind van de oorlog, lag Berlijn in puin. Ook de dierentuin was verwoest. De karkassen van de olifanten werden in stukken gesneden om er zeep en beendermeel van te maken. In een bassin van de Tiergarten dreven nijlpaarden die door granaatscherven waren gedood. De grootste gorilla van Europa lag dood op de betonnen vloer van zijn kooi, en er schoten verschrikte apen heen en weer tussen de puinhopen.

Bij de Berlijnse Zoo, tussen het Landwehrkanaal en de funderingen van de S-Bahn, stond een kolossale bunker. De Flakturm had de omvang van een heel huizenblok. Het was een van de door Albert Speer ontworpen torens, onneembare forten met luchtafweergeschut - Flak betekent 'Flugabwehrkanonen' - om de hoofdstad van het Derde Rijk te verdedigen. De Flakturm am Zoo was de grootste, veertig meter hoog. Onder de grond waren er nog eens zes verdiepingen. In de forten waren er schuilplaatsen en ook kluizen voor de kunstschatten van Berlijn.

Toen de eerste Russische tanks op de avond van 27 april de dierentuin bereikten, zat de Flakturm vol doodsbange burgers. Het was Berlijns grootste lazaret. Tijdens de belegering van de toren werd er zonder onderbreking geopereerd. De lijken en de geamputeerde ledematen stapelden zich op. Veel kunstschatten waren voor het beleg op bevel van Hitler naar een aantal zoutmijnen gebracht. Met het goud van Troje, de schat van Heinrich Schliemann, en nog vele andere museumstukken liep het anders af.

De 'schat van Priamos', genoemd naar de legendarische Trojaanse koning, zat in drie houten kisten. Dr Wilhelm Unverzagt, directeur van het Berlijnse Museum für Vor- und Frühgeschichte, bleef bij zijn kisten. 's Nachts sliep hij erop. Unverzagt had na de Eerste Wereldoorlog als 26-jarige kunsthistoricus deel uitgemaakt van de restitutiecommissie. Hij wist dat het beter was de museumstukken aan de vijand te geven dan het risico te lopen dat plunderaars ermee aan de haal gingen.

Unverzagt bleef bij 'zijn' kunstschatten, ook na het beleg, 'met gewonde en stervende mensen om zich heen en twee Russische bewakers bij de deur'. Hij hield een dagboek bij waarin hij nauwgezet noteerde wat er die dagen gebeurde. Unverzagt had, hoewel de Zoo-toren in de westelijke sector lag, te horen gekregen 'dat hij tot de komst van een bevoegde sovjet-commissie verantwoordelijk was voor de kunstschatten'. Hij werd benoemd 'tot directeur van een nieuwe instelling, het Flakturmmuseum'.

Op 13 mei verliet het eerste konvooi met kunstschatten de dierentuin. Unverzagt noteerde vanaf dan bijna elke dag: 'Abtransporte.' Tegen 19 mei waren de depots leeg. De kisten met het beroemde diadeem van Helena van Troje werden in een Studebaker-vrachtwagen geladen. Unverzagt was tot oktober 1994 (toen Duitse conservatoren het goud in het Moskouse Poesjkinmuseum te zien kregen) de laatste Duitser die het goud van Schliemann zag. Hij stierf op 17 maart 1971. Tussen zijn nagelaten papieren vond zijn weduwe Mechthilde een compleet microfilm-archief over de schat. Waarom Unverzagt tot zijn dood over die archieven zweeg, is nooit duidelijk geworden. Het lot van de schat was 'een van de grote mysteries van de Tweede Wereldoorlog'.

De Turken willen het terug, want de vindplaats bevindt zich in Turkije. Groot-Brittannië wil het, want de Flakturm lag - volgens documenten die onlangs in Rusland opdoken - in de Britse sector. En Berlijn wil de schat terug, want in 1881 schonk Schliemann de schat aan de Duitse natie 'in blijvend bezit en onvervreemdbaar beheer'.

In het Berlijnse Schloss Charlottenburg staan bij de ingang van de Schliemann-zaal van het Museum für Vor- und Frühgeschichte drie houten kisten. Ze herinneren aan de geschiedenis van Unverzagt. Sinds 1971, nu al een kwart eeuw, speurt hoofdconservator Klaus Goldmann naar de schat, 'tussen Los Angeles en Wladiwostok'. Was het goud in 1945 door het Rode Leger gesmolten? Had de Deutsche Bank in Frankfurt het in een van zijn kluizen verborgen? Was het in Texas? Of lag het goud in een geheim depot in de voormalige Sovjet-Unie? Hij zamelde informatie in, via de Berliner Post en de Duitse televisie, maar uiteindelijk waren het twee Russische kunsthistorici die in hun artikelen in ArtNews de plek aanwezen waar het goud was: al sinds 1945 in de kelders van het Moskouse Poesjkinmuseum.

Konstantin Akinsja en Grigori Kozlov zijn toevallig op het spoor van de schat gekomen. Tijdens een soebbotnik, een zaterdag waarop naar oud-Sovjet-gebruik vrijwillig werd gewerkt - een gewoonte die door Lenin was ingesteld en in de praktijk betekende dat je onvrijwillig een dag extra werkte - kreeg Kozlov in het Moskouse ministerie van Cultuur een stapel documenten te zien. De 'troep' moest weg. In de stoffige ruimte, waar hij de papieren inkeek die werden vernietigd, stuitte Kozlov op iets 'wat hem naar adem deed snakken': een handgeschreven document getiteld 'Lijst van de belangrijkste kunstwerken die in het Speciale Depot van het Poesjkinmuseum worden bewaard' en een tweede lijst, 'Unieke objecten uit de Grote Schat van Troje, Berlijn, Museum für Völkerkunde'. Kozlov had het bewijs in handen dat de beroemde goudschat niet verloren was gegaan.

Het verhaal van het goud van Troje is een Krimi-verhaal, over geldtransacties, smokkelwaar in Griekenland en Turkije, èn een liefdesgeschiedenis, een speurtocht à la James Bond naar een op raadselachtige manier verdwenen kunstschat. Het is een vertelling over een romantische fantast, de goudzoeker Heinrich Schliemann, over oorlog, diplomatie en geheime diensten. Schliemann was de Karl May van de archeologen. Hij was, meent Philipp Vandenberg in zijn bestseller Der Schatz des Priamos, 'zo iemand als Richard Wagner'. De helft van de Duitsers vereert Wagner, de andere veracht hem, 'maar er is geen gelijke'.

Schliemann, de 'Kaufmann und Altertumsforscher', was een van de beroemdste mannen uit de negentiende eeuw. Er zijn meer dan tweeduizend boeken over hem geschreven, ook toneelstukken en een opera. Zelf schreef hij meer dan zestigduizend brieven, soms vier of vijf per dag, achttien dagboeken, tien boeken en een 'half verzonnen' autobiografie die door de Amerikaanse archeologen William Calder III en David Traill werd 'gedemystificeerd'.

Het was een fantasierijk man, een Ersatzmensch die zonnestelsels droomde bij een vonk. Zijn leven was een zorgvuldig geconstrueerde legende. Schliemann, klein van gestalte - iets meer dan anderhalve meter -, sprak alleen in superlatieven. Zijn huis was een paleis, zijn firma een imperium. Hij sprak en schreef vijftien talen. Volgens Vandenberg was hij een grandioze Selbstdarsteller die zijn leven en zijn heldenepos ensceneerde.

Schliemann is in 1822 in Neubukow in Mecklenburg-Vorpommern geboren. Hij was de zoon van een dominee, een rokkenjager die volgens Schliemann 'zijn vrouw de dood heeft ingejaagd'. Op negentienjarige leeftijd wilde hij naar Amerika om er fortuin te maken, maar het schip zonk en hij strandde als schipbreukeling op Texel.

Hij woonde enige jaren in Amsterdam, aan de Nieuwezijds Voorburgwal, en werkte als boekhouder bij de firma Schröder. In 1846 vertrok hij naar Sint Petersburg waar hij een eigen handelshuis begon en er met Jekaterina Petrowna Lyschina trouwde. In 1869 liet hij zich in het Amerikaanse Indianapolis van haar scheiden en huwde met de bijna dertig jaar jongere Sophia Engastromenos, die hij 'per brief' had leren kennen. Hij deed goede zaken en bereisde de wereld. Schliemann trok naar Amerika, het land van de goldrush, waar hij zijn fortuin verdubbelde. Hij was in Caïro, Jeruzalem, Saigon, Tokyo, Havanna, Calcutta, Tunis, Veracruz, Hong Kong, Odessa, Luxor, San Francisco en Acapulco. Elk jaar verbleef hij geruime tijd in Parijs, Rome en Londen. In Athene liet hij een protserig paleis bouwen, een burcht voor zijn tweede vrouw.

46 Jaar oud, rijk en dynamisch, besloot Schliemann zich volledig aan de archeologie te wijden. Hij studeerde in Parijs, promoveerde op een dubieuze manier aan de universiteit van Rostock - een 'farce', schrijft Vandenberg - en hield zich bijna dwangmatig bezig met het prehistorisch raadsel ubi Troia fuit, 'waar Troje was'. Zijn dochter noemde hij Andromache, Hektors vrouw, en zijn zoon Agamemnon. Schliemann was ervan overtuigd dat het Troje van Homerus echt had bestaan. 'Ich muss ausgraben, um leben zu können.' Hij toog in Turkije aan het werk.

Schliemann was op zoek naar goud, het tastbare bewijs voor het bestaan van Priamos' Troje. Hij groef op de juiste plek, de heuvel Hissarlik aan de noordwestkust van Anatolië, maar hij groef in zijn ongeduld dwars door de stad heen die vermoedelijk het Troje van Priamus was. Wat Schliemann meters diep in een koperen bus had gevonden, was twaalfhonderd jaar ouder dan het Troje van Homerus. De schat van Priamos is niet de schat van Priamos.

Schliemann schonk het gevonden goud, dat hij in stallen en schuren in heel Griekenland had verborgen 'om te zorgen dat de Griekse en Turkse autoriteiten eraf zouden blijven', aan het Duitse volk. In de vitrines van het Berlijnse Schloss Charlottenburg liggen tientallen kopieën van de goudschat: de fraaie diadeem, waarmee - volgens Schliemann - Helena en later Sophia zich tooide, oorhangers en oorringen, armbanden, bokalen, ringen en knopen. Het echte goud is in Moskou. Het is, verzucht Goldmann, de grootste Kunstkrimi aller Zeiten. 'Wordt vervolgd.'

Troia, Schliemann Altertümer in het Museum für Vor- und Frühgeschichte in het Berlijnse Schloss Charlottenburg.

Klaus Goldmann en Wolfgang Schneider: Das Gold des Priamos. Kiepenheuer, DM 39,80.

Philipp Vandenberg: Der Schatz des Priamos. Gustav Lübbe Verlag, DM 46,-.

David Traill: Schliemann of Troy. John Murray, £ 19,99.

Konstantin Akinsja & Grigori Kozlov: Operatie kunstroof. Jan Mets, ¿ 59,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden