Een strijd tussen twee stemmen

TOT DE MEEST verbijsterende muziek die ooit gecomponeerd is, behoren stellig de 'concerten' voor twee cello's van de Franse barokcomponist Le Sieur de Sainte Colombe....

De muziek van Sainte Colombe - we weten niets van hem en hoegenaamd niets van zijn achtergrond; al wat we hebben zijn die concerten - is van een ijzingwekkende strengheid en een meedogenloze concentratie op de introspectie. Keer op keer laat hij de twee cello's zijn thema's uitvechten, in een strijd op leven en dood. Het ene moment ligt de ene boven en de ander onder, een moment later is het omgekeerd. Juist doordat de cello het instrument is dat zo akelig dicht bij de menselijke stem ligt, of misschien moet je zeggen: bij de innere stem, de stem van het geweten, de stem van het hart, krijg je onophoudelijk de indruk dat hier twee mensen een twistgesprek voeren of dat iemand wanhopig in zichzelf verdeeld is.

Het hoogtepunt van Sainte Colombe's reeks composities is misschien wel het concert nummer XLIV, dat als nadere aanduiding de titel Tombeau Les Regrets draagt, de graftombe van de spijt. Daar ligt alles opgeslagen wat we betreuren, daar ligt de bron van een levenslang melancholiek twistgesprek in je eigen hoofd, vol van verwijten en zelfverwijt.

In Die Cellospielerin van de Duitse schrijver en uitgever Michael Krüger krijgt een contemporaine Duitse componist van gevorderde leeftijd een jonge Hongaarse vrouw over de vloer die misschien wel zijn dochter is. Vanaf het ogenblik dat zij bij hem thuis, in München, haar opwachting maakt, breekt er een tweestrijd uit, een strijd tussen twee stemmen, twee manieren van leven, twee manieren van kijken. Die twee, wat het ook zijn, storten zich dag in dag uit op dezelfde thema's en zelden is duidelijk wie er gaat winnen.

Wat bij Sainte Colombe muziek is, is bij Krüger taal, wat in de Barok altijd terugkwam bij de reflectie, komt in de tijden van na de ideologie en na het postmodernisme steevast terug bij een eenzame en zelfrelativerende ironie, maar de melancholie van de kunstenaar die aan zijn graftombe vol spijt en verwijt staat, bleef in essentie dezelfde. En dus ontwikkelt de roman Die Cellospielerin zich als een uitvoerige sonate voor twee cello's, voor twee mijmerende stemmen, stemmen die zich verliezen in een worsteling, in getob.

Maar die worsteling en dat getob zijn bij Krüger zo betoverend, zo meeslepend en soms, haast heimelijk, zelfs zo verbijsterend als de muziek voor twee cello's.

Dat zit zo. De componist is volwassen geworden in de roerige jaren zestig, in een tijd waarin muziek in elk geval maatschappelijk relevant behoorde te zijn en liefst ook nog een bijdrage diende te leveren aan de bevrijding van de onderliggende klassen, waar ook ter wereld. Hij beijverde zich indertijd voor revolutionaire muziek, muziek die zich, wars van tonaliteit en andere burgerlijke narigheid, inzette voor een betere wereld. Hij discussieerde en hielp demonstreren, hij bezette en hij protesteerde - en op gezette tijden componeerde hij zelfs. Hij verdiepte zich in de sociale en psychoanalytische achtergronden van de muziek - Marx, Freud, Marcuse: 't is, achteraf beschouwd, een beetje een stompzinnig invuloefeningetje - en lonkte naar de meiden die daar nog wat vinniger mee in de weer waren.

Dertig jaar later kijkt hij, de componist, er met weemoed op terug. Met weemoed - en met opluchting, want indertijd colleges volgen over de homoseksuele zelfkwelling zoals die tot uitdrukking zou komen in de liederen van Schubert was één, je moet er toch niet aan denken dat je je nu zou moeten verdiepen in de psychoanalytische achtergronden van de werken van Stockhausen.

Hij reisde, destijds, herhaaldelijk naar congressen en festivals aan gene zijde van het IJzeren Gordijn, waar de muziek nog met recht een functie had en de kunstenaar met reden en gezag over zijn plicht en taak kon spreken. Kunst en verdrukking, het was iets benijdenswaardigs; met alles wat de 'achtenzestigers' thuis aan weerzin tegen het kapitalisme bedacht hadden, moest onder het communistisch bewind worden geëxperimenteerd. Alsof die stakkers daar niet genoeg te lijden hadden, kregen ze van de bezoekers uit het Westen ook nog eens parmantige praatjes en de dodekafonie opgedrongen. Het is pervers dat de componist ook nog een opera over Osip Mandelstam wil schrijven, de dichter die zijn werk én zijn leven verboden zag.

Zelden zal iemand met meer zelfspot hebben opgeschreven hoe het er tijdens die congressen en festivals aan toe ging dan Michael Krüger het in Die Cellospielerin deed. De held uithangen, maar wel met een retourticket en een declaratieformulier op zak, de wereldverbeteraar spelen in het veilige besef thuis alle regelingen voor sociale zekerheid bij de hand te hebben - en ondertussen vrij drinken en achter de vrouwen aanzitten.

Een van die vrouwen, een Hongaarse zangeres, zingt de onzingbare liederen van de componist en baart een kind, dat heel goed het zijne kan zijn. Maar het IJzeren Gordijn is een efficiënt, zij het ook postnataal voorbehoedmiddel: het mogelijke vaderschap heeft geen enkele consequentie voor de componist. Op vijfhonderd, hooguit duizend kilometer afstand van elkaar, ontvouwen zich levens en ontspinnen zich levensgeschiedenissen die voorlopig niks met elkaar te maken hebben. De cello's, voorbestemd om in een concert à deux violes esgales terecht te komen, oefenen vooralsnog in twee verschillende studeerkamers, onhoorbaar voor elkaar.

Maar de tijden veranderen - en wij zijn de tijden. De jaren negentig tonen ons de componist als een welvarende burger, vol ijdele spot terugkijkend op de dagen en idealen van weleer en met een volle portefeuille doordat hij tunes voor de leaders van televisiesoaps is gaan componeren. Het kapitalisme heeft zo zijn zonnige zijden, in elk geval voor hem, en het romantische reëel bestaande socialisme is inmiddels ter ziele.

Komt de dag waarop de dochter van de Hongaarse zangeres aanbelt, cello onder de arm - en mettertijd een hele stoet vrienden en verwanten in haar kielzog. 'Waar waart Gij, Adam?' 'Ik was aan het keten met de wereldrevolutie en vervolgens met mijn aandelenportefeuille, God.' De contouren van een tombe vol zelfverwijt worden langzamerhand zichtbaar.

Die dochter heet Judit en de Zuidduitse Holofernes is nog steeds niet vies van een mooi snoetje. Hij kijkt en begeert, hij leeft in de lijdelijkheid van de verwende generatie. De dingen overkomen hem. Terwijl het verhaal zich aanvankelijk zo gladjes leek te ontwikkelen als een sonate met een leidend instrument en een tweede dat daar, geheel volgens de regelen van het contrapunt op antwoordde, begint het begeleidend instrument ineens praatjes te krijgen.

En dan wordt het pijnlijk. Dan blijkt hoe weinig er over is van de scheppingsdrift van de componist, hoe weinig er rest van de vrijheid die een welvarend en zorgeloos bestaan hem in beginsel te bieden had - dan komt de vraag naar de verantwoordelijkheid aan de orde.

En dat is de enige vraag die hij zichzelf liever niet had willen stellen.

Zodra die vraag aan de orde komt, zodra Judit haar aandeel opeist, niet zozeer van de weelde van de componist, als wel van zijn geschiedenis, van zijn leven, wordt het verwarrend en vervelend voor hem.

Iedereen was erg vóór de bevrijding van Centraal- en Oost-Europa, twintig jaar geleden, maar of we al die armoedzaaiers nu ook nog over de vloer moeten hebben en ze lid moeten laten worden van onze clubjes, tja, dat moeten we nog maar eens rustig bekijken.

Het thema is bekend, maar wat zijn de variaties die Michael Krüger ervoor schreef innemend. Zijn worsteling met de vraagstukken van solidariteit en broederschap, van verantwoordelijkheidsbesef, is even licht als venijnig. Juist door ze zo licht, zo vol melancholie en relativering op te schrijven, laat hij ze zingen in je hoofd - als een sonate voor de bromstem van een romanticus in de era van het cynisme en de lyrische stem van het verlangen. Als de tweestrijd tussen het pragmatisme en het geweten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden