Een streepje gier voor zielige bonen

Tien jaar geleden telde Vleuten-De Meern nog bijna honderd tuinders. Zij vormden de economische ruggengraat van de regio. Maar ze moesten wijken voor woningbouw....

Onder tuinders is het een gevleugelde uitdrukking, zegt pompoenenteler Albert van der Ven uit De Meern: Als je vanaf je land de kerktoren kunt zien, zul je vroeger of later de biezen moeten pakken.' Hij weet uit ervaring wat dit betekent. In 1968 moest zijn, inmiddels overleden, vader zijn akkerbouwbedrijf in Zwijndrecht opgeven ten behoeve van de stadsuitbreiding. Het gezin trok naar de Utrechtse gemeente Vleuten-De Meern, en waande zich hier geruimte tijd veilig; de nabijheid van meerdere kerktorens ten spijt. De stad Utrecht bevond zich, zeker gevoelsmati, op grote afstand, achter een spoorbaan, een snelweg en het Amsterdam-Rijnkanaal. Vanuit Vleuten waren slechts de Domtoren en de twee schoorstenen van de elektriciteitscentrale zichtbaar.

Inmiddels zijn deze landmarks, of wat daar nog van over is, aan het gezicht onttrokken door naburige hoogbouw, en is Vleuten-De Meern door Utrecht geannexeerd. Het gros van de bijna honderd tuinders die tien jaar geleden nog de economische ruggengraat van de regio vormden, heeft zich uit het beroep teruggetrokken. Van de resterende tuinders hebben twintig elders hun bedrijf voortgezet, en zijn er vijf nog niet tot een vergelijk met de gemeente gekomen.

Van der Ven is één van hen. In afwachting van zijn onvermijdelijke vertrek mag hij niet meer investeren in zijn bedrijf. Maar tezelfdertijd ontbreekt elk perspectief op een verhuizing naar een ander tuinbouwgebied. Samen met zijn lotgenoot Casper Jongerius oriënteert hij zich weliswaar in de omgeving van Zaltbommel, waar hun groenteveiling is gevestigd, maar de plaatselijke overheid lijkt de uitbreiding van de agrarische sector niet aan te moedigen. Hetgeen mogelijk samenhangt met het feit dat ook Zaltbommel over een markante kerktoren beschikt. Bovendien biedt de compensatie die de gemeente Utrecht hun heeft aangeboden geen deugdelijke grondslag voor zo'n kostbaar avontuur. Als ik ergens anders begin, moet ik een grote zak geld meenemen', zegt Van der Ven. Met het bedrag dat Utrecht mij wil meegeven, lachen ze mij uit.'

De vijf overgebleven tuinders zijn dus tot onbeweeglijkheid veroordeeld. En de gemeente wekt niet de indruk hierin op korte termijn verandering te willen brengen. Utrecht heeft hun grond nog niet nodig', zegt ex-tuinder Jaap Moll, die zich enige jaren geleden heeft laten uitkopen. Zeker nu ze in geldnood verkeert. Elke aandrang om het snel met elkaar eens te worden ontbreekt. Met alle nare gevolgen voor de betrokken ondernemers vandien. Want zij kunnen geen plannen maken. En dat druist tegen hun geest in.'

De woordvoerder van de verantwoordelijke wethouder, Walther Lenting, erkent dat het gevoel van urgentie niet bij elke procedure even groot is. Maar bij de vijf betrokken tuinders zou het oponthoud ook zijn veroorzaakt door hun eigen besluiteloosheid. Het is lastig om het eens te worden met mensen die zelf niet precies weten wat ze willen: ergens anders doorgaan of stoppen. Maar vooralsnog duidt niets erop dat we er niet zullen uitkomen. Tot dusverre

hebben we nog geen dwang hoeven toepassen, en we gaan ervan uit dat dit zo blijft.'

De laatste tuinders van Vleuten-De Meern menen die dwang echter al volop te voelen. Wat straks hun bestemming ook zal zijn: ze is niet op basis van vrijwilligheid tot stand gekomen. Partijen zijn tenslotte niet gelijkwaardig aan elkaar, en de onderlinge afspraken dragen daarvan hoe dan ook de sporen. De meeste tuinders die zaken hebben gedaan met de gemeente zijn best tevreden over de getroffen regeling', zegt historica Diny van der Leest, auteur van een onlangs verschenen boek over de geschiedenis van de tuinbouw in Vleuten-De Meern. Maar met de manier waarop die regeling is getroffen, zijn ze niet zo blij.'

Er wordt meestal binnensmonds of in besloten kring geklaagd over het gemis aan mededeelzaamheid bij de ambtenaren, en over het superioriteitsgevoel waarmee de tuinders zich bejegend voelen. Ik kan mij nog goed herinneren hoe Riek Bakker (landschapsarchitect en stedebouwkundige, red.) als een godin uit de hemel verscheen om ons de zegeningen van de Vinex-nota uit te leggen', zegt Van der Ven. Die mevrouw had hier een bijnaam die ik nu maar niet zal noemen.'

Wat hem in haar mooie verhalen nog het meest stoort, is dat ze de opmaat hebben gevormd van een adembenemende aantasting van de kwaliteiten die Vleuten-De Meern ooit in overvloed bezat. Het was hier een mooi landelijk gebied met een soepele overgang tussen natuur en landbouw. Nu is dat compleet verwoest. Neem de

Groene Dijk. Dat was ooit het mooiste weggetje in de wijde omtrek. Dat is nu op acht plaatsen door nieuwe wegen gekruist. En aan de andere kant gaan ze de natuur zogenaamd herstellen. Ik heb gehoord dat ze de Esdoornlaan, voor mijn huis, gaan weghalen zodat ze de vaart die erlangs loopt, kunnen verbreden. Ik kan straks dus elke zondag tegen hordes kanoënde mensen gaan zitten aankijken! Alsjeblieft, doe me een lol!'

Dit sentiment heerst ook buiten de agrarische beroepsgroep. Diny van der Leest en haar echtgenoot vestigden zich in 1962 in De Meern. Niet omdat zij zo verlangden naar een landelijke leefomgeving, maar omdat zij in Utrecht geen woning konden vinden. Veertig jaar nadien zijn zij alsnog Utrechtse ingezetenen geworden. En dat is, zegt Diny van der Leest, geen onverdeeld genoegen. Als ik zo'n advertentie zie waarin de groene genoegens van Leidsche Rijn worden aangeprezen, gaan mijn stekels overeind staan, en denk ik: het is óns groen, en als jullie allemaal komen, is daar straks niets meer van over.'

In de bittere verwijten van de laatste tuinders klinkt soms ook iets van zelfverwijt door. De lotgenoten hebben zich immers betrekkelijk eenvoudig tegen elkaar laten uitspelen. Als zij eensgezind waren gebleven, en zich hadden laten leiden door het adagium samen uit, samen thuis', hadden zij wellicht meer invloed op de besluitvorming kunnen uitoefenen. Maar volgens Van der Ven is de strijdbaarheid ondermijnd door de belofte van de overheid dat alle

tuinders die dat wilden, zouden kunnen verkassen naar de nabijgelegen Harmelerwaard. Toen dit geen reëel perspectief bleek te zijn, had de gemeente Utrecht al overeenstemming bereikt met de grootste tuinders, en hadden de achterblijvers het nakijken. Wij hebben ons, met andere woorden, de kaas van het brood laten eten', zegt Van der Ven.

Aan Casper Jongerius (57) zijn dergelijke bespiegelingen niet besteed. Wij hebben ons er, met tegenzin, bij neergelegd dat we hier weggaan. Dus de toekomst doet meer ter zake dan het verleden.' Dat laat onverlet dat deze opdracht hem zwaar valt. Want zijn bedrijf floreert, de gedwongen investeringsstop ten spijt. En wat de hele gang van zaken nog moeilijker te verteren maakt: hij boert op een manier die onderhand weer hip is. Hij gebruikt hoegenaamd geen bestrijdingsmiddelen, en geen korrel kunstmest. Althans: tot hij onder druk van de mestwetgeving zijn varkens moest wegdoen. Zij vormden mijn bedrijfsgeheim. Want de stront van varkens is goud waard. Daar kan geen koemest of kunstmest tegenop. Ik ga binnenkort weer varkens kopen. Louter vanwege de mest. En als dat weer niet mag, ga ik zelf wel op het land poepen.'

Jongerius begrijpt niets van de regelgeving, en nog minder van het onderliggende motief: de boerenstand de nek omdraaien. Hij mag dan analfabeet zijn ('Ik wind daar geen doekjes om'), maar de verborgen agenda van de overheid kan hij onderhand spellen. Het ontgaat hem volkomen welk hoger belang ermee is gediend om een stukje grond van twee hectare waar hij jaarlijks 140 ton groenten van af haalt jazeker' een recreatieve bestemming te geven.

En wat moet hij zich daarbij voorstellen? Aan zijn groentetuin beleven veel meer mensen plezier dan aan het stadspark waarvan het straks deel zal uitmaken, veronderstelt Jongerius. Dat geldt in elk geval voor zijn gezin. Gisteravond hebben we nog lekker met z'n vijven getuinierd. Dat gaat nooit vervelen. We hebben tientallen soorten groenten, en met elk soort ga je weer anders om. Als de pronkbonen er wat zielig bijstaan, gooi je er een streep gier langs. En andere gewassen krijgen krijt. Ik zie meteen wat ze nodig hebben.'

Daarvan kunnen passanten zich dagelijks overtuigen. Fietsers stappen af om de kleurenpracht van vele soorten sla in zich te kunnen opnemen. En onlangs nam Jongerius nog een fijnproever waar die, liggend in de berm, foto's maakte van de tuin. Als Jongerius dat vanuit zijn keuken ziet, weet hij weer dat het goed is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden