Een streep, vier bolletjes en een plusje

In de jaren zestig ontdekten Nederlandse bedrijven het belang van de huisstijl: een direct herkenbare, markante vormgeving. Veel wat toen bedacht werd, oogt ook nu nog modern.

Welke treinreiziger beseft, als hij onder dat oerdegelijke NS-embleem doorloopt, dat de spoorwegbazen in 1967 ontwerper Gert Dumbar doodleuk voorhielden dat zijn pijlvormig concept leek op een 'in elkaar gezakte damesschoen'? Denkt iemand die zijn boodschappentas vollaadt wel eens aan het gezwoeg van de Britse ontwerper John Harris, die in 1965 uit het lettertype Brasilia een prachtige versmelting van de A en H toverde?


Twee beeldmerken die al bijna een halve eeuw goed blijven. Ze zijn het levende bewijs dat een goede huisstijl vruchten afwerpt. Het boek Droom van helderheid gaat over een sleutelperiode in het Nederlandse grafisch design. De opkomst van de huisstijl als middel om grip te krijgen op het imago van een bedrijf. Auteur Wibo Bakker focust terecht op een korte periode, 1960-1975, om de omwenteling in beeld te brengen die het denken over huisstijlen teweeg bracht.


Het begrip huisstijl, corporate identity, waaide eind jaren vijftig over uit de VS. De KLM zag hoe concurrent Pan Am structureel nadacht over het beeld dat het publiek over de luchtvaartmaatschappij had. En hoe je dat imago kon beïnvloeden door alle zichtbare uitingen van het bedrijf tot één consequent en herkenbaar handschrift te maken.


De Koninklijke Luchtvaart Maatschappij vroeg in 1961 de Duits/Britse ontwerper Henri Henrion een eind te maken aan de wirwar van logo's die de koninklijke gebruikte. Henrion abstraheerde het bekende kroontje tot een streep, vier bolletjes en een plusje. Wat het nog steeds is. De ontwerper koos consequent voor de kleur blauw en zorgde dat alles, van balies, briefpapier tot en met de stewardessentassen, in één stijl werd geëtaleerd.


Dat was voor Nederlandse bedrijven het sein om aan te haken. Roemruchte bureaus als Tel Design en Total Design ontstonden, die in de begintijd veel werk hadden aan huisstijlen voor de NS, oliebedrijf PAM, kruideniersketen De Gruyter, Schiphol en de PTT.


In het boek komen ook minder vaak belichte ontwerpers aan bod. Benno Wissing was in het begin van Total Design belangrijker dan de latere directeur Wim Crouwel. Wissing maakte in 1967 een sterk stramien voor de bewegwijzering van Schiphol, waarvan de grondideeën nog altijd herkenbaar zijn.


De bloei van deze ontwerpbureaus duurde slechts kort. In de jaren zeventig botste de flower power-cultuur met het kale modernisme van Total Design. Bovendien was het bedrijfsleven sowieso verdacht. Ook ontwerper Gert Dumbar werd gegrepen door de nieuwe tijd. Hij vertrok bij Tel Design en begon voor zichzelf. Maar toen zat Nederland wel al lang en breed in zijn gele treinen.


Waarom geel, wilde de NS directie weten toen Dumbar de huisstijl presenteerde. 'Geel', zei Dumbar stellig, 'bevat de eigenschap door overstraling het voor het merendeel grauwe stationsbeeld frisser en zonniger te maken'. En dat was wat de directie wilde. Een frisse NS. Net zoals ze die uitgezakte damesschoen uiteindelijk toch herkenden als beeldmerk dat ze de nieuwe tijd in zou helpen.


Wibo Bakker: Droom van helderheid - Huisstijlen, ontwerpbureaus en modernisme in Nederland 1960-1975.

Uitgeverij 010; 320 pagina's; € 34,50.


ISBN 978 90 6450 753 3.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden