Een straffe hand in het paradijs

Begin deze week maakte de zakelijk leider van Het Nationale Ballet zijn vertrek bekend. Een slepend geschil met artistiek leider Wayne Eagling bleek onoplosbaar....

ANCIENT history, zegt Wayne Eagling, de Canadees uit Californië die zijn danscarrière begon en afsloot in Londen en alweer enige tijd artistiek leider is van Het Nationale Ballet in Amsterdam. De interne strubbelingen, het gekonkel: allemaal ouwe koek, voorbij. 'Het lijkt ook alweer zo lang geleden', zegt hij. 'En voor wat we nu doen is het ook helemaal niet van belang.'

De afgelopen jaren heeft het balletgezelschap aan de Amstel meer dan eens onder vuur gelegen. Vanuit de gelederen van danscritici, maar ook intern, van binnenuit, kon je en kun je het horen: ontevreden gebrom. Waar is Het Nationale Ballet van weleer gebleven, met zijn onmiskenbaar eigen identiteit, dat de ene na de andere wereldpremière danste?

Eind 1996 barstte de bom. Hoewel, was er wel een bom? Wayne Eagling was en is zich nog steeds niet bewust van een ruzie of langlopend conflict tussen hem en de deze week definitief vertrokken zakelijk leider Dick Hendriks. Ze hadden wel eens een meningsverschil, artistieke belangen moeten nu eenmaal soms wijken voor zakelijke en andersom, maar ze zijn elkaar nooit in de haren gevlogen.

Wat er is gebeurd? 'We hadden afgesproken dat we, mocht er een onoverkomelijk probleem tussen ons rijzen, samen naar het bestuur zouden gaan om het op te lossen. Daar heeft Dick zich niet aan gehouden.'

Terwijl Eagling zich in het zweet werkte om Notenkraker en Muizenkoning - zijn eerste coproductie met huischoreograaf Toer van Schayk (wereldpremière: 13 december 1996) - op tijd af te krijgen, stapte Hendriks op eigen houtje naar het bestuur om zijn beklag te doen. Hij wenste niet langer met de artistiek leider samen te werken, die maakte er een potje van.

Zoiets moet hij hebben gezegd, vermoedt Eagling. Wat er precies is gebeurd, hij wil het niet weten. En ook niet hoe het Hendriks daarna is vergaan. Voor hem telt dat zijn partner hun overeenkomst had geschonden; welke gevolgen dat had, was een zaak voor het bestuur van Het Nationale Ballet. Dat hij hem geen dienst had bewezen, zo vlak voor de première, mag duidelijk zijn.

Januari 1997 meldt Dick Hendriks zich ziek: 'overspannen' (het is een van de weinige Nederlandse woorden die Wayne Eagling in de conversatie gebruikt). Mei 1997 komt Jaap Mulders, een topmanager uit de transportwereld, het directieteam versterken als zakelijk leider ad interim. Een jaar later - afgelopen week werd het bekend gemaakt - is de breuk tussen Het Nationale Ballet en Dick Hendriks definitief. Hij gaat weg wegens 'gerezen verschillen tussen Hendriks en het bestuur van Het Nationale Ballet over het te voeren beleid'.

Maar er was meer voorgevallen in de weken voorafgaand aan de wereldpremière van Notenkraker en Muizenkoning eind 1996. Op een goed moment krijgt Wayne Eagling de notulen onder ogen van de 'gezamenlijke ondernemingsraad' - dat is de ondernemingsraad van het Muziektheater, waarin naast het ballet ook de opera en de eigen diensten van het Muziektheater zijn vertegenwoordigd. In die notulen staan 'dingen die niet waar waren'. Eagling, kwaad, roept de ondernemingsraad van Het Nationale Ballet bijeen.

'Ik heb gezegd: op de eerste plaats is het niet waar, en op de tweede plaats gaat het niet aan dit in de ondernemingsraad te bespreken in plaats van met mij.'

Wát was niet waar? 'Ze hadden gezegd dat ze zich ergerden aan het feit dat ik dronk. Ik heb toen gezegd: jullie trekken dat in, of ik daag het Muziektheater voor de rechter. De manier waarop ik de company leid, zou schadelijk zijn voor het Muziektheater. Maar dat was de mening van een paar mensen. Ik ben daarna geweldig gesteund door de dansers en de artistieke staf. En uiteindelijk is het met een sisser afgelopen.'

Even dreigde Eagling dus het slachtoffer te worden van een complot, al zegt hij dat niet. Hij stelt: 'Alles bij elkaar is het te toevallig om nog toeval te kunnen zijn.' Toen was het vervelend, nu is het alweer ancient history.

Vanaf het begin is Eagling door de pers uitgesproken kritisch bejegend. Hij heeft ervan opgekeken, 'van die teneur van: waarom hij, hij was maar een danser bij het Royal Ballet, dus wat weet hij nou van moderne dans'. Bij het Royal Ballet was hij een van de weinigen die de moeite namen naar buitenlandse gezelschappen te gaan kijken, als die in Londen optraden.

Eagling: 'Volgens de hier heersende opvatting was Het Nationale Ballet dat o zo eigentijdse, moderne gezelschap en de Royal Ballet een dinosaurus, verstrikt in de klassieke traditie. Maar dat beeld klopt niet. Het eerste programma dat ik zag van het ''progressieve'' Nationale Ballet, ik kwam hier op sollicitatiegesprek, bestond uit Les Sylphides, Het Zwanenmeer en Paquita. Dus ik zag helemaal geen verschil.

'Ik begrijp het wel als ze dachten: waarom niet iemand van binnen het bedrijf. Die vraag leefde bij mij ook.'

Hendriks' vertrek, het akkefietje met de ondernemingsraad, de voortdurende kritiek: het zijn niet zomaar incidenten. Het zijn gebeurtenissen in een reeks die terug te voeren zijn tot het koningsdrama rondom de opvolging van Rudi van Dantzig, de artistiek leider tussen 1971 en 1991.

'Dáár ligt een trauma', zegt Anton Gerritsen, de voorganger van Dick Hendriks die 26 jaar bij Het Nationale Ballet in functie was. 'Wat ook scheelt: de omstandigheden zijn nu heel anders dan toen.' Ging het in de loop van de jaren zeventig alleen maar beter met Het Nationale Ballet, Eagling en Hendriks kwamen aan het stuur op een moment waarop de belangstelling voor ballet begon af te nemen.

Financieel ging het bergafwaarts. Het Nationale Ballet door de gemeente Amsterdam en het rijk in subsidie gekort. De 'Gouden Jaren Zeventig-Tachtig' waarin huischoreografen Hans van Manen, Rudi van Dantzig en Toer van Schayk aan de lopende band nieuwe, soms baanbrekende werken maakten, behoorden tot het verleden.

In die tijd ging Het Nationale Ballet veel op tournee. De solisten, met Han Ebbelaar en Alexandra Radius voorop, genoten wereldwijd aanzien en roem. De maatvoering van de Stadsschouwburg stelde eenvoudiger eisen aan de bezetting en de programmering. En ook in zakelijk opzicht ging het voor de wind, aldus Gerritsen. Hij heeft doorgaans 'in een uitstekende verhouding met het bestuur' kunnen werken.

Al in een vroeg stadium was bekend dat Rudi van Dantzig de twintig jaar wilde volmaken, dan was het mooi geweest. Nog vóór de verhuizing van het ballet van de Stadsschouwburg naar het nieuwe Muziektheater in 1986 begon het gespeculeer over zijn opvolging. Van Dantzig nam daarin zelf het voortouw; misschien wel op een 'ontactische' manier, zegt hij nu.

Henny Jurriëns wees hij aan als kroonprins. Die had er ook wel oren naar. Eerst polste Van Dantzig balletmeesters en dansers en vervolgens ging hij met het bestuur praten. 'Dat voelde zich, en ik denk ook wel terecht, gepasseerd. Twee van hen zijn toen dwars gaan liggen.' Van Dantzig heeft echt 'alles gedaan' om de bestuursleden (Frits Becht en Sytze Smit) 'om te krijgen'. Het einde van het liedje was dat zij inbonden, maar dat Henny Jurriëns niet meer wilde. Die had er geen zin meer in, op zo'n manier.

'Toen kwam de volgende kandidaat in zicht: Han Ebbelaar. Die voelde zich tweede keus en dat was hij ook. Ik heb tegen hem gezegd dat hij van me moest aannemen dat hij voor mij de opvolger was. Ik vond dat het een Nederlander moest zijn, een jong, actief iemand. Maar ik heb ook gezegd dat ik me er niet meer mee kon bemoeien.'

Ook Ebbelaar bedankte in tweede instantie voor de eer. Wat meespeelde was de observatie dat het bestuur zich steeds meer met artistiek-inhoudelijke zaken ging bemoeien.

Gerritsen: 'In die periode zijn bestuur en dagelijkse leiding anders tegenover elkaar komen te staan.'

Van Dantzig: 'Ik zei wel eens: het is net of we hier bij de Evangelische Omroep zitten. De manier waarop de voorzitter ons behandelde. . . Regentesk. Ik noemde hem de minister van oorlog en dan zei Anton: ''Nee, hij is niet de minister van oorlog, maar van defensie, Rudi''. De Ruiter heette hij, Job de Ruiter.'

Het Nationale Ballet was inmiddels verhuisd, Rudi van Dantzig had in zijn hart al afscheid genomen, Anton Gerritsen werd door het bestuur min of meer tot een vervroegd vertrek gedwongen, en de een na de ander passeerde de sollicitatiecommissie.

Niemand voldeed en de tijd drong.

Toen hoorde Rudi van Dantzig uit Canada dat Wayne Eagling in Londen interesse had. Van Dantzig tipte hem, Eagling werd uitgenodigd, hij kwam (dacht: 'een weekendje Amsterdam, altijd leuk') en werd aangenomen.

Eagling: 'Ik weet veel van dans en in het bijzonder van klassiek ballet. Ik heb een goed oog voor de kwaliteit en het niveau van dansers. Ik heb mijn eigen gezelschap gehad. Ik ben vijftien jaar lang vakbondsvertegenwoordiger geweest voor de Royal Ballet.'

Anton Gerritsen, lid van de sollicitatiecommissie: 'De keuze voor hem werd ingegeven door de behoefte aan meer sturing en een straffere hand voor de artistieke staf.'

Die slepende procedure heeft Het Nationale Ballet geen goed gedaan. Verschillende mensen van Het Nationale Ballet hadden hun zinnen op de job gezet; óók Reuven Voremberg, zo wordt gezegd, hoofd artistieke staf en een goede vriend van Dick Hendriks; ze werden stuk voor stuk opzij gezet voor een danser uit de Engelse traditie.

Van Dantzig: 'Ik vermoed dat Dick Hendriks er op heeft gegokt dat Notenkraker een mislukking zou worden. En daar zag het aanvankelijk ook naar uit, want die productie is heel moeizaam tot stand gekomen. Hij zag toen zijn kans schoon. Zo heb ik het voor mezelf gereconstrueerd. Maar hij heeft zich lelijk vergist. De Notenkraker werd een succes'

Eagling reist in de loop van 1990 heen en weer tussen Amsterdam en Londen om ingeburgerd te raken. Van Dantzig en vooral Gerritsen maken hem wegwijs. Op 1 september 1991 gaat zijn aanstelling in; het directieteam bestaat dan uit het zakelijke koppel Anton Gerritsen en Dick Hendriks en het artistieke koppel Wayne Eagling en Reuven Voremberg. Wanneer Gerritsen vertrekt, begin 1992, krimpt het team in tot een tweehoofdige directie van Eagling en Hendriks.

Gerritsen: 'De tegenstelling in cultuur is groter gebleken dan wij dachten. Maar dat is geen verwijt aan het adres van Wayne.' De nieuwe artistiek leider van Het Nationale Ballet, toen 41, was aanmerkelijk jonger dan zijn voorganger. Hij was een buitenstaander van dezelfde leeftijd van de oudste generatie dansers die met 'Rudi, Hans en Toer' was opgegroeid en, deels, vergroeid. Hij bleek in alle opzichten anders, zo niet de tegenpool van Van Dantzig: een koel type, iemand die zijn emoties in toom houdt, en hetero; een macho, zeggen sommigen.

Van Dantzig: 'Hij zou meer dubbel en dwars in en bij en tussen de groep moeten staan. Dat wens ik hem toe. Of hij het niet kan, niet wil of niet durft, ik weet het niet. Maar het zou goed zijn, ook voor hemzelf.'

Rising star Gaël Lambiotte (23), afkomstig uit Brussel en sinds twee jaar danser bij Het Nationale Ballet, kijkt ervan op, van die kritiek. 'Rudi' kent hij niet, Wayne wel. Voor hem zijn Het Nationale Ballet en de manier waarop het wordt geleid 'paradijselijk'. Hier voelt hij zich gerespecteerd, hier krijgt hij kansen. Hij mag solo's dansen en vindt het 'ontzettend inspirerend' in de buurt van oudere dansers als Wim Broeckx en Clint Farha te verkeren. Voorheen danste hij bij de Deutsche Oper am Rhein in Düsseldorf, met een 'despoot' als baas. 'Niemand is perfect, maar Wayne is een perfecte directeur.'

Zette Van Dantzig de persoonlijkheid van een danser centraal, Eagling wil technische perfectie zien. Hij is ook veeleisend, zegt hij zelf, en ongeduldig. Het is zijn verdienste dat het technische niveau van de dansers zo is gestegen.

Van Dantzig was een choreograaf/directeur. Eagling is 'aangenomen als directeur, niet als choreograaf', zegt hij. Ofschoon hij ook vindt dat hij nog te weinig heeft gemaakt voor Het Nationale Ballet. In creatief opzicht heeft Eagling zich zeker 'geïntimideerd' gevoeld door zijn voorganger. Niettemin, hij staat géén aanpak voor in de trant van een vernieuwer als Forsythe.

'Ik hou van Het Zwanenmeer, ik hou van Artifact van Forsythe, van Romeo en Julia, van Mats Ek, Jíri Kylián, Hans van Manen. Als het goed is, hou ik ervan. Maar ik ben niet geïnteresseerd in het volgen van één pad voor dit bedrijf. Het uitgangspunt: als het maar nieuw is, dat zegt me weinig.

'Natuurlijk is het goed te blijven streven naar nieuwe dingen. Maar ik zie even geen jeugdige Hans van Manen, dat is een probleem waarmee alle gezelschappen worstelen. De mensen die betalen om ons te zien, willen graag de grote klassieke balletten, en het Nederlandse repertoire, en Balanchine en Graham.'

Jane Lord (37), solist, danst sinds 1979 bij Het Nationale Ballet: 'Wayne houdt van heel atletisch, met veel energie. Benen die heel hoog kunnen, daar is hij van onder de indruk.' Maar die benadering gaat volgens haar ten koste van het gevoel, de psychologie, de 'diepte'. Het is ook een tijdsverschijnsel, dat ze overal om zich heen ziet opduiken. 'Daarom ben ik ook bijna blij dat ik binnenkort met dansen stop. Ik ben op het juiste moment begonnen. De richting waarin het ballet zich nu beweegt, is niet de mijne.'

Moet dat nou, al dat terugkijken, vraagt Jaap Mulders, zakelijk leider. Het gaat nu juist zo goed. Ook financieel komt er weer een beetje armslag. Hij spreekt van een 'vliegwieleffect' naar aanleiding van, ironisch genoeg, de Notenkraker. 'Je ziet een ontwikkeling op gang komen waarin het succes van het een het succes van het ander versterkt.'

Zo heeft ook de recente reclamecampagne voor de seizoensabonnementen boven verwachting vruchten afgeworpen. 'Nu al zitten we ruim boven het aantal van vorig jaar.' En wie het dan nog durft te hebben over een gebrek aan een persoonlijke visie in het artistieke voorkomen van het ballet, die wordt door de zakelijk leider terecht gewezen met: 'Iemand die zes jaar lang is tegengewerkt, hoe kan die nou zijn eigen stempel drukken?'

Bovendien, híj ziet het niet of heeft er geen last van. 'Het Nationale Ballet is op de eerste plaats schatbewaarder van de academische dans.' Het heeft een museale functie. 'Soms lijkt het meer op het Stedelijk Museum en soms meer op het Rijksmuseum. Daar ligt allereerst onze taak.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden