Een stom ongeluk

In de nacht van 10 op 11 december 1999 overlijdt de 21-jarige René na een avondje stappen in Someren. Zijn beste vriend schiet hem per ongeluk neer, met het pistool dat hij - tegen de regels in - meenam van zijn werk als marechaussee op Schiphol....

Het was een moment dat hij lang van tevoren had aangekondigd. 'Ik heb het wapen. Het ligt op mijn kamer. Vannacht laat ik het zien.'

Net als elke vrijdag stonden Leon (23) en René (21) daar, in hun stamcafé in Someren. De eerste wachtmeester, de ander in opleiding bij de Koninklijke Marechaussee (KMar). Niemand in De Boemelaar hoorde hoe de twee Brabantse boezemvrienden hun opwinding over het wapen deelden. Daarvoor was de housemuziek te oorverdovend.

Leon had net zijn eerste, drukke werkweek bij de grensbewaking van Schiphol achter de rug. Hij moest zich zelfs haasten om in deze nacht van 10 op 11 december 1999 voor sluitingstijd in het stamcafé te arriveren. Er was een probleem geweest met vijftig passagiers van een vertraagde vlucht.

René was niet de enige die hij over het pistool had verteld. Iedereen in de vriendenclub in Someren wist dat Leon die week zijn wapen zou krijgen. Dat hij net als elke marechaussee een Glock 17 9 mm, het dienstwapen van de Koninklijke Marechaussee (KMar), zou ontvangen.

Nu lag dat wapen zomaar thuis bij zijn ouders - keurig achter een stapeltje kleren in de inbouwkast in zijn kamer. Voordat Leon naar De Boemelaar ging, had hij het nog door zijn handen laten gaan. Hij stopte na het ontladen de overgebleven kogel terug in de patroonhouder en scheidde pistool en magazijn. Zoals het hoort.

Wat er daarna precies gebeurde, daarover kon Leon achteraf geen passende verklaring geven - zoals hij ook nadien niet kon uitleggen waarom hij de ene 'stomheid' op de andere stapelde. Want hij schoof het magazijn terug in het wapen, alsof hij het misschien zou vergeten als hij over vijf dagen weer naar Schiphol moest, legde het pistool halfgeladen in de kast en ging weg.

Elke vrijdagavond sliep René, samen met een 17-jarig vriendinnetje, bij Leon op zijn kamer. Zo hoefde hij na een avond stevig drinken in De Boemelaar niet de tocht naar zijn huis in Lierop te maken. Naast het bed was speciaal voor hem een matras neergelegd. Aan de muur hingen pin-ups en een vaantje van hun favoriete club PSV, op het behang was met grote letters HA HA geschreven.

Toen Leon 's nachts uitgelaten thuiskwam, stond René in een boxershort naast de wastafel zijn tanden te poetsen. Ze waren in het café elkaar na sluitingstijd uit het oog verloren en praatten even bij. Het meisje lag al in diepe rust en zou later verklaren dat ze helemaal niets had gehoord.

Vervolgens liep Leon naar de kledingkast, pakte de Glock 17 en draaide zich om naar zijn vriend. 'Hé René, kijk eens wat ik hier heb!'

In één beweging drukte hij het pistool tegen zijn rechterheup - de loop in de richting van zijn vriend - bewoog met zijn linkerhand de slede naar achteren en haalde de trekker over. René werd net onder zijn linkerneusgat geraakt. Hij viel achterover en was op slag dood.

'Ik heb René doodgeschoten. Mijn beste vriend', schreeuwde hij, nadat hij nog geprobeerd had hem te reanimeren. 'Het was een ongeluk.'

Overal in het huis van zijn ouders is René aanwezig. Vanaf vele foto's kijkt een stralende jongen de wereld in. In de huiskamer staat in een wandmeubel de paarsgouden urn met zijn as. Op een foto daarnaast is hij in vol ornaat te zien: een trotse wachtmeester in spe die zich heeft voorgenomen een glansrijke carrière te maken bij de KMar.

Van haat of woede jegens Leon is bij de nabestaanden geen sprake. 'Maar hem dit vergeven kan alleen degene die er niet meer is', vertelt de vader. Hij voelt vooral 'teleurstelling, diepe, diepe teleurstelling'. Voor hem staat vast dat het om een ongeval gaat, dat Leon in zekere zin ook slachtoffer is 'maar nadrukkelijk van zijn eigen daden'. Desondanks liet de familie tijdens de begrafenisplechtigheid in de Heilige Naam Jezus-kerk toe dat hij een toespraak hield.

Er rezen bij de familie veel vragen over de omstandigheden rond het ongeluk. Het werd duidelijk dat de schietpartij niet helemaal op zichzelf stond. In een jaar tijd werden bij zeven schietincidenten drie marechaussees gedood. Ook hoorden de ouders dat er discussies gaande waren rond het beheer van dienstpistolen en wapenkamers op Schiphol.

Wat zij vooral wilden weten, was wie zo'n onervaren jongen, die koud een week op Schiphol werkte, permissie had gegeven zijn wapen mee naar huis te nemen om daar in het vrije weekend mee rond te zwaaien? Was er geen toezicht? Waren er geen regels?

Leon werkte bij de grensbewaking in Terminal 3 en sliep net zoals zoveel marechaussees in het Ibis-hotel op Schiphol-Oost. In plaats van zijn wapen in de ontlaadhoek te ontladen en op te bergen in een speciaal kluisje, nam hij de Glock 17 mee naar zijn hotelkamer.

Zowel aan de wachtmeester die hem zijn eerste week begeleidde, als aan zijn kamergenoot had hij nog gevraagd hoe het zat met het opbergen van een wapen na de dienst. Neem maar mee naar huis, kreeg hij te horen, het mag wel niet, maar de groepscommandanten knijpen een oogje dicht, ze gedogen het.

Uit het onderzoek dat de Rijksrecherche naar de dood van René deed, bleek dat de voorschriften rond wapenbeheer op Schiphol permanent werden overtreden. Dat velen zich niet aan de instructies hielden, was niet nieuw voor de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee in Den Haag. Een half jaar voor de dood van René, op 19 juli 1999, schreef brigade-generaal G. Beelen een brief aan de commandant van de marechaussee op Schiphol. Hij had een alarmerend, intern rapport over het wapengebruik doorgenomen en eiste - 'gezien het hoge risico' - dat er snel maatregelen werden getroffen zodat niemand 'zonder operationele redenen' meer het pistool kon meenemen.

In dit 'confidentieel/permanent' rapport betitelen twee hoge officieren van de Sectie Bijzondere Dienst/Veiligheid het beheer van dienstwapens als 'een niet beheersbaar en niet acceptabel risico'. Ze noemen het 'een structureel probleem' dat de Glock 17 mee naar huis of hotelkamer werd genomen.

Als voorbeelden noemden ze een schietpartij in de buurt van de gemeente Langeraar en de situatie in het Ibis-hotel op Schiphol-Oost, waar ruim tachtig marechaussees slapen. Drie keer ging daar een wapen af. Een marechaussee in het hotel raakte gewond en het was 'een geluksfactor' dat hij niet het leven liet.

Ook volgens H. Busker, voorzitter van de Marechaussee-vereniging, werd de top van de KMar aanhoudend geconfronteerd met 'slordig wapenbeheer'. De vereiste maatregelen bleven echter uit: 'De leiding erkende de problemen. Maar het bleef bij beloften, er gebeurde gewoon helemaal niets.'

Uiteindelijk werden na de dood van René de controles op Schiphol aangescherpt, zegt kolonel J. Vlaming, commandant van het District Koninklijke Marechaussee Schiphol. Vorig jaar werden twintig marechaussees bestraft die hun wapen mee naar huis wilden nemen. Hij vindt deze controles afdoende. 'Want ik kan nooit echt voorkomen dat iemand zijn wapen mee naar huis neemt.'

Maar de Marechaussee-vereniging vindt dat er 'een integraal veiligheidsbeleid' moet komen. Busker: 'De organisatie is verplicht te zorgen voor veilige randvoorwaarden, zoals het realiseren van voldoende ontlaadhoeken en wapenkamers. De top van de KMar in Den Haag weet dat ook, maar is blijkbaar niet bij machte dat voor elkaar te krijgen. Het klinkt wrang, maar ik denk dat het volgende incident op zich laat wachten.'

In de tuin van de getroffen familie hangt een bruin uitgeslagen rouwkrans die zachtjes heen en weer schommelt in de wind. 'Die krans was een gebaar van de bevelhebber van de KMar', vertelt René's vader. 'Het was zo'n beetje het enige medemenselijke dat wij van de hogere leiding hebben vernomen.'

Na aandringen bezocht de KMar-bevelhebber generaal-majoor C. Neisingh elf dagen na de dood van René de familie. Hij probeerde de familieleden duidelijk te maken dat de dood van hun zoon het laatste ongeluk is met een dienstvuurwapen. Het einde van het gedoogbeleid en het cowboygedrag is nabij, kregen zij te horen.

'Maar ja, dat zeggen ze al zo lang', zeggen de ouders van de overleden jongen. 'Al jaren zouden er maatregelen worden genomen en er gebeurde weinig, en wat veranderde kwam voor ons te laat. Als nabestaande ben je altijd de verliezer. We willen nu, uit een gevoel van naastenliefde, dat anderen dit onmetelijke drama wordt bespaard. René is al voor niks gestorven. Maar als er ook nog geen lering uit wordt getrokken, is het écht voor niets geweest.'

In het najaar van 2000 veroordeelde de militaire kamer Leon wegens dood door schuld ('grove nalatigheid') tot 240 uur dienstverlening. Sinds 1 februari werkt hij niet meer bij de KMar.

Elke dag worstelt Leon met de 'ongelooflijke domheid' die leidde tot de dood van zijn boezemvriend - hoe graag zou hij de tijd willen terugdraaien. Als eerbetoon aan René draagt hij zijn oorbellen en zijn riem. 'Ik heb soms het gevoel dat ie bij me is', vertelt hij. 'Als ik in het donker ben, denk ik weleens dat ie gewoon weer achter me staat.

'Hij was m'n beste vriend en we waren altijd bij elkaar. Als ik alleen was, vroeg iedereen altijd: ''Waar is René?''.

Soms zien mensen foto's van ons tweeën en dan vragen ze zich af: wie is Leon en wie is René? Ik ben trots dat ik op hem mocht lijken. Daarom voelt het voor mij alsof ik m'n tweede helft kwijt ben.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden