'Een stilte is geen maat in het niets'

'Zilver schijnend staan ze daar aan de rivier, die twee torens, alles vermalend tot een ouderwetse wereld en toch op de een of andere manier fragiel, kwetsbaar, iets wat nooit kan blijven en op een dag met een zucht in elkaar zakt, verfrommeld als een sigarettenpapiertje.' Dit schreef Cees Nooteboom...

Van onze medewerker Arjan Peters

'Absoluut vergeten, dat ik dat heb geschreven,' zegt de schrijver die voor enkele weken in zijn Amsterdamse huis verblijft. 'Ik kreeg een fotokopie van de bewuste pagina toegestuurd, door een Nederlandse die in Venezuela in mijn boek zat te lezen, vergezeld van de uitroep: U lijkt wel Nostradamus!'

Nooteboom is hier onder meer omdat hij donderdag 8 november optreedt in het Amsterdamse Concertgebouw: hij zal voorlezen uit zijn laatste grote roman Allerzielen (1998), enkele prozagedichten uit Zelfportret van een ander (1993) en de bloemlezing uit eigen poëzie Bitterzoet (2000). Zijn voordracht wordt afgewisseld door de New Yorkse pianiste Sarah Rothenberg, die op zijn verzoek Sjostakovitsj, Cage en Schönberg uitvoert.

Hij ontmoette Rothenberg enkele jaren geleden tijdens een conferentie van het Nexus Instituut in Tilburg. 'Ik moest daar wat zeggen, maar ook Buruma, Steiner, Susan Sontag, noem maar op. Op die eindeloze dag van oeverloos praten was daar ook die jonge vrouw, die heel zinnige dingen zei.

Later kwam ze weer op, en speelde toen ook nog erg mooi piano: Schönberg, Brahms, Peter Schat. Twee maanden later kwam ik haar bij een opera tegen. Reinbert de Leeuw stelde ons aan elkaar voor. Ik zei dat ik haar al kende omdat ik haar had horen spelen. Zij zei dat ze mij ook kende, omdat ze Het volgende verhaal in het Engels had gelezen.

'Toen heb ik haar gevraagd voor die avond in het Concertgebouw. Zij heeft daarna ook andere dingen gelezen, ging akkoord, en kwam met suggesties: omdat enkele gedichten een Japans thema hebben, wilde zij daarbij Takamitsu uitvoeren. Dat doen we dus. Hierna ga ik naar Amerika, waar mijn laatste roman All Souls Day dan net is uitgekomen, en daar zullen we dit programma ook een paar keer opvoeren.

'De stukken van Sjostakovitsj zijn mij zeer dierbaar. Ik heb Het volgende verhaal geschreven terwijl die muziek op de achtergrond klonk. Zoals ik het me herinner, zat Sjostakovitsj in 1953 in een jury in Leipzig. Daar hoorde hij de Russische pianiste Tatjana Nikolajeva stukken spelen uit Bachs Wohltemperierte Klavier. Diep onder de indruk ging hij naar huis en schreef toen zijn Preludes en fuga's, die zij ook als eerste heeft gespeeld. Die opnames heb ik, en ik draai ze regelmatig.

'Met muziek werken kán, maar niet met stemmen, is mijn ervaring. Maar het kan geen aangename muziek zijn. Met evident mooie muziek, Mozart bijvoorbeeld, lukt het niet, maar wel met Ligeti of Sjostakovitsj: heel bewogen, zeer vehement of meditatief. In mijn huis op een Spaans eiland, waar ik het meeste schrijfwerk doe, zit ik in een soort stenen cel. Als daar muziek opstaat, is het net of ik de meest magnifieke apparatuur heb. Die ik niet heb.

'Die stukken van Sjostakovitsj zitten in mijn hoofd, en ze komen ook voor in Allerzielen. De hoofdpersoon Arthur Daane, een cameraman, meet zijn timing er aan af als hij zich door Berlijn voortbeweegt: als ik nou zo en zo loop, en als het stoplicht niet tegenwerkt, dan zit ik precies bij de eerste noten van nummer 12 in de taxi.

'Het achtste deel van Zelfportret van een ander, beginnend met 'Hij zweeft op het lied dat zichzelf blijft herhalen, sirenen die hun verleiding niet afmaken, hem laten hangen aan de grens van hun gebied', dat wilde Rothenberg graag erbij. Hoe ben je daar toen bij gekomen, vroeg ze.

De aanleiding was een stuk van John Cage. Hij maakt gebruikt van die stiltes, hè? Ik heb dat gecombineerd met een wandeling die ik op het eiland vaak maak, langs een verlaten huis aan de kust, waarna je dan de leegte inloopt. Voor het eerst drong de waarheid van het cliché tot me door dat de stilte in muziek óók muziek is, dat dat deel is van de compositie. Als voorgeschreven maat is een maat stilte geen maat in het niets meer. Zoiets heb ik in dat prozagedicht willen verwerken.

'Ik lees donderdag fictie voor. Alles wat fictie is, schrijf ik met de hand. Daar past die twintigste-eeuwse pianomuziek goed bij. Arthur Daane werkt in Allerzielen aan een filmproject dat hij omschrijft als iets maken, en erin verdwijnen. Dat staat dicht bij mij, en het geldt denk ik voor zowel schrijvers als componisten. In mijn dichtbundel Het gezicht van het oog heb ik geschreven: 'Wanneer ontdoet het schilderij zich van de maker?'

'Er is een moment waarop een kunstwerk de maker vernietigd heeft. Als je naar een Jeroen Bosch kijkt, zie je hém niet meer: het is een ding geworden. Definitief niet meer van de maker. Dezelfde stof wordt een andere materie. Objecten die er bijna altijd al waren. Als kunstenaar verdwijn je al bij leven - maar voor het zo ver is, beloof ik je, zal ik hoogstpersoonlijk in het Concertgebouw staan.'

Zelfportret van een ander. Cees Nooteboom en Sarah Rothenberg (piano), 8 november Concertgebouw Amsterdam (Kleine Zaal).

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden