Een stille regisseur in het hoofd

Het onbewuste speelt een grotere rol in de vooroordelen en meningen van mensen, dan ze zelf toegeven. Maar tegelijkertijd is dat onbewuste buitengewoon flexibel, denkt een dwarse Groningse psycholoog....

WAT IS charisma? Diederik Stapel, 36-jarig hoogleraar cognitieve sociale psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, vraagt het zich al maanden af.

Gefascineerd zag hij het afgelopen jaar hoe een deel van de Nederlandse bevolking viel voor de charmes van Pim Fortuyn. Hoe kon dat gebeuren? Kwam het door Fortuyns politieke boodschap, of speelden ook onbewuste processen een rol? Als sociaal psycholoog, en meer specifiek als iemand die zich verdiept in het onbewuste van de mens, vond Stapel dat hij moest kunnen bijdragen aan een antwoord op die vraag.

En dus bedacht hij een test om te bekijken waarom mensen zich tot een 'charismatische persoonlijkheid' aangetrokken voelen. Hij stelde daarvoor, zoals een wetenschapper betaamt, eerst een aantal hypothesen op.

De mixed message van Fortuyn - een vrijzinnige homo die de islam 'achterlijk' vindt - kon er iets mee te maken hebben, vermoedde Stapel. Dan waren er natuurlijk Fortuyns ongewone taalgebruik en uiterlijk: de dure pakken, de forse dassen onder het kale hoofd, de vele one-liners. En wellicht had ook 11 september, die breuk in de geschiedenis die de tegenstellingen flink polariseerde, er iets mee te maken.

In de test, waaraan de afgelopen weken alle Groningse studenten psychologie meededen, heeft Stapel, samen met zijn collega-psycholoog Ernestine Gordijn, deze mogelijke verklaringen getoetst. Eerst moesten de studenten door middel van vragenlijsten invullen wat zij vonden van bepaalde studentenzaken, zoals de hoogte van het collegegeld, de mate van studenteninspraak en de eigen verantwoordelijkheid voor de studievoortgang.

Twee weken later moesten ze terugkomen om nieuwe vragenlijsten in te vullen. Ditmaal gingen de onderzoekers kijken of ze de studenten van mening konden laten veranderen. Ze kregen, voordat opnieuw naar hun voorkeuren werd gevraagd, teksten en een foto te zien van een fictieve studentenleider. Die deed allerlei uitspraken over studiezaken. De truc was, dat de teksten en foto's per groep studenten verschilden. Soms waren de boodschappen bijvoorbeeld consequent, soms ook niet - dan pleitte de leider bijvoorbeeld vóór meer inspraak én een verhoging van het collegegeld. De ene keer keek hij op de foto recht in de camera, de andere keer keek hij opzij. In sommige teksten sprak hij in korte, staccato one-liners, in andere uitte hij zich in wollige taal. Soms was hij aantrekkelijk, soms niet. En bij een aantal sessies liet Stapel de studenten eerst via bepaalde vragen nadrukkelijk aan 11 september denken, en bij andere sessies liet hij dat achterwege.

De uitkomsten van de proef zijn pas in november bekend, zegt de psycholoog. Maar als zijn hypothesen kloppen, dan zijn de studenten die een aantrekkelijke studentenleider zagen die tegenstrijdige dingen zei, terwijl ze aan 11 september dachten, het vaakst van gedachten veranderd. En dan zal Stapel weer wat meer te weten zijn gekomen over de macht van het onbewuste, het onderwerp dat hem al jaren intrigeert.

Het onderzoek naar het charisma van Fortuyn is verder eigenlijk een zijpad in die carrière. Momenteel is Stapel vooral druk bezig met de voorbereidingen voor zijn nieuwe onderzoeksprogramma, waarvoor hij afgelopen maand een Pionier-subsidie kreeg van 1,8 miljoen euro van geldschieter NWO en de Rijksuniversiteit Groningen.

Ook dat onderzoek gaat over de werking van het onbewuste, en over de invloed van het onbewuste op het beeld van jezelf en anderen. Stapel wil met proeven laten zien dat het onbewuste veel flexibeler is dan vaak wordt verondersteld.

Stapel: 'Mensen denken dat het onbewuste het gebied is van emoties en verlangens, van de gewoontes en de reflexen. Die zouden grof en automatisch zijn, zodat iemand zich bijvoorbeeld meteen aangetrokken voelt door een lachende vrouw. Het bewustzijn zou er vervolgens voor zorgen dat die reflexen in goede banen worden geleid, door feitelijke informatie van de buitenwereld te verwerken.'

In dat beeld weerklinken nog altijd echo's van Sigmund Freuds model van het naar plezier strevende id, dat in toom wordt gehouden door het redelijke superego. Maar dat beeld klopt niet, aldus Stapel: 'Het duidelijke onderscheid tussen het onbewuste en het bewustzijn kan weg. Het is niet zo dat emotionele informatie door het onbewuste wordt verwerkt, en feitelijke - cognitieve - informatie door het bewustzijn. Daar is de wereld te complex voor. Mensen moeten zo snel op situaties kunnen reageren, dat het onbewuste heel flexibel moet zijn.'

Het moet dus ook feitelijke informatie kunnen verwerken. Stapel: 'Het is bekend dat als je mensen een plaatje van een lachende vrouw laat zien, dat ze eerst alleen de lach opmerken. Wat dat betreft wordt de emotionele informatie het eerst verwerkt. Maar het onbewuste kan op basis daarvan niet beslissen of je naar de lacher toe moet, of weg moet lopen. Het moet eerst weten wie of wat er lacht: een tijger of een dochter, bijvoorbeeld. En dat is al feitelijke informatie die het onbewuste verwerkt.'

Stapel is nu allerlei testjes aan het ontwerpen om samen met zijn medewerkers deze hypothese te toetsen. Dat het hem daarbij niet alleen om nieuwe theoretische kennis gaat, blijkt uit een ander deel van zijn onderzoeksprogramma. Daarin gaat Stapel het onderscheid tussen stereotype en vooroordeel onderzoeken. Hij wil weten of er zoiets bestaat als 'the racist mind', zegt hij.

Ook bij dit onderwerp speelt het vermeende onderscheid tussen het onbewuste en het bewustzijn een rol. In de gangbare theorie horen vooroordelen tot de algemene gevoelens ('Ik mag zwarten niet'), en stereotypen tot meer specifieke, gedetailleerde kennis ('Een Maastrichtenaar is bourgondisch'). Iedereen herbergt allerlei vooroordelen in zijn onbewuste, zegt deze theorie, maar bij de meeste mensen worden die door het bewustzijn onderdrukt, omdat er een taboe op rust.

Stapel gelooft dat niet. Volgens hem bestaat er een 'racist mind': sommige mensen hebben inderdaad algemene, negatieve vooroordelen diep in hun onbewuste verankerd. Anderen daarentegen zijn volgens hem wel bekend met bepaalde stereotypen, maar missen het emotionele uitgangspunt uit het onbewuste. Zij hoeven dus niks te onderdrukken.

Ook hier ontwerpt Stapel testjes voor. Hij wil blanke Nederlanders bijvoorbeeld in een flits het woord 'Marokkaan' laten zien, zodat alleen hun diepste onbewuste gevoelens worden geactiveerd. Daarna gaat hij kijken of ze daardoor ook negatiever zijn gaan denken.

Het is wederom typisch Stapel-onderzoek: theoretisch en tegelijkertijd maatschappelijk betrokken. Er zijn ook allerlei mogelijke implicaties, bijvoorbeeld voor therapieën bij stoornissen, en Stapel heeft ook al contact gezocht met Groningse neurowetenschappers. Op de achtergrond klinkt steeds weer de boodschap, dat het onbewuste allerlei taken opknapt die mensen aan hun rationele denkvermogens toeschrijven.

Voorbeelden te over. Zijn proefschrift, waarmee hij in 1997 cum laude promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam, ging over de invloed van de omgeving op de eerste indruk die iemand maakt. Zo toonde hij aan dat een onbekende persoon een betere indruk maakt op proefpersonen, als ze van tevoren abstracte positieve woorden hadden gehoord als 'blij' en 'goed'.

Als hij dat uitlegde aan diezelfde personen, geloofden ze er niks van, zegt Stapel. Ze konden heel precies uitleggen waarom iemand zo goed overkwam. Het is een knap stukje zelfbedrog van de mens. 'Sommigen begonnen zelfs ruzie met me te maken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden